Wanneer begint de poel van vuur?

Hoi Mike,

Ik hoop dat het je goed gaat. Kan je mij je inzicht geven in de Schriften, Openbaringen 22: 14-15 ?
Verwijzen deze twee verzen naar het 1000 jarig vrederijk waarin Christus zal regeren terwijl de rest van de mensheid gekastijd en gecorrigeerd wordt in de poel van vuur, welke de tweede dood is, of is dit iets anders ? De reden dat ik dit vraag is dat sommige mensen deze verzen gebruiken om Gods verzoening met de gehele mensheid tegen te spreken en met deze teksten hun doctrine van eeuwige pijniging in de vlammen van de hel ondersteunen. Ze gebruiken ook de Schrift waarin gezegd wordt waar mensen dag en nacht gepijnigd worden en waar de rook van opstijgt, ik weet niet meer precies waar dit in Openbaringen staat, maar ik weet dat jij weet waar ik het over heb. Jouw inzichten zijn altijd waardevol en helpen mij te begrijpen wat de Heilige Geest al tegen me zegt.

p.s. Het onderwijs wat je via video op je site geeft zijn een ware zegening. Het is vaak makkelijker om te luisteren dan om te lezen, zeker wanneer je dyslectisch bent, zoals mijn zwager en mijn vrouw zijn.

Gods zegen toegewenst Mike.

J____
Over de grote plas, Engeland

Hoi J___

Het is altijd fijn te horen van "over de grote plas"

Je vraagt:
Kan je mij je inzicht geven in de Schriften, Openbaringen 22: 14-15 ? Verwijzen deze twee verzen naar het 1000 jarig vrederijk waarin Christus zal regeren terwijl de rest van de mensheid gekastijd en gecorrigeerd wordt in de poel van vuur, welke de tweede dood is, of is dit iets anders ? De reden dat ik dit vraag is dat sommige mensen deze verzen gebruiken om Gods verzoening met de gehele mensheid tegen te spreken en met deze teksten hun doctrine van eeuwige pijniging in de vlammen van de hel ondersteunen. Ze gebruiken ook de Schrift waarin gezegd wordt waar mensen dag en nacht gepijnigd worden en waar de rook van opstijgt.

Laten we eerst kijken naar de verzen waar je aan refereert:


Openb. 22:14  "Zalig zijn zij, die Zijn geboden doen, opdat hun macht zij aan den boom des levens, en zij door de poorten mogen ingaan in de stad."

Openb. 22:15  "Maar buiten zullen zijn de honden, en de tovenaars, en de hoereerders, en de doodslagers, en de afgodendienaars, en een iegelijk, die de leugen liefheeft, en doet."
Openb. 22:16  "Ik, Jezus, heb Mijn engel gezonden om ulieden deze dingen te getuigen in de Gemeenten. Ik ben de Wortel en het geslacht Davids, de blinkende Morgenster."

Wat vertellen deze verzen ons ? Ze vertellen ons dat "zij, die Zijn geboden doen, door de poorten mogen ingaan in de stad."

Wat is "de stad" ?

Openb. 3:12  "Die overwint, Ik zal hem maken tot een pilaar in den tempel Mijns Gods, en hij zal niet meer daaruit gaan; en Ik zal op hem schrijven den Naam Mijns Gods, en de naam der stad Mijns Gods, namelijk des nieuwen Jeruzalems, dat uit den hemel van Mijn God afdaalt, en (Ik zal op hem schrijven) ook Mijn nieuwen Naam."

Daarna vertellen deze verzen ons "Maar buiten zullen zijn de honden, en de tovenaars, en de hoereerders, en de doodslagers, en de afgodendienaars, en een iegelijk, die de leugen liefheeft, en doet." Er wordt geen tijdslijn geopenbaard in deze verzen. Deze verzen zeggen nergens dit alles gedurende het duizendjarig vrederijk plaatsvind. Niets van dit alles kan plaatsvinden voordat de doden opgewekt zijn om geoordeeld te worden. En wanneer vind dat plaats ?

"En wanneer de duizend jaren zullen geeindigd zijn, zal de satanas uit zijn gevangenis ontbonden worden. En hij zal uitgaan om de volken te verleiden, die in de vier hoeken der aarde zijn, den Gog en den Magog, om hen te vergaderen tot den krijg; welker getal is als het zand aan de zee. En zij zijn opgekomen op de breedte der aarde, en omringden de legerplaats der heiligen, en de geliefde stad; en er kwam vuur neder van God uit den hemel, en heeft hen verslonden. En de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in den poel des vuurs en sulfers, alwaar het beest en de valse profeet zijn; en zij zullen gepijnigd worden dag en nacht in alle eeuwigheid.  En ik zag een groten witten troon, en Dengene, Die daarop zat, van Wiens aangezicht de aarde en de hemel wegvloden, en geen plaats is voor die gevonden. En ik zag de doden, klein en groot, staande voor God; en de boeken werden geopend; en een ander boek werd geopend, dat des levens is; en de doden werden geoordeeld uit hetgeen in de boeken geschreven was, naar hun werken. En de zee gaf de doden, die in haar waren; en de dood en de hel gaven de doden, die in hen waren; en zij werden geoordeeld, een iegelijk naar hun werken. En de dood en de hel werden geworpen in den poel des vuurs; dit is de tweede dood. En zo iemand niet gevonden werd geschreven in het boek des levens, die werd geworpen in den poel des vuurs." (Openb. 20: 7-15)
 
"Wanneer de duizend jaren zullen geeindigt zijn" alleen hierna kunnen de verzen waar je naar refereert actief worden. Dit hoofdstuk, hoofdstuk 20, bevat wel een tijdslijn. Geen van deze dingen kunnen plaatsvinden totdat "de duizend jaren zullen geeindigt zijn". Gods uitverkorenen regeren gedurende die duizend jaar. Ze zullen geen enkele opstandige honden, tovenaars, hoereerders, doodslagers, afgodendienaars, en een iegelijk, die de leugen liefheeft tolereren. Er is geen "poel van vuur" totdat "de duizend jaren geeindigt  zullen zijn" en "de kleine tijd" die daarop volgt waarin satan wordt vrijgelaten uit de zo genaamde "bodemloze put"

 
lees "What and where is the bottomless Pit" op www.iswasandwillbe.com

Het zijn alleen de doctrines in Babylon waar we mee te strijden hebben, tot de dag dat we sterven, die ons wil laten geloven dat de poel van vuur gedurende het 1000 jarig vrederijk al bestaat. Hier is hoe Babylon ons verleidt tot deze valse conclusie.

Het 19de hoofdstuk in Openbaringen verteld ons aangaande het avondmaal van de bruiloft van het Lam. Dit hoofdstuk noemt ook het feit dat het beest en de valse profeet "levend in de poel van vuur geworpen worden". Daar ze geen idee hebben wie "het beest en de valse profeet" zijn, daar ze geen idee hebben dat alle woorden van de profetie van dit boek gehouden moeten worden door een ieder van Gods uitverkorenen gedurende alle generaties van de mensheid na Christus, maar dat ze in plaats daarvan denken dat dit een boek is wat alleen de laatste generatie die op deze aarde woont voor Christus terugkomt om Zijn koninkrijk op deze aarde te vestigen aangaat, wij allen, daar we deze valse doctrine geloofd hebben, lezen Openbaringen 19 en denken dat "het beest en de valse profeet" aan het begin van het millenium in de poel van vuur geworpen worden. Hier komen de verzen die door de mensen gebruikt worden om ons deze valse doctrine te onderwijzen:

"En uit Zijn mond ging een scherp zwaard, opdat Hij daarmede de heidenen slaan zou. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren roede; en Hij treedt den wijnpersbak aan den wijn des toorns en der gramschap des almachtigen Gods. En Hij heeft op Zijn kleed en op Zijn dij dezen Naam geschreven: Koning der koningen, en Heere der heren. En ik zag een engel, staande in de zon; en hij riep met een grote stem, zeggende tot al de vogelen, die in het midden des hemels vlogen: Komt herwaarts, en vergadert u tot het avondmaal des groten Gods;  Opdat gij eet het vlees der koningen, en het vlees der oversten over duizend, en het vlees der sterken, en het vlees der paarden en dergenen, die daarop zitten; en het vlees van alle vrijen en dienstknechten, en kleinen en groten. En ik zag het beest, en de koningen der aarde, en hun heirlegers vergaderd, om krijg te voeren tegen Hem, Die op het paard zat, en tegen Zijn heirlegers. En het beest werd gegrepen, en met hetzelve de valse profeet, die de tekenen in de tegenwoordigheid van hetzelve gedaan had, door welke hij verleid had, die het merkteken van het beest ontvangen hadden, en die deszelfs beeld aanbaden. Deze twee zijn levend geworpen in den poel des vuurs, die met sulfer brandt." (Openb. 19: 15-20)

Daar men blind is voor het derde vers uit hoofdstuk 1 en het zesde en zevende vers uit hoofdstuk 22 van Openbaringen, verteld Babylon ons dat dit alles plaatsvind precies aan het begin van het duizendjarig vrederijk. Maar wat verteld Christus ons in Openbaringen 1:3 en 22:6-7 ? Let heel goed op en vergeet deze verzen nooit meer...je zult heel je verdere leven neigen om deze verzen te vergeten..laat het niet gebeuren:

Openb. 1:3  "Zalig is hij, die leest, en zijn zij, die horen de woorden dezer profetie, en die bewaren, hetgeen in dezelve geschreven is; want de tijd is nabij."

Er is niet één dominee uit het christendom die zich echt bewust is van dit vers. Als je dit vers aan ze toont, dan vragen ze
"Hoe kan je nou alles wat daarin geschreven is bewaren?" Desalniettemin wordt deze zelfde declaratie herhaald aan het eind van het boek dezer profetie:

"En hij zeide tot mij: Deze woorden zijn getrouw en waarachtig; en de Heere, de God der heilige profeten, heeft Zijn engel gezonden, om Zijn dienstknechten te tonen, hetgeen haast moet geschieden.  Zie, Ik kom haastiglijk zalig is hij, die de woorden der profetie dezes boeks bewaart." (Openb. 22:6-7)

"Deze woorden zijn getrouw en waarachtig, en God heeft Zijn engel gezonden om zijn dienstknecht te tonen wat haastiglijk geschieden moet...Ik kom haastiglijk"

Klinkt iets hiervan dat het lijkt of dit boek alleen bedoelt is voor diegenen die leven aan het eind van dit tijdperk ? Lijkt me niet. Let op de woorden van het volgende vers:

"Zie, Ik kom haastiglijk zalig is hij, die de woorden der profetie dezes boeks bewaart."

Hier zijn we dan aan het eind van dit boek, waar we herinnerd en gewaarschuwd worden dat we "de woorden dezer profetie" moeten bewaren "want deze dingen moeten haastiglijk geschieden" Nogmaals, klinkt dit alsof Gods Heilige Geest sprak over iets wat alleen invloed zou hebben op de levens van de mensen die op deze aarde zouden rondlopen op het tijdstip van de terugkeer van Christus ? Of is het een boek met een "is, was, en zal zijn" toepassing op elke generatie van de mensheid, vanaf de opstanding van Christus tot de tijd van het einde van het regeren van mensen op deze aarde ? Zou het zo zijn, dat dit boek is bedoelt voor hen met "oren om te horen" gedurende de generaties ? Ja, dit is waarlijk een boek wat gehouden moet worden door Gods uitverkorenen in elke generatie van de mensheid, vanaf de dagen dat Johannes dit boek geschreven heeft op het eiland Patmos tot de laatste ziel uit de poel van vuur komt als een gereinigde en pure ziel. Dit zijn geen ordinaire woorden, dit zijn de woorden van Christus, en we weten hetvolgende van de woorden van Christus:

Matth 24:35 "De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan."

Ons word ook dit verteld over de woorden van Christus:

1Kor 2:13  "Dewelke wij ook spreken, niet met woorden, die de menselijke wijsheid leert, maar met woorden, die de Heilige Geest leert, geestelijke dingen met geestelijke samenvoegende."
1Kor 2:14  "Maar de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen, die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden."

de Heilige Geest leert, geestelijke dingen met geestelijke samenvoegende, maar de natuurlijke mens begrijpt (ontvangt is een betere vertaling) niet de dingen, die des Geestes
Gods zijn; want zij zijn hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden." Wat dit betekend is dat de complete Bijbel een gelijkenis is voor de wereld. "de natuurlijke mens" is de mens die geen oren gegeven zijn om te horen, noch ogen om te zien.

Wanneer God spreekt in Zijn Woord en zegt "Leeuw" , dan heeft Hij het niet over een natuurlijke fysieke leeuw.

Openb.5:5  "En een van de ouderlingen zeide tot mij: Ween niet; zie, de Leeuw, Die uit den stam van Juda is, de Wortel Davids, heeft overwonnen, om het boek te openen, en zijn zeven zegelen open te breken."

Een lam is geen letterlijk fysiek lam.

Openb.  5:6  "En ik zag, en ziet, in het midden van den troon, en van de vier dieren, en in het midden van de ouderlingen, een Lam, staande als geslacht, hebbende zeven hoornen, en zeven ogen; dewelke zijn de zeven geesten Gods, die uitgezonden zijn in alle landen."

...en een licht is geen letterlijk fysiek licht, een stad is geen letterlijke fysieke stad:

Mat 5:14  "Gij zijt het licht der wereld; een stad boven op een berg liggende, kan niet verborgen zijn."

...een vrouw is geen letterlijke fysieke vrouw

Gal 4:23  "Maar gene, die uit de dienstmaagd was, is naar het vlees geboren geweest; doch deze, die uit de vrije was, door de beloftenis;"
Gal 4:24  "Hetwelk dingen zijn, die andere beduiding hebben (een allegorie zijn); want deze zijn de twee verbonden; het ene van den berg Sina, tot dienstbaarheid barende, hetwelk is Agar;"

Christus is het Lam, Hij is de Leeuw, Hij is de Stad en Hij is het Nieuwe Verbond. Als Hij in ons is, en wij in Hem, dan zijn ook wij al deze dingen.

Spr 28:1 "De goddelozen vlieden, waar geen vervolger is; maar elk rechtvaardige is moedig, als een jonge leeuw."

Joh 21:16  "Hij zeide wederom tot hem ten tweeden maal: Simon, zoon van Jonas, hebt gij Mij lief? Hij zeide tot Hem: Ja, Heere, gij weet, dat ik U liefheb. Hij zeide tot hem: Hoed Mijn schapen. (Gods uitverkorenen) "

Openb 21:2  "En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem (Gods uitverkorenen), nederdalende van God uit den hemel, toebereid als een bruid, die voor haar man versierd is."

2 Kor 11:2  "Want ik ben ijverig over u met een ijver Gods; want ik heb ulieden toebereid, om u als een reine maagd (Gods uitverkorenen)aan een man voor te stellen, namelijk aan Christus."

Deze "stad" zijn diegenen die overwinnaars genaamd worden in het tweede en derde hoofdstuk van Openbaringen. Deze overwinnaars zijn de "zalig en heiligen ... weinigen" die opgewekt worden in de eerste opstanding. Nergens worden degenen die geen overwinnaars zijn "het nieuwe Jeruzalem" genoemd. Die "grote menigte die niemand tellen kan" die door grote verdrukking opkomen en hun klederen wassen in het bloed van het Lam, zijn geen onderdeel van de 144.000, en worden nergens "eerstelingen" genoemd. Terwijl de primaire strekking van het boek Openbaringen het "is" gedeelte is van de woorden van Christus, is er ook een "zal zijn" strekking van "de Christus".

"En ik zag, en ziet, het Lam stond op den berg Sion, en met Hem honderd vier en veertig duizend, hebbende den Naam Zijns Vaders geschreven aan hun voorhoofden. En ik hoorde een stem uit den hemel, als een stem veler wateren, en als een stem van een groten donderslag. En ik hoorde een stem van citerspelers, spelende op hun citers; En zij zongen als een nieuw gezang voor den troon, en voor de vier dieren, en de ouderlingen; en niemand kon dat gezang leren, dan de honderd vier en veertig duizend, die van de aarde gekocht waren. Dezen zijn het, die met vrouwen niet bevlekt zijn, want zij zijn maagden; dezen zijn het, die het Lam volgen, waar Het ook heengaat; dezen zijn gekocht uit de mensen, tot eerstelingen Gode en het Lam." (Openb. 14: 1-4)

Rom 8:23  "En niet alleen dit, maar ook wij zelven, die de eerstelingen des Geestes hebben, wij ook zelven, zeg ik, zuchten in onszelven, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing onzes lichaams."

Jak. 1:18 "Naar Zijn wil heeft Hij ons gebaard door het Woord der waarheid, opdat wij zouden zijn als eerstelingen Zijner schepselen."

Nergens worden ze "overwinnaars" genoemd, en ze ontvangen niet de belofte van heerschappij die aan de overwinnaars wordt gegeven zoals in het tweede en derde hoofdstuk van Openbaringen wordt beschreven. Hier is wat is beloofd aan "Die overwint". Deze beloften zijn niet voor de menigte van de mensheid, die geregeerd zullen gaan worden door de "overwinnaars" in de "poel van vuur".


Hier zijn een aantal van de beloften die God aan Zijn uitverkorenen, Zijn eerstelingen geeft:

Openb. 2:7  Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt. Die overwint, Ik zal hem geven te eten van den boom des levens, die in het midden van het paradijs Gods is.

Openb. 2:11  Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt. Die overwint, zal van den tweeden dood niet beschadigd worden.

Openb. 2:17  Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt. Die overwint, Ik zal hem geven te eten van het manna, dat verborgen is, en Ik zal hem geven een witten keursteen, en op den keursteen een nieuwen naam geschreven, welken niemand kent, dan die hem ontvangt.

Onderdeel van dat "verborgen manna" is de mogelijkheid om Openbaringen 1:3 en 22:6-7 te zien en te verstaan.

Openb. 2:26  En die overwint, en die Mijn werken tot het einde toe bewaart, Ik zal hem macht geven over de heidenen;

Openb. 2:27  En hij zal ze hoeden met een ijzeren staf; zij zullen als pottenbakkersvaten vermorzeld worden; gelijk ook Ik van Mijn Vader ontvangen heb.
Openb. 2:28  En Ik zal hem de morgenster geven.
Openb. 2:29  Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt.

Openb. 3:5  Die overwint, die zal bekleed worden met witte klederen; en Ik zal zijn naam geenszins uitdoen uit het boek des levens, en Ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn engelen.

Openb. 3:6  Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt.

Openb. 3:12  Die overwint, Ik zal hem maken tot een pilaar in den tempel Mijns Gods, en hij zal niet meer daaruit gaan; en Ik zal op hem schrijven den Naam Mijns Gods, en de naam der stad Mijns Gods, namelijk des nieuwen Jeruzalems, dat uit den hemel van Mijn God afdaalt, en ook Mijn nieuwen Naam.

Openb. 3:13  Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt.

Openb. 3:21  Die overwint, Ik zal hem geven met Mij te zitten in Mijn troon, gelijk als Ik overwonnen heb, en ben gezeten met Mijn Vader in Zijn troon.
Openb. 3:22  Die oren heeft, die hore, wat de Geest tot de Gemeenten zegt.

Het is waar dat "de menigte die niemand tellen kan" alle vlees is "die door grote verdrukking opkomen en hun klederen wassen in het bloed van het Lam". Maar dat zullen ze niet doen totdat de 144.000 deze onbekeerde aarde geregeerd hebben voor een symbolische 1000 jaar. De "overwinnaars" die de hierboven genoemde beloften zullen ontvangen zijn dezelfde als de symbolische 144.000.

Lees de studie "Who are the 144.000" op www.iswasandwillbe.com om het verschil te zien tussen de 144.000 en de "menigte die niemand tellen kan"

Zie ook de volgende beloften, gegeven aan de "overwinnaars..in de zeven gemeenten"

Openb. 2:26  En die overwint, en die Mijn werken tot het einde toe bewaart, Ik zal hem macht geven over de heidenen;

Openb. 2:27  En hij zal ze hoeden met een ijzeren staf; zij zullen als pottenbakkersvaten vermorzeld worden; gelijk ook Ik van Mijn Vader ontvangen heb.

Kijk nu naar wat er is gezegd uit wie het hemelse Jeruzalem zal bestaan:

Die overwint, zal alles beerven; en Ik zal hem een God zijn, en hij zal Mij een zoon zijn. Maar den vreesachtigen, en ongelovigen, en gruwelijken, en doodslagers, en hoereerders, en tovenaars, en afgodendienaars, en al den leugenaars, is hun deel in den poel, die daar brandt van vuur en sulfer; hetwelk is de tweede dood.  En tot mij kwam een van de zeven engelen, die de zeven fiolen hadden, welke vol geweest waren van de zeven laatste plagen, en sprak met mij, zeggende: Kom herwaarts, ik zal u tonen de Bruid, de Vrouw des Lams. En hij voerde mij weg in den geest op een groten en hogen berg, en hij toonde mij de grote stad, het heilige Jeruzalem, nederdalende uit den hemel van God. En zij had de heerlijkheid Gods, en haar licht was den allerkostelijksten steen gelijk, namelijk als den steen Jaspis, blinkende gelijk kristal. (Openb. 21: 7-11)

Er is alreeds gezegd dat Gods uitverkorenene "als een reine maagd aan een man voor te stellen, namelijk aan Christus.

2 Kor 11:2  "Want ik ben ijverig over u met een ijver Gods; want ik heb ulieden toebereid, om u als een reine maagd (Gods uitverkorenen)aan een man voor te stellen,
namelijk aan Christus."

Er is ook verteld dat "Jeruzalem, dat boven is, dat is vrij, hetwelk is ons aller moeder."

Gal 4:26  "Maar Jeruzalem, dat boven is, dat is vrij, hetwelk is ons aller moeder."

Het Jeruzalem dat boven is zowel "een reine maagd, voorgesteld aan Christus, de bruid van het Lam, als ook "ons aller moeder". Maar merk op hoe deze bruid in contrast staat met de rest van de mensheid:

Openb. 21:7  Die overwint, zal alles beerven; en Ik zal hem een God zijn, en hij zal Mij een zoon zijn.

Openb. 21:8  Maar den vreesachtigen, en ongelovigen, en gruwelijken, en doodslagers, en hoereerders, en tovenaars, en afgodendienaars, en al den leugenaars, is hun deel in den poel, die daar brandt van vuur en sulfer; hetwelk is de tweede dood.

Je weet dat God bezig is met Zijn vooropgesteld plan om de gehele mensheid te verlossen. Je weet ook dat Christus deze "bruid" gebruikt, en zal gebruiken als Zijn kanaal om dit doel, het allen die in Adam zijn tot God te brengen, te bereiken.

1Kor 15:22  Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden.
1Kor 15:23  Maar een iegelijk in zijn orde: de eersteling Christus, daarna die van Christus zijn, in Zijn toekomst.
1Kor 15:24  Daarna zal het einde zijn [de laatste groep van allen die in Adam zijn], wanneer Hij het Koninkrijk aan God en den Vader zal overgegeven hebben; wanneer Hij zal te niet gedaan hebben alle heerschappij, en alle macht en kracht.
1Kor 15:25  Want Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al de vijanden onder Zijn voeten zal gelegd hebben.

"Maar een iegelijk in zijn orde" betekend dat diegenen die in die "zalige en heilige eerste opstanding" zijn, de eerste in die orde zijn. De enige die niet geraakt worden door de tweede dood zijn degenen die in de zalige en heilige eerste opstanding zijn.

Hier volgt nu wat ons verteld wordt aangaande hen die "het nieuwe Jeruzalem" de "bruid van het Lam" zijn:

Openb. 20:4  En ik zag tronen, en zij zaten op dezelve; en het oordeel werd hun gegeven; en ik zag de zielen dergenen, die onthoofd waren om de getuigenis van Jezus, en om het Woord Gods, en die het beest, en deszelfs beeld niet aangebeden hadden, en die het merkteken niet ontvangen hadden aan hun voorhoofd en aan hun hand; en zij leefden en heersten als koningen met Christus, de duizend jaren.

Openb. 20:5  Maar de overigen der doden werden niet weder levend, totdat de duizend jaren geeindigd waren. Deze is de eerste opstanding.

Openb. 20:6  Zalig en heilig is hij, die deel heeft in de eerste opstanding; over deze heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en Christus zijn,
en zij zullen met Hem als koningen heersen duizend jaren.

Alleen de bruid van Christus, het Nieuwe Jeruzalem, ontkomen aan deze "tweede dood" en "regeren met Hem duizend jaar". Alle anderen zijn of levend en worden geregeerd door "de bruid van het Lam" gedurende het duizendjarig rijk, of zij "slapen" in de dood, tot ze opgewekt worden "aan het eind van de duizend jaar" Niet één persoon die leeft aan het eind van het millenium ontkomt aan "en er kwam vuur neder van God uit den hemel, en heeft hen verslonden." (Openb 20:9) Het is dit vuur wat een eind brengt aan dood en een eind aan geboortes en een eind aan alle "vlees".

Kijk naar deze verzen:
1 Kor 15:25  Want Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al de vijanden onder Zijn voeten zal gelegd hebben.
1 Kor 15:26  De laatste vijand, die te niet gedaan wordt, is de dood.

Je hoeft geen raketgeleerde te zijn om te begrijpen dat zolang er babies geboren worden in vergankelijk, zondig, stervend vlees, dat de dood niet vernietigd kan worden. Om "dood te vernietigen" zal de geboorte van fysieke "in Adam" babies tot een stop gebracht moeten worden. Hier leest u hoe dit bereikt gaat worden:

En wanneer de duizend jaren zullen geeindigd zijn, zal de satanas uit zijn gevangenis ontbonden worden. En hij zal uitgaan om de volken te verleiden, die in de vier hoeken der aarde zijn, den Gog en den Magog, om hen te vergaderen tot den krijg; welker getal is als het zand aan de zee. En zij zijn opgekomen op de breedte der aarde, en omringden de legerplaats der heiligen, en de geliefde stad; en er kwam vuur neder van God uit den hemel, en heeft hen verslonden. (Openb. 20: 7-9)

Dit gaat over de laatste generatie van Adam in het vlees. De grote menigte die niemand tellen kan in hoofdstuk zeven gaat over deze groep:

"En de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in den poel des vuurs en sulfers, alwaar het beest en de valse profeet zijn; en zij zullen gepijnigd worden dag en nacht in alle eeuwigheid. En ik zag een groten witten troon, en Dengene, Die daarop zat, van Wiens aangezicht de aarde en de hemel wegvloden, en geen plaats is voor die gevonden. En ik zag de doden, klein en groot, staande voor God; en de boeken werden geopend; en een ander boek werd geopend, dat des levens is; en de doden werden geoordeeld uit hetgeen in de boeken geschreven was, naar hun werken. En de zee gaf de doden, die in haar waren; en de dood en de hel gaven de doden, die in hen waren; en zij werden geoordeeld, een iegelijk naar hun werken. En de dood en de hel werden geworpen in den poel des vuurs; dit is de tweede dood. En zo iemand niet gevonden werd geschreven in het boek des levens, die werd geworpen in den poel des vuurs." (Openb. 20: 10-15)

"Welker getal is als het zand aan de zee" van vers 8 zijn de allerlaatste fysieke, vleselijke natien op de aarde die gebruikt worden door God om aan alle vlees een eind te maken. Het werpen van satan in de poel van vuur en het oordelen van alle "doden, klein en groot, staande voor God (voor de) grote witte troon" is het instellen van "de tweede dood". Dit is niet een tweede keer fysiek sterven. Het is de tweede groep van de mensheid, het overgrote deel van de mensheid, die eerst moeten sterven voor ze geoordeeld kunnen worden.

Heb 9:27  "En gelijk het den mensen gezet is, eenmaal te sterven, en daarna het oordeel;"

Hier wordt ons opnieuw een tijdlijn in de gebeurtenissen gegeven. Deze tijdlijn stelt dat oordeel volgt, en nooit vooraf gaat aan dood. Maar zijn dit dan niet allemaal opgewekte lichamen ? Ja, dat zijn het zeker. Hoe kan dood dan voorafgaan aan hun oordeel ?

Hier zijn we weer terug bij "die menselijke wijsheid leert"

1 Kor 2:7  Maar wij spreken de wijsheid Gods, bestaande in verborgenheid, die bedekt was, welke God te voren verordineerd heeft tot heerlijkheid van ons, eer de wereld was;
1 Kor 2:8  Welke niemand van de oversten dezer wereld gekend heeft; want indien zij ze gekend hadden, zo zouden zij den Heere der heerlijkheid niet gekruist hebben.

1 Kor 2:13  Dewelke wij ook spreken, niet met woorden, die de menselijke wijsheid leert, maar met woorden, die de Heilige Geest leert, geestelijke dingen met geestelijke samenvoegende.
1 Kor 2:14  Maar de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen, die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden.

De Heilige Geest leert door geestelijk met geestelijk samen te voegen, te combineren, te vergelijken, terwijl de natuurlijke mens fysiek met geestelijk samenvoegt, vergelijkt, te combineert. De natuurlijke mens kan ze niet begrijpen, omdat ze geestelijk onderscheiden worden. De dood waarover in Hebreen 9:27 gesproken wordt is de dood waar in het volgende vers over gesproken wordt:

Joh 12:24  Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Indien het tarwegraan in de aarde niet valt, en sterft, zo blijft hetzelve alleen; maar indien het sterft, zo brengt het veel vrucht voort.

Dit is de dood van de vleselijke geest al zijn we nog in dit "vat van klei" deze "aardse tent" De dood van de vleselijke geest is de geboorte binnenin van de Geest van Christus. Het was dit begrip van wat "dood" is, waardoor de apostel Paulus en de andere apostelen op een manier schreven die "geestelijk met geestelijk vergelijken" die tot op de huidige dag "de verborgen wijsheid van God" bevat. Fysieke dood, zoals satan zelf laat zien, vernietigd niet een geest die niet onderworpen is aan de wetten van God.

Want het bedenken des vleses is dood; maar het bedenken des Geestes is leven en vrede; Daarom dat het bedenken des vleses vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich der wet Gods niet; want het kan ook niet. En die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen. Doch gijlieden zijt niet in het vlees, maar in den Geest, zo anders de Geest Gods in u woont. Maar zo iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe. (Rom 8: 6-9)

"gijlieden zijt niet in het vlees, maar in den Geest, zo anders de Geest Gods in u woont" En dit is al waarheid als we nog in "het lichaam dezes dood", dit vlees verkeren.


Dood wordt niet gedefinieert als het verlies van een fysiek lichaam. Dit wordt duidelijk als Christus zegt: "Laat de doden hun doden begraven (Luk. 9:60)

Ademende rondlopende mensen, met een kloppend hart en stromend bloed worden door Christus doden genoemd.

Dood, als we geestelijk met geestelijk samenvoegen, is, "het bedenken des vleses"  Wat dit betekend is dat satan en de gehele mensheid, uitgezonderd hen die in de eerste opstanding opgewekt worden, zelfs in een geestelijk lichaam geestelijk dood zijn. En hoe zullen zij uit deze geestelijk dode toestand kunnen komen ? Net als met ons in dit leven zullen satan en de gehele mensheid aan hun geestelijk dode conditie moeten sterven, om leven te vinden. Hier is waar die "Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan" woorden van Christus zo duidelijk zijn, in het oordeel voor de grote witte troon.

Matth 16:25  Want zo wie zijn leven zal willen behouden, die zal hetzelve verliezen; maar zo wie zijn leven verliezen zal, om Mijnentwil, die zal hetzelve vinden.

Luk 9:24  Want zo wie zijn leven behouden wil, die zal het verliezen; maar zo wie zijn leven verliezen zal, om Mijnentwil, die zal het behouden.

Het is door te sterven aan hun vleselijke, rebellerende geest waarmee ze als geestelijke wezens opgewekt worden, dat de gehele mensheid, door symbolisch vuur, wat het Woord van God is, geoordeelt wordt en uiteindelijk tot God gebracht zal worden.

Joh 12:48  Die Mij verwerpt, en Mijn woorden niet ontvangt, heeft, die hem oordeelt; het woord, dat Ik gesproken heb, dat zal hem oordelen ten laatsten dage.

Het is het feit dat Gods uitverkorenen door genade trouw waren aan "de woorden die Ik spreek" die hen kwalificeren om "de wereld te oordelen" gedurende de symbolische duizend jaar, en om "engelen te oordelen" in de poel van vuur, het oordeel voor de grote witte troon.

 
Door in Christus te zijn, door Zijn geest te hebben, door Zijn woorden te hebben, zijn de uitverkorenen van God het hemelse Jeruzalem, zijn de uitverkorenen van God het vuur in de poel van vuur, zijn zij de poorten van de stad en de pilaren van de tempel, door welken allen tot Christus zullen komen. Net zoals Christus de enige weg is tot de Vader, zijn de uitverkorenen van God de manier waarop de gehele mensheid tot Hem gebracht worden.... de "honden, en de tovenaars, en de hoereerders, en de doodslagers, en de afgodendienaars, en een iegelijk, die de leugen liefheeft" zijn degenen die in het zuiverende vuur van Gods uitverkorenen gegooid worden, die zo door God gebruikt worden om de gehele mensheid vrij te maken.

Het is het feit dat Gods uitverkorenen trouw zijn aan "de woorden die Ik spreek" die ze kwalificeert om "de wereld te oordelen" gedurende de symbolische duizend jaar, en om "engelen te oordelen" in de poel van vuur, het oordeel voor de grote witte troon. Door in Christus te zijn, door Zijn geest te hebben, door Zijn woorden te hebben, zijn de uitverkorenen van Christus het hemelse Jeruzalem, zijn zij het vuur in de poel van vuur, zijn zij de poorten van de stad, zijn zij de pilaren van de tempel, door welke de gehele mensheid tot Christus zal komen. Net zoals Christus de enige weg is tot de Vader, zijn de uitverkorenen Zijn kanaal om allen tot Hem te brengen....de honden, en de tovenaars, en de hoereerders, en de doodslagers, en de afgodendienaars, en een iegelijk, die de leugen liefheeft zijn degenen die in het zuiverend vuur van Gods uitverkorenen geworpen zullen worden en die zo gebruikt worden door God om de gehele mensheid te bevrijden. Dit zijn de natien en koningen van de aarde die hun glorie in de stad zullen brengen nadat ze hun nodige slagen hebben ontvangen en ze gereinigd en puur, ontdaan van al hun hout, hooi en stoppelen door het vuur van de woorden van Christus, uit de poel van vuur zullen komen.

En de volken, die zalig worden, zullen in haar licht wandelen; en de koningen der aarde brengen hun heerlijkheid en eer in dezelve. En haar poorten zullen niet gesloten worden des daags; want aldaar zal geen nacht zijn. En zij zullen de heerlijkheid en de eer der volken daarin brengen. En in haar zal niet inkomen iets, dat ontreinigt, en gruwelijkheid doet, en leugen spreekt; maar die geschreven zijn in het boek des levens des Lams. (Openb. 21: 24-27)

"de volken....en de koningen van de aarde brengen hun heerlijkheid en eer in de stad....wat gruwelijkheid doet en leugen spreekt zal in de stad niet inkomen" totdat alle onreinheid er uitgebrand is door het vuur van de Woorden van Christus. Hier volgen een paar Schriftplaatsen om deze uitspraken te onderbouwen:

Gods uitverkorenen zijn het vuur in de poel van vuur:

Jes. 33:14  De zondaren te Sion zijn verschrikt; beving heeft de huichelaren aangegrepen; zij zeggen: Wie is er onder ons, die bij een verterend vuur wonen kan?
Wie is er onder ons, die bij een eeuwigen gloed wonen kan?
Jes. 33:15  Die in gerechtigheden wandelt, en die billijkheden spreekt; die het gewin der onderdrukkingen verwerpt; die zijn handen uitschudt,
dat zij geen geschenken behouden; die zijn oor stopt, dat hij geen bloedschulden hore, en zijn ogen toesluit; dat hij het kwade niet aanzie;

Gods uitverkorenen zijn de stad, de poorten van de stad en de pilaren van de tempel:
Openb. 3:12  Die overwint, Ik zal hem maken tot een pilaar in den tempel Mijns Gods, en hij zal niet meer daaruit gaan; en Ik zal op hem schrijven den Naam Mijns Gods,
en de naam der stad Mijns Gods, namelijk des nieuwen Jeruzalems, dat uit den hemel van Mijn God afdaalt, en ook Mijn nieuwen Naam.

Niemand kan dan tot Christus komen dan door Zijn uitverkorenen, bevestigend dat zij inderdaad Christus uitverkorenen zijn:

Luk 22:29  En Ik verordineer u het Koninkrijk, gelijkerwijs Mijn Vader dat Mij verordineerd heeft;
Joh 15:9  Gelijkerwijs de Vader Mij liefgehad heeft, heb Ik ook u liefgehad; blijft in deze Mijn liefde.
Joh 20:21  Jezus dan zeide wederom tot hen: Vrede zij ulieden, gelijkerwijs Mij de Vader gezonden heeft, zende Ik ook ulieden.
Rev 3:21  Die overwint, Ik zal hem geven met Mij te zitten in Mijn troon, gelijk als Ik overwonnen heb, en ben gezeten met Mijn Vader in Zijn troon.

Rev 3:9  Zie, Ik geef u (enigen staat niet in de grondtekst) uit de synagoge des satans, dergenen, die zeggen, dat zij Joden zijn, en zijn het niet, maar liegen; zie, Ik zal maken, dat zij zullen komen, en aanbidden voor uw voeten, en bekennen, dat Ik u liefheb.

Gods uitverkorenen ontvangen geloof door het ongeloof van hun broeders, en hun broeders ontvangen barmhartigheid door Gods uitverkorenen:
Rom 11:30  Want gelijkerwijs ook gijlieden eertijds Gode ongehoorzaam geweest zijt, maar nu barmhartigheid verkregen hebt door dezer ongehoorzaamheid;
Rom 11:31  Alzo zijn ook dezen nu ongehoorzaam geweest, opdat ook zij door uw barmhartigheid zouden barmhartigheid verkrijgen.

Gods uitverkorenen vervullen Christus, net zoals Hij Zijn Vader vervult:
Namelijk verlichte ogen uws verstands, opdat gij moogt weten, welke zij de hoop van Zijn roeping, en welke de rijkdom zij der heerlijkheid van Zijn erfenis in de heiligen; En welke de uitnemende grootheid Zijner kracht zij aan ons, die geloven, naar de werking der sterkte Zijner macht, Die Hij gewrocht heeft in Christus, als Hij Hem uit de doden heeft opgewekt; en heeft Hem gezet tot Zijn rechter hand in den hemel; Verre boven alle overheid, en macht, en kracht, en heerschappij, en allen naam, die genaamd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de toekomende; En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult. (Efeze 1: 18-23)

De gemeente, welke Zijn Lichaam is, is de vervulling van Desgenen [Christus] Die alles in allen vervult. Dat is een geweldige roeping waar geen mens waardig voor is. Er is geen ruimte voor trots in deze beloften. Er is veelmeer een schreeuwende nood voor het geloof om deze beloften te claimen en de nederig makende eer om zo een roeping te erkennen.

Voor de meeste mensen zijn deze beloften niet eens zichtbaar. De meeste mensen kijken uit naar een fysieke stad met fysieke straten van fysiek goud waar ze over kunnen wandelen met hun fysieke lichamen van eeuwig vlees. Deze ideën geven de totale blindheid voor de dingen van de geest weer.

1Co 2:14  Maar de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen, die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden.

Ik verontschuldig me voor de lengte van deze email. Ik heb van de mogelijkheid gebruik gemaakt om een vraag te beantwoorden die voor veel van onze broeders al vele jaren een raadsel is. Er is geen poel van vuur "tot de duizend jaar geeindigt zijn" Dan zal "de poel van vuur, welke de tweede dood is" zijn dienst doen. Elke poging om de woorden van hoofdstuk 19 anders te verklaren is een poging om Gods Woord elkaar te laten tegenspreken. Er kan geen poel van vuur zijn zonder tweede opstanding voor de tweede groep van de mensheid die geen deel hebben aan "de zalige en heilige eerste opstanding"

Openb. 20:6  Zalig en heilig is hij, die deel heeft in de eerste opstanding; over deze heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en Christus zijn, en zij zullen met Hem als koningen heersen duizend jaren.

Je broeder in Christus

Mike

Wat is het doel van profetie?

Hoi Mike,


Ik wil je wat vragen met betrekking tot de doctrine van de onsterfelijkheid van de ziel en de opname theorie. Ik heb veel documenten gevonden en gelezen op je site die veel van mijn vragen beantwoorden, maar ik heb hulp nodig met de volgende verzen. Ik heb je uiteenzettingen gelezen aangaande de ouderlingen in Openbaringen 4 en de vraag die ik heb is dat de ouderlingen zowel als de mede broeder in hoofdstuk 19 en 22 er al lijken te zijn voor de laastste bazuin waar Paulus het over heeft in 1 Kor 15.

Je broeder in Christus

M____

Hoi M____,

Dank je voor je vraag.

Het doet me veel plezier te zien dat God je de genade heeft geschonken om de leugens aangaande een onsterfelijke ziel en een geheime opname te doorzien.

Je vraagt: Ik heb je uiteenzettingen gelezen aangaande de ouderlingen in Openbaringen 4 en de vraag die ik heb is dat de ouderlingen zowel als de mede broeder in hoofdstuk 19 en 22 er al lijken te zijn voor de laastste bazuin waar Paulus het over heeft in 1 Kor 15  ?

Ik kan uit je email opmaken dat je nog steeds moeite hebt met het doorgronden van een aantal Bijbelse principes welke,
wanneer je de mogelijkheid gegeven wordt ze te onthouden en toe te passen, je zullen helpen deze en veel andere vragen die je hebt te beantwoorden.

 Deze twee principes zijn:


1) God spreekt over "dingen die niet zijn, alsof zij waren."
(Gelijk geschreven staat: Ik heb u tot een vader van vele volken gesteld) voor Hem, aan Welken hij geloofd heeft, namelijk God, Die de doden levend maakt, en roept de dingen, die niet zijn, alsof zij waren; (Rom 4:17)

2) Elk Woord van God heeft altijd een is, was, en zal zijn toepassing.
Johannes aan de zeven Gemeenten, die in Azie zijn: genade zij u en vrede van Hem, Die is, en Die was, en Die komen zal; en van de zeven geesten, die voor Zijn troon zijn; (Openb. 1:4)

 Christus is "het Woord". Wat toegepast wordt op Christus, wordt ook toegepast op Zijn Woord. Iedereen die op onze wekelijkse Bijbelstudies komt of iswasandwillbe.com leest, weet hoe ik deze twee principes benadruk. Ik kan niet vaak genoeg het belang van dit karakter van het Woord van God benadrukken. Zo is ook de naam van de website ontstaan, iswasandwillbe.com (iswasenzalzijn.nl) Niemand zal ooit "God kennen en Jezus Christus die Hij gezonden heeft" zonder eerst tot het inzicht te komen dat Christus en Zijn woorden "zijn, waren, en zullen zijn" en als zodanig "geenszins voorbij zullen gaan"

Voorwaar, Ik zeg u: Dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, totdat al deze dingen zullen geschied zijn.
De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan. (Math. 24:34-35)

Joh. 17:3  En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den enigen waarachtigen God, en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt.

Christus verteld ons dat "Dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, totdat al deze dingen zullen geschied zijn." Wat betekent de zinsnede "al deze dingen"? Wat houd deze zinsnede in ? Het houd alle gebeurtenissen in waar Christus over gesproken heeft in de voorgaande verzen, wanneer de discipelen Hem vragen:

Math 24:3  "En als Hij op den Olijfberg gezeten was, gingen de discipelen tot Hem alleen, zeggende: Zeg ons, wanneer zullen deze dingen zijn, en welk zal het teken zijn van Uw toekomst, en van de voleinding der wereld [Grieks - aion - tijdperk] ?"

En hier is één van die voorgaande verzen die Christus uitsprak in Zijn antwoord aangaande de voleinding van dit tijdperk.

Matt 24:14  En dit Evangelie des Koninkrijks zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis allen volken; en dan zal het einde komen.

Als ik Matth 24 zou benaderen op de manier zoals jij je vraag stelt aangaande de vier dieren rond Gods troon, de 24 ouderlingen en de mede arbeider, dan zou ik vragen "Hoe kan Christus zeggen dat het einde van dit tijdperk komt in die generatie? Het is duidelijk dat we hier nog steeds zijn.

Het is niet mijn opzet om iemand iets op te dringen, maar diegenen wiens ogen geopend zijn voor het feit dat geheel Gods Woord in eerste instantie plaats vind binnenin elke gelovige en op de tweede plaats in de uitwendige zaken van de mensheid, duidelijk begrijpen dat "deze generatie" een veel wijdere toepassing heeft dan de fysieke generatie waarin Christus leefde in een lichaam van vlees en bloed. "deze generatie" refereert aan de generatie van alle jaren die de gelijkenissen van Christus lezen en begrijpen, sinds Zijn dood en opstanding.

Je zegt dat de vier dieren, de 24 ouderlingen en de mede-arbeider allen al daar zijn voor de zevende bazuin. En dat zijn ze ook, want de vier dieren, de 24 ouderlingen en de mede-arbeider zijn allen typeringen van Gods uitverkorenen, die ook nu medegezet zijn in de hemel in Christus Jezus, waar deze vier dieren, de 24 ouderlingen en de mede-arbeider gevonden worden.

Efe 2:6  En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus;


Openb 5:6  En ik zag, en ziet, in het midden van den troon, en van de vier dieren, en in het midden van de ouderlingen, een Lam, staande als geslacht, hebbende zeven hoornen, en zeven ogen; dewelke zijn de zeven geesten Gods, die uitgezonden zijn in alle landen.
Openb 5:7  En Het kwam, en heeft het boek genomen uit de rechter hand Desgenen, Die op den troon zat.
Openb 5:8  En als Het dat boek genomen had, vielen de vier dieren en de vier en twintig ouderlingen voor het Lam neder, hebbende elk citeren en gouden fiolen, zijnde vol reukwerks, welke zijn de gebeden der heiligen.
Openb 5:9  En zij zongen een nieuw lied, zeggende: Gij zijt waardig dat boek te nemen, en zijn zegelen te openen; want Gij zijt geslacht, en hebt ons Gode gekocht met Uw bloed, uit alle geslacht, en taal, en volk, en natie;
Openb 5:10  En Gij hebt ons onzen God gemaakt tot koningen en priesteren; en wij zullen als koningen heersen op de aarde.

Ik ben een jaar of tien lid geweest van een kerk die zijn leden onderwees dat als we de kerk maar zouden steunen tot de kerk in staat zou zijn hun versie van het Evangelie van het koninkrijk van God te verkondigen aan alle natien op aarde, dat dan Christus terug zou komen. Zulke dispensationele leer maakt van Christus een leugenaar. Christus heeft gezegd:
"Al deze dingen zullen vervuld worden in deze generatie". Dus, het evangelie van het Koninkrijk" en "het einde van het tijdperk" hadden moeten komen in "deze generatie", of Christus liegt.

Natuurlijk liegt Christus niet. De waarheid is dat Mattheus 24, net als elk ander Woord door Christus gesproken, een gelijkenis is:

Matt 13:34  Al deze dingen heeft Jezus tot de scharen gesproken door gelijkenissen, en zonder gelijkenis sprak Hij tot hen niet.

Ik denk dat je je al wel realiseert dat volgens Christus al de gelijkenissen zijn gesproken met als uitgesproken doel de menigte van zien, horen en begrijpen af te houden. "de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen te weten" vertelde Christus, is hen niet gegeven, daarom spreek ik tot de menigte die naar Mij komen in gelijkenissen. Voor het geval je hier niet van bewust bent, zijn hier de verzen die het duidelijk maken:

Mat 13:10  En de discipelen tot Hem komende, zeiden tot Hem: Waarom spreekt Gij tot hen door gelijkenissen?
Mat 13:11  En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Omdat het u gegeven is, de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen te weten, maar dien is het niet gegeven.
Mat 13:12  Want wie heeft, dien zal gegeven worden, en hij zal overvloediglijk hebben; maar wie niet heeft, van dien zal genomen worden, ook dat hij heeft.
Mat 13:13  Daarom spreek Ik tot hen door gelijkenissen, omdat zij ziende niet zien, en horende niet horen, noch ook verstaan.

Alles wat Christus zegt houdt dus verband met "de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen". "de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen" is een andere manier om te zeggen "de openbaring van Jezus Christus", daar het beiden binnenin ons plaatsvindt.


Luk 17:20  En gevraagd zijnde van de Farizeen, wanneer het Koninkrijk Gods komen zou, heeft Hij hun geantwoord en gezegd: Het Koninkrijk Gods komt niet met uiterlijk gelaat.
Luk 17:21  En men zal niet zeggen: Ziet hier, of ziet daar, want, ziet, het Koninkrijk Gods is binnen ulieden.

Er zijn twee dingen waarvan ons specifiek gezegd wordt dat ze binnenin ons zijn. Eén is "het koninkrijk van God" en de andere is "Christus in u, de Hoop der heerlijkheid"
Dit is "de verborgenheid van het Koninkrijk der hemelen, welke verborgen was van alle eeuwen en van alle geslachten."

Kol 1:26  Namelijk de verborgenheid, die verborgen is geweest van alle eeuwen en van alle geslachten, maar nu geopenbaard is aan Zijn heiligen;
Kol 1:27  Aan wie God heeft willen bekend maken, welke zij de rijkdom der heerlijkheid dezer verborgenheid onder de heidenen, welke is Christus in u, de Hoop der heerlijkheid;
Kol 1:28  Denwelken wij verkondigen, vermanende een iegelijk mens, en lerende een iegelijk mens in alle wijsheid, opdat wij zouden een iegelijk mens volmaakt stellen in Christus Jezus;
Kol 1:29  Waartoe ik ook arbeide, strijdende naar Zijn werking, die in mij werkt met kracht.

Het is in de Openbaring van Jezus Christus dat dit is, was en zal zijn karakter van Christus en Zijn Woord zo benadrukt wordt.

Je zegt:
De vraag die ik heb is dat de ouderlingen zowel als de mede broeder in hoofdstuk 19 en 22 er al lijken te zijn voor de laastste bazuin waar Paulus het over heeft in 1 Kor 15.

Wat voor zin zou het voor Gods uitverkorenen hebben om al voor de laatste bazuin weg te zijn ? We zijn niet Gods uitverkorenen op een bepaald moment op de weg die we gaan moeten, we zijn Gods uitverkorenen "voor de grondlegging der wereld". God weet precies wie Zijn uitverkorenen zijn, ook al blazen ze nu nog dreiging en moord tegen Zijn uitverkorenen. Bedenk je het principe dat God spreekt over "dingen die niet zijn, alsof zij waren."

2Tim 1:9 Die ons heeft zalig gemaakt, en geroepen met een heilige roeping; niet naar onze werken, maar naar Zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus, voor de tijden der eeuwen;

 
Hand. 9:1  En Saulus, blazende nog dreiging en moord tegen de discipelen des Heeren, ging tot de hogepriester,

Rom 4:17  (Gelijk geschreven staat: Ik heb u tot een vader van vele volken gesteld) voor Hem, aan Welken hij geloofd heeft, namelijk God, Die de doden levend maakt, en roept de dingen, die niet zijn, alsof zij waren;

Je bent vergeten dat de Bijbel geen geschiedenisboek is, maar een Boek van profetie. Hier is de Bijbelse defenitie van profetie:
1Kor 14:3  Maar die profeteert, spreekt den mensen stichting, en vermaning en vertroosting.

We worden in dit Boek van profetie dus gesticht (gebouwd), vermaand en vertroost aangaande hoe we ons leven moeten leiden. Dit is niet een Boek, zoals je vraag suggereert, wat zich bezighoud met een bepaalde orde van historische gebeurtenissen die naar een climax leiden in een werelds beeld. Het is veelmeer een Boek in welke we onszelf moeten ontdekken en waarin we onszelf door Gods genade gaan zien als Johannes "medearbeider" in Christus, achter ons kijkend om de stem te zien die ons Christus toont als is, was, en zal zijn, in ons geopenbaard als we "leven naar elk Woord wat uit Gods mond uitgaat... en bewaren hetgeen in dezelve geschreven is....tot het eind.

Openb. 1:10  "En ik was in den geest op den dag des Heeren; en ik hoorde achter mij een grote stem, als van een bazuin,"

"En ik keerde mij om, om te zien de stem, die met mij gesproken had."  Waarom kijken we achter ons ? Het antwoord is dat we niets zien in uitgewerkte vorm totdat het binnenin ons uitgewerkt is. We begrijpen niets van waarheid tot we het doorleeft hebben. En zo wordt ons duidelijke gezegd:

Mat 4:4  Doch Hij, antwoordende, zeide: Er is geschreven: De mens zal bij brood alleen niet leven, maar bij alle woord, dat door den mond Gods uitgaat.

En dat is waarom dit Boek begint en eidigt met de volgende woorden

Openb 1:3  Zalig is hij, die leest, en zijn zij, die horen de woorden dezer profetie, en die bewaren, hetgeen in dezelve geschreven is; want de tijd is nabij.
Openb 22:7  Zie, Ik kom haastiglijk zalig is hij, die de woorden der profetie dezes boeks bewaart.

"Ik kom haastiglijk ... bewaar de woorden van de profetie van dit boek...bewaart hetgeen in dezelfde geschreven is....want de tijd is nabij...Petrus zegt in overeenstemming hiermee;

1Pe 4:7  En het einde aller dingen is nabij; zijt dan nuchteren, en waakt in de gebeden.

"alle dingen"omvatten ook al de zeven bazuinen, die we binnen in ons moeten horen voor we waardig zijn "gekocht te zijn uit alle natien en te regeren met Hem" Het zou voor de hand liggend moeten zijn dat "deze generatie" de generatie is die deze profetie leest, en het zou voor de hand liggend moeten zijn dat over de vier dieren, de 24 ouderlingen en de mede arbeider gesproken wordt als zijnde overwinnaars, en welke gezeten zijn met Christus in de hemelen, "alsof zij waren" Dit is het karakter van Christus en Zijn "is, was, en zal zijn" woorden.

Om een voorbeeld te geven, kijk naar hoe Christus tegen Zijn Vader spreekt over Zijn discipelen, net voor ze Hem allemaal verlaten en zeggen dat ze Hem nooit gekend hebben:

Joh 17:6  Ik heb Uw Naam geopenbaard den mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij waren Uw, en Gij hebt Mij dezelve gegeven; en zij hebben Uw woord bewaard.

Dus wanneer je zegt...
Dat de ouderlingen zowel als de mede broeder in hoofdstuk 19 en 22 er al lijken te zijn voor de laastste bazuin waar Paulus het over heeft in 1 Kor 15, realiseer je dan dat God ziet en spreekt over het eind en al de zegels, bazuinen en plagen die nodig zijn om ons allemaal tot dat eind te brengen, alsof het allemaal alreeds gebeurt is.


De betekenis van het getal 7 in de Schrift is niet om een bepaalde orde te bepalen, maar om ons te vertellen dat we moeten leven bij alle Woord van God, en dat we er geen deel uit weg moeten laten of moeten onderschikken aan een ander deel.

Mat 4:4  Doch Hij, antwoordende, zeide: Er is geschreven: De mens zal bij brood alleen niet leven, maar bij alle woord, dat door den mond Gods uitgaat.
Luk 4:4  En Jezus antwoordde hem, zeggende: Er is geschreven, dat de mens bij brood alleen niet zal leven, maar bij alle woord Gods.

Wat de natuurlijke mens niet kan ontvangen is de waarheid dat daar Christus is, was, en zal zijn, dan volgt daaruit dat Zijn woorden en gedachten zijn, waren, en zullen zijn. En dat is inclusief de vier dieren in het midden van Zijn troon, en de 24 ouderlingen rond Zijn troon. Dit is ook de reden dat ik de website de naam iswasandwillbe.com heb gegeven. Elk Woord wat uit de mond Gods uitgaat is onderdeel van "de openbaring van Jezus Christus". De openbaring van Jezus Christus begint feitelijk in Genesis 1:1 en eindigd in Openbaringen 22:21

Wanneer je dus leest dat de 24 ouderlingen gekocht zijn "uit alle geslacht, en taal, en volk, en natie;" weten we dat dit onderdeel is van een profetie aangaande hoe Christus wordt geopenbaard aan ons, eerst en primair, binnenin diegenen die op een door God bepaald moment zullen regeren over de uitwendige "koninkrijken van deze wereld"

Openb 11:15  En de zevende engel heeft gebazuind, en er geschiedden grote stemmen in den hemel, zeggende: De koninkrijken der wereld zijn geworden onzes Heeren en van Zijn Christus, en Hij zal als Koning heersen in alle eeuwigheid.
Openb 11:16  En de vier en twintig ouderlingen, die voor God zitten op hun tronen, vielen neder op hun aangezichten, en aanbaden God,
Openb 11:17  Zeggende: Wij danken U, Heere God almachtig, Die is, en Die was, en Die komen zal! dat Gij Uw grote kracht hebt aangenomen, en als Koning hebt geheerst;
Openb 11:18  En de volken waren toornig geworden, en Uw toorn is gekomen, en de tijd der doden, om geoordeeld te worden, en om het loon te geven Uw dienstknechten, den profeten, en den heiligen, en dengenen, die Uw Naam vrezen, den kleinen en den groten; en om te verderven degenen, die de aarde verdierven.

"De zevende bazuin" is de "laatste bazuin". Kijk wat er gebeurt wanneer wanneer deze bazuin klinkt:

Openb 11:11  En na die drie dagen en een halven, is een geest des levens uit God in hen gegaan; en zij stonden op hun voeten; en er is grote vrees gevallen op degenen, die hen aanschouwden.
Openb 11:12  En zij hoorden een grote stem uit den hemel, die tot hen zeide: Komt herwaarts op. En zij voeren op naar den hemel in de wolk; en hun vijanden aanschouwden hen.
Openb 11:13  En in diezelfde ure geschiedde een grote aardbeving, en het tiende deel der stad is gevallen, en er zijn in de aardbeving gedood zeven duizend namen van mensen, en de overigen zijn zeer bevreesd geworden, en hebben den God des hemels heerlijkheid gegeven.

Er is een inwendige en een uitwendige vervulling van elke profetie, maar is het het doel van deze profetie om ons te vertellen wat we morgen moeten verwachten, of is het bedoeld om ons een handleiding te geven over de gebeurtenissen die ons morgen gaan overkomen ? Absoluut niet. We worden duidelijk verteld dat het volgende waarheid is:

Jakobus 4:14  Gij, die niet weet, wat morgen geschieden zal, want hoedanig is uw leven? Want het is een damp, die voor een weinig tijds gezien wordt, en daarna verdwijnt.

We zijn allemaal eerst uitwendig, vleselijk, daarna word het inwendig, geestelijk.


Openb 5:6  En ik zag, en ziet, in het midden van den troon, en van de vier dieren, en in het midden van de ouderlingen, een Lam, staande als geslacht, hebbende zeven hoornen, en zeven ogen; dewelke zijn de zeven geesten Gods, die uitgezonden zijn in alle landen.
Openb 5:7  En Het kwam, en heeft het boek genomen uit de rechter hand Desgenen, Die op den troon zat.
Openb 5:8  En als Het dat boek genomen had, vielen de vier dieren en de vier en twintig ouderlingen voor het Lam neder, hebbende elk citeren en gouden fiolen, zijnde vol reukwerks, welke zijn de gebeden der heiligen.
Openb 5:9  En zij zongen een nieuw lied, zeggende: Gij zijt waardig dat boek te nemen, en zijn zegelen te openen; want Gij zijt geslacht, en hebt ons Gode gekocht met Uw bloed, uit alle geslacht, en taal, en volk, en natie;
Openb 5:10  En Gij hebt ons onzen God gemaakt tot koningen en priesteren; en wij zullen als koningen heersen op de aarde.

Is er dan geen enkele volgorde van gebeurtenissen aangegeven in de Schrift ? Dat is er wel, maar in zeer vage termen en dat is met opzet zo, om de mens onwetend te houden van het weten van "het dag of het uur" of wat morgen brengen zal.

De Schrift stelt overduidelijk dat "niet wat geestelijk is, is eerst, maar wat vleselijk is, en daarna wat geestelijk is" . de Schrift maakt duidelijk dat de eerste Adam vooraf gaat aan de laatste Adam. de Schrift maakt het duidelijk dat "de man van zonde geopenbaart zal worden voor deze vernietigd wordt door het licht van de komst van Christus binnen in ons. Dit alles is wat Paulus en Petrus, en ook Johannes "de Openbaring van Jezus Christus" noemen.

Gal 1:12  Want ik heb ook hetzelve niet van een mens ontvangen, noch geleerd, maar door de openbaring van Jezus Christus.

1Petrus 1:13  Daarom opschortende de lenden uws verstands, en nuchteren zijnde, hoopt volkomenlijk op de genade, die u toegebracht wordt in de openbaring van Jezus Christus.

Openb. 1:1  De openbaring van Jezus Christus, die God hem gegeven heeft, om Zijn dienstknechten te tonen de dingen, die haast geschieden moeten; en die Hij door Zijn engel gezonden, en Zijn dienstknecht Johannes te kennen gegeven heeft;

Het doel van alle drie deze schrijvers is om "bereid te zijn" en om Gods uitverkorenen het begrip te geven over hoe God Zijn uitverkorenen sticht, en vermaant en vertroost. Geen van hen is geintresseerd in "de dag of het uur te weten" of "wat morgen brengen zal". Alle drie hebben in hun geschriften de intentie om Gods uitverkorenen te voeden met hun vaste voedsel op de door God gegeven tijd. Dat is ook het doel hier op IWZZ, niets meer, niets minder.

Mat 24:44  Daarom, zijt ook gij bereid; want in welke ure gij het niet meent, zal de Zoon des mensen komen.
Mat 24:45  Wie is dan de getrouwe en voorzichtige dienstknecht, denwelken zijn heer over zijn dienstboden gesteld heeft, om hunlieder hun voedsel te geven ter rechter tijd?
Mat 24:46  Zalig is die dienstknecht, welken zijn heer, komende, zal vinden alzo doende.
Mat 24:47  Voorwaar, Ik zeg u, dat hij hem zal zetten over al zijn goederen.

Luk 12:42  En de Heere zeide: Wie is dan de getrouwe en voorzichtige huisbezorger, dien de heer over zijn dienstboden zal zetten, om hun ter rechter tijd het bescheiden deel spijze te geven?
Luk 12:43  Zalig is de dienstknecht, welken zijn heer, als hij komt, zal vinden, alzo doende.
Luk 12:44  Waarlijk, Ik zeg ulieden, dat hij hem over al zijn goederen zetten zal.

Wie is de "getrouwe en voorzichtige huisbezorger" ? Is dat iemand die het nieuws van morgen uitgedokterd heeft ? Nee, die is het niet. De "getrouwe huisbezorger" zal zich zetten (heeft de intentie) "om hun ter rechter tijd het bescheiden deel spijze te geven"

Ik hoop dat dit je helpt te zien dat "God spreekt over "dingen die niet zijn, alsof zij waren." en dat we allemaal "leven bij elk Woord wat uit de mond Gods uitgaat" en dat we allemaal moeten "bewaren, hetgeen in dezelve geschreven is". Ik hoop ook dat je nu kan zien dat de vier dieren en de 24 ouderlingen de medearbeiders zijn, en uit noodzakelijkheid altijd daar moeten zijn, bewarende "hetgeen in dezelve geschreven is, want de tijd is nabij" in elke generatie die leest en begrijpt "de woorden dezer profetie"

Openb 1:3  Zalig is hij, die leest, en zijn zij, die horen de woorden dezer profetie, en die bewaren, hetgeen in dezelve geschreven is; want de tijd is nabij.

Openb 22:7  Zie, Ik kom haastiglijk zalig is hij, die de woorden der profetie dezes boeks bewaart.

We sterven dagelijks, en overwinnen, en houden onze vleselijke gedachten ondergeschikt, "tot het einde"

1Kor 15:31  Ik sterf alle dagen, hetwelk ik betuig bij onzen roem, dien ik heb in Christus Jezus, onzen Heere.
 
Mat 10:22  En gij zult van allen gehaat worden om Mijn Naam; maar die volstandig zal blijven tot het einde, die zal zalig worden.

Je broeder in Christus,

Mike

Wie zijn de zondaren en hypocrieten in Sion ?

Hoi Mike

Ik ben doof en ik gebruik gebarentaal om te communiceren. Ik vind het geweldig dat God mijn geestelijke blindheid aan het wegnemen is.

Ik hoop dat ik je één vraag mag stellen, als je het niet erg vind ?

De vraag is, betekent het Griekse woord 'aidios' eeuwig ? Dit woord komt maar twee keer voor in het Nieuwe Testament. Mijn vraag heeft betrekking op Judas 1:6, de engelen die in duisternis in "eeuwige" (aidios) banden bewaard zijn om hun ongehoorzaamheid. Is het waar dat God de engelen gemaakt heeft en hen voor eeuwig in duisternis en in banden houd voor hun ongehoorzaamheid ? Ik heb geleerd dat Gods verlossing door Christus Jezus voor de gehele wereld is, maar zijn deze engelen een uitzondering ?

Ik hoop dat je me kan helpen, ik stel het zeer op prijs.

B_____


Hoi B_____

Dank je voor je vraag.

Nee, deze engelen zijn geen uitzondering aan de verlossing die bewerkt is door Christus Jezus. Dat ook satan zelf onderworpen zal worden aan Christus is een duidelijke en heldere doctrine van Gods Woord.

Efe 1:10  "Om in de bedeling van de volheid der tijden, wederom alles tot een te vergaderen in Christus, beide dat in den hemel is, en dat op de aarde is;"

Fillip. 2:10  "Opdat in den Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen, die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn."

Deze twee verzen omvatten alles, zowel in het fysieke als in het geestelijke van "dergenen, die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn."

Hier volgen de twee verzen waar het woord "aidios" gebruikt wordt in het Nieuwe Testament.

Rom 1:20 "Want Zijn onzienlijke dingen worden, van de schepping der wereld aan, uit de schepselen verstaan en doorzien, beide Zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid, opdat zij niet te verontschuldigen zouden zijn."

Judas 1:6 "En de engelen, die hun beginsel niet bewaard hebben, maar hun eigen woonstede verlaten hebben, heeft Hij tot het oordeel des groten dags met eeuwige banden onder de duisternis bewaard."

In geen van deze beide verzen is het woord "eeuwige" zoals wij dat in de Nederlandse taal begrijpen van toepassing. Dit woord heeft dezelfde wortel als "aion". De engelen worden niet bewaard in "eeuwigheid" maar tot (niet eeuwig) het oordeel des groten dags.

Wat is oordeel ?

1Co 11:32  "Maar als wij geoordeeld worden, zo worden wij van den Heere getuchtigd, opdat wij met de wereld niet zouden veroordeeld worden."
Hier is weer zo een "recht voor zijn raap" defenitie in de Heilige Schrift waarvoor het "orthodoxe christendom" geen ogen heeft om te zien en geen oren om te horen.

"Maar als wij geoordeeld worden, zo worden wij van den Heere getuchtigd". Oordeel is een tuchtigend proces. Dat is wat oordeel IS. En alle tuchtiging gebeurt met het het doel om het onderwerp van die tuchtiging te corrigeren. Eeuwige fysieke marteling en kwelling in fysiek vuur heeft geen doel in zich. Het is een doctrine die letterlijk de naam van God , Die liefde is en Die " wil, dat alle mensen zalig worden, en tot kennis der waarheid komen." (1Ti 2:4) op een vreselijke manier lastert.

"Dat we niet met de wereld veroordeelt zullen worden" refereert aan een later "oordeel des groten dags" Het "oordeel des groten dags" refereert aan "het oordeel (tuchtiging) voor de grote witte troon" En wat is oordeel ? "Maar als wij (of zij, satan en zijn engelen zullen in Gehenna vuur geworpen worden) geoordeeld worden, zo worden wij van den Heere getuchtigd"

Hier zijn de verzen die ons dit leren:

Mat 25:41 "Dan zal Hij zeggen ook tot degenen, die ter linker hand zijn: Gaat weg van Mij, gij vervloekten, in het eeuwige (aionische - tijdperk met een begin en een eind) vuur, hetwelk den duivel en zijn engelen bereid is."

Rev 20:10  "En de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in den poel des vuurs en sulfers, alwaar het beest en de valse profeet zijn; en zij zullen gepijnigd worden dag en nacht in alle eeuwigheid." (tijdperken van de tijdperken)


Satan en zijn boodschappers, zowel fysiek als geestelijk, zijn op dat moment allen geestelijke lichamen en in uiterste nood om "geoordeeld" te worden. Dit betekent dat ook zij "van den Heere getuchtigd worden" En dat is precies wat "de poel van vuur" doet en ook bereikt. De "poel van vuur" kastijd satan en zijn boodschappers net zo lang tot ze bij hun Maker gebracht kunnen worden.

Php 2:10  "Opdat in den Naam van Jezus zich zou buigen alle (inclusief satan en zijn boodschappers) knie dergenen, die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn".
Php 2:11 "En alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere zij, tot heerlijkheid Gods des Vaders."

Daar je niet kan zeggen dat Jezus Christus de Heere is dan door de Heilige Geest, moeten we vaststellen dat satan en zijn boodschappers de Heilige Geest zullen ontvangen zodat zij kunnen belijden dat Jezus Christus de Heere is, tot heerlijkheid van God de Vader.

1Co 12:3  "Daarom maak ik u bekend, dat niemand, die door den Geest Gods spreekt, Jezus een vervloeking noemt; en niemand kan zeggen, Jezus den Heere te zijn, dan door den Heiligen Geest."

Dit vers spreekt boekdelen over degenen die "Christus Heere Heere noemen, maar niet de dingen doen die Hij zegt"  Deze mensen, uitgaand van dit vers, hebben nu nog niet Gods Heilige Geest.

Er is echter geen reden om angstig of ongerust over overleden geliefden te zijn daar:

Rom 5:20  "Maar de wet is bovendien ingekomen, opdat de misdaad te meerder worde; en waar de zonde meerder geworden is, daar is de genade veel meer overvloedig geweest;"

Naast deze feitelijke uitspraak word ons ook in de Schrift verteld dat Christus naar deze wereld is gekomen om:
Mat 18:11  "Want de Zoon des mensen is gekomen om zalig te maken, dat verloren was."

Waar de hele christelijke wereld onwetend over is, is dat "de poel van vuur" het grootste, geweldigste werk van genade is in de historie van de mensheid. Hier is waarom:

Tit 2:11  "Want de zaligmakende genade Gods is verschenen aan alle mensen."
Tit 2:12  "En onderwijst (Grieks - paideuo - kastijden)  ons, dat wij, de goddeloosheid en de wereldse begeerlijkheden verzakende, matig en rechtvaardig, en godzalig leven zouden in deze tegenwoordige wereld;"

Het wordt allemaal bereikt door de kastijdende genade van God. Zelfs satan en zijn boodschappers zullen gekastijd worden tot ze  goddeloosheid "verzaken", wat bereikt wordt in deze geestelijke "poel van vuur". Hij zal daar zijn met al zijn boodschappers uit alle eeuwen van de mensheid. En wie precies is het die deze poel van vuur omvat in welke satan en zijn boodschappers gepijnigd maar uiteindelijk verlost zullen worden ? Hier is het anwoord voor degenen die het kunnen ontvangen:

Heb 12:29  "Want onze God is een verterend vuur."

Onze God is een geestelijk  verterend vuur. Wat maakt dat ons, als we in Christus zijn ?

1Jn 3:2  "Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen. Maar wij weten, dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is."

Wij zullen Hem gelijk wezen, en Hij is een "verterend vuur" Met dit alles in onze gedachten, laten we kijken naar de volgende drie verzen:

Rom 11:30  "Want gelijkerwijs ook gijlieden eertijds Gode ongehoorzaam geweest zijt, maar nu barmhartigheid verkregen hebt door dezer ongehoorzaamheid;"
Rom 11:31 "Alzo zijn ook dezen (alle ongelovigen) nu ongehoorzaam geweest, opdat ook zij door uw barmhartigheid zouden barmhartigheid verkrijgen."
Rom 11:32  "Want God heeft hen allen onder de ongehoorzaamheid besloten, opdat Hij hun allen zou barmhartig zijn."

"opdat ook zij (allen in ongeloof) door uw barmhartigheid zouden barmhartigheid verkrijgen." NIET een eeuwige pijniging met letterlijk vuur. Dat "vuur" symboliseert het vurige reinigende Woord van God. Maar wie heeft die Woorden ? Deze Woorden komen alleen uit de monden van Gods uitverkorenen. Het is alleen in de monden van Gods symbolische
"twee getuigen". En twee is een symbool voor allen die trouw zijn aan de getuigenis van Jezus Christus en Zijn Woorden. En wanneer iemand door genade trouw is aan die Woorden van Christus, dan is dit wat die Woorden doen:

Jer 5:14  "Daarom zegt de HEERE, de God der heirscharen, alzo, omdat gijlieden dit woord spreekt: Ziet, Ik zal Mijn woorden in uw mond tot vuur maken, en dit volk tot hout, en het (Christus Woorden) zal hen verteren."

En zo word ons in het elfde hoofdstuk van de Openbaring van Jezus Christus verteld aangaande hen die trouw zijn aan de Woorden van Christus:
Rev 11:5  "En zo iemand die wil beschadigen, een vuur zal uit hun mond uitgaan, en zal hun vijanden verslinden; en zo iemand hen wil beschadigen, die moet alzo gedood worden."

Het zijn de Woorden van Christus, die voortkomen uit de monden van Gods uitverkorenen die "verteren" en die de vertegenwoordigers van het orthodoxe christendom van vandaag geestelijk zullen doden. Zo is het altijd geweest, en zo zal het zijn tot en met de gebeurtenis die omschreven wordt als "de poel van vuur"

Zie wie het zijn die deze poel van vuur omvatten:

Isa 33:14  "De zondaren te Sion zijn verschrikt; beving heeft de huichelaren aangegrepen; zij zeggen: Wie is er onder ons, die bij een verterend vuur wonen kan? Wie is er onder ons, die bij een eeuwigen gloed wonen kan?"

Dit is een redelijke vraag en het verdient een reël en waarheids getrouw antwoord. Voor allen die het kunnen ontvangen komt hier het antwoord op deze vraag. Het verteld ons exact wie en wat deze "poel van vuur" is.

Isa 33:15  "Die in gerechtigheden wandelt, en die billijkheden spreekt; die het gewin der onderdrukkingen verwerpt; die zijn handen uitschudt, dat zij geen geschenken behouden; die zijn oor stopt, dat hij geen bloedschulden hore, en zijn ogen toesluit; dat hij het kwade niet aanzie;"

Dit is niet wat er in het christendom onderwezen wordt. De zondaren en huichelaren zijn het christendom. Het was het christendom die de moorddadige inquisitie over het volk van God bracht. Het was in opdracht van Maarten Luther dat weer zeer veel katholieken zijn vermoord om nog maar te zwijgen over het anti semitische karakter van Maarten Luther.
Het was in opdracht van Johannes Calvijn dat de strot van Michael Servetus werd doorgesneden zodat Servetus zijn onschuld niet meer uit kon spreken voordat hij op de brandstapel werd verbrand. Dit is het "christendom" wat zo trots word aangeprezen door de voorgangers, dominee's of andere leidinggevenden in het christendom van vandaag. Onder deze mensen vallen ... en dan komen er een hele rij beroemde Amerikaanse TV dominee's. Zij zijn de zondaren en hypocrieten in Sion, die, net als dominee Adrian Roger, je zonder met hun ogen te knipperen zullen vertellen dat de woorden van Christus "maar Ik zeg u: Heb uw vijanden lief" feitelijk betekent "tenzij hij echt je vijand is en probeert jou en je familie fysiek pijn te doen, en dan hoef je (volgens dominee Adrian Rogers) deze man niet over Christus te vertellen om te proberen hem zijn kwade weg te laten zien, nee, dan vertrap je hem als een kakkerlak"

Dit is niet een woord voor woord quote, maar het komt er heel dicht bij. Waar zou de verloren wereld zijn als onze Verlosser, van wie deze zelfde hypocrieten claimen dat ze namens Hem spreken en Hem vertegenwoordigen, Zich zou vereenzelvigen met hun defenitie van "heb uw vijanden lief" ? Christus kon met een knip van Zijn vingers twaalf legioen engelen tot Zich roepen en Hij had precies kunnen doen wat dominee Adrian Rogers jou en mij adviseert te doen wanneer geconfronteerd met dezelfde kwade situatie. Christus had met gemak allen in die menigte kunnen vertrappen als kakkerlakken om Zichzelf en zijn familie te beschermen. In plaats daarvan deed Hij wat wij allen zouden moeten doen in zo een situatie. Hij plaatste zichzelf voor de dreiging en maakte dat zijn discipelen konden wegkomen. En Hij deed dit zonder de levens te nemen van hen die Zijn leven wilde nemen. Dit is het antwoord op dit soort situaties. Luister niet naar Adrian Rogers, luister naar de woorden van onze Heer en Verlosser:

Mat 26:51 En ziet, een van degenen, die met Jezus waren, de hand uitstekende, trok zijn zwaard uit, en slaande den dienstknecht des hogepriesters, hieuw zijn oor af.
Mat 26:52  Toen zeide Jezus tot hem: Keer uw zwaard weder in zijn plaats; want allen, die het zwaard nemen, zullen door het zwaard vergaan.
Mat 26:53  Of meent gij, dat Ik Mijn Vader nu niet kan bidden, en Hij zal Mij meer dan twaalf legioenen engelen bijzetten?
Mat 26:54  Hoe zouden dan de Schriften vervuld worden, die zeggen, dat het alzo geschieden moet?

Veel oorlogsveteranen die "het zwaard trekken" en de fysieke vijanden van God, familie of vaderland "geslagen" hebben zijn een natuurlijke dood gestorven. En toch is het Woord van God waarheid; ze zullen allen het beest binnenin met "het zwaard" moeten doden. Het vurige zwaard dat dit gaat bewerkstelligen in de levens van deze mannen,is:

"Ik zal Mijn woorden in uw mond tot vuur maken, en dit volk tot hout, en het (Christus Woorden) zal hen verteren."   (Jer 5:14)

Openb. 13:3  En ik zag een van zijn hoofden als tot den dood gewond, en zijn dodelijke wonde werd genezen; en de gehele aarde verwonderde zich achter het beest.

Wat is het wat een dodelijke wond veroorzaakt aan het beest binnenin ons allemaal ?

Rev 13:14  En verleidt degenen, die op de aarde wonen, door de tekenen, die aan hetzelve toe doen gegeven zijn in de tegenwoordigheid van het beest; zeggende tot degenen, die op de aarde wonen, dat zij het beest, dat de wond des zwaards had, en weder leefde, een beeld zouden maken.

Degenen met ogen om te zien en oren om te horen weten precies wat het zwaard is wat het beest dood. Het is een ongeloofelijk feit dat dit zwaard ook "vurig zwaard" genoemd wordt:

Gen 3:24  En Hij dreef den mens uit; en stelde cherubim tegen het oosten des hofs van Eden, en een vlammig lemmer eens zwaards, dat zich omkeerde, om te bewaren den weg van den boom des levens.

De "weg van de boom des levens" is de "smalle weg". Het is de "maar Ik (Christus) zeg u" weg van "heb uw vijanden lief". Het is de "Weg" die zo veracht en verworpen wordt door alle dominees, priesters en voorgangers in het hedendaagse christendom. Wat ze verachtten zijn de woorden van onze Heer. En daar onze Heer het Woord is, is dat wat ze verachtten en dus niet kunnen ontvangen Christus zelf.

Lees de woorden van één van mijn tegenstanders:

"Sinds wanneer is "heb uw vijanden lief" gelijk aan "gij zult niet doden"? God heeft lief, en God doodt. Hij heeft de hele wereld gedood behalve Noach en zijn gezin." Dit is een woord voor woord knippen-plakken. Het is precies dezelfde geest die uit de mond van dominee Adrian Rogers vloeit en uit geheel het christendom van vandaag.


Je vraagt je toch af wat "heb uw vijanden lief" precies voor deze mensen betekent. Het is duidelijk dat dit niet hetzelfde is als wat Christus zegt en voorleeft.

Mat 5:38  Gij hebt gehoord, dat gezegd is: Oog om oog, en tand om tand.
Mat 5:39  Maar Ik zeg u, dat gij den boze (het kwaad, een kwaaddoener) niet wederstaat; maar, zo wie u op de rechterwang slaat, keert hem ook de andere toe;

Het onderwijzen van deze doctrine zou gemakkelijk kunnen leiden tot "En gij zult van allen gehaat worden om Mijns Naams wil" Dit is een offer wat de dominee's, priesters en voorgangers van de massa niet kunnen brengen. Het is hen niet gegeven om de geheimenissen van het Koninkrijk van God te zien en te begrijpen.

 Mat 13:10  En de discipelen tot Hem komende, zeiden tot Hem: Waarom spreekt Gij tot hen door gelijkenissen?
Mat 13:11  En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Omdat het u gegeven is, de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen te weten, maar dien (de massa's die ook vandaag de dag naar Christus komen, en "geroepen" maar niet "uitverkoren" zijn) is het niet gegeven.

Wederstaat het kwade niet is dwaasheid voor de "geroepen" maar niet "uitverkoren" "zuigelingen in Christus" (1 Kor 3:1-4) Ze krijgen dan de eer en het respect van de miljoenen andere "zuigelingen in Christus" maar ze zullen niets anders dan "toorn ....., in den dag des toorns" oogsten (Matth 2:5) want de Woorden van de Heer die ze zeggen te dienen worden veracht. Ze zijn niet "waarlijk Mijn discipelen" maar ze zijn veel meer "de joden die in Hem geloofden" maar "zochten Hem te doden"

Joh 8:30  Als Hij deze dingen sprak, geloofden velen in Hem.
Joh 8:31  Jezus dan zeide tot de Joden, die in Hem geloofden: Indien gijlieden in Mijn woord blijft, zo zijt gij waarlijk Mijn discipelen;
Joh 8:32  En zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.
Joh 8:33  Zij antwoordden Hem: Wij zijn Abrahams zaad, en hebben nooit iemand gediend; hoe zegt Gij dan: Gij zult vrij worden?
Joh 8:34  Jezus antwoordde hun: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Een iegelijk, die de zonde doet, is een dienstknecht der zonde.
Joh 8:35  En de dienstknecht blijft niet eeuwiglijk in het huis, de zoon blijft er eeuwiglijk.
Joh 8:36  Indien dan de Zoon u zal vrijgemaakt hebben, zo zult gij waarlijk vrij zijn.
Joh 8:37  Ik weet, dat gij Abrahams zaad zijt; maar gij (de joden die in Hem geloofden) zoekt Mij te doden; want Mijn woord heeft in u geen plaats.

Wanneer Christus vandaag, in het vlees, lijfelijk, dezelfde boodschap zou prediken die Hij altijd predikte, dan zou Hij "gehaat worden door allen" Hij zou het meest gehaat worden door de leiders van het hedendaagse christendom. Zij zouden weer "zoeken Hem te doden"

Geen van deze leiders begrijpt dit vers uit het geinspireerde Woord van God:

Kol 1:24  Die mij nu verblijde in mijn lijden voor u, en vervulle in mijn vlees de overblijfselen van de verdrukkingen van Christus, voor Zijn lichaam, hetwelk is de Gemeente;

Weet je, Christus is hier vandaag. Hij is hier om verdrukt te worden. Dit wordt alles vervult in de levens en lichamen van Zijn uitverkorenen. Hier is waarom:

1Jn 4:17  Hierin is de liefde bij ons volmaakt, opdat wij vrijmoedigheid mogen hebben in den dag des oordeels, namelijk dat gelijk Hij is, wij ook zijn in deze wereld.

Vervullen dominee Adrian Rogers, of een van de andere dominee's in het christendom "in hun lichaam de overblijfselen van de verdrukkingen van Christus" ? Hoe zouden ze dat kunnen als ze op hetzelfde moment Zijn woorden teniet doen ? Kunnen dominee Rogers, of R.C. Sproul die deze week toegaf dat hij nog geen 5 minuten in zijn gehele leven met zijn heel zijn hart "in Christus" is geweest oprecht zeggen: "Als Hij is, zo zijn wij in deze wereld" ? Is er ook maar één van deze mensen die naast Christus staat en feitelijk "heb uw vijanden lief" onderwijst ? Nee, er is niet één zo een dominee in het orthodoxe christendom van vandaag. Om met Christus te staan zal je uit het orthodoxe christendom en zijn doctrines moeten komen, en dat is veel moeilijker dan het vlees kan verdragen. Ik heb het zeker niet in MIJZELF om dat te kunnen.

Joh 15:4  Blijft in Mij, en Ik in u. Gelijkerwijs de rank geen vrucht kan dragen van zichzelve, zo zij niet in den wijnstok blijft; alzo ook gij niet, zo gij in Mij niet blijft.
Joh 15:5  Ik ben de Wijnstok, en gij de ranken; die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen.


Er is er Eén die het wel in Zichzelf heeft om Zijn vijanden lief te hebben. En als Hij in mij is, en ik "in Hem blijf"  dan kan ik ook, samen met de apostel Paulus uitspreken:

Php 4:13  Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft.

Ondanks dat de hele christelijke wereld het overgrote deel van de mensheid veroordeelt tot een eeuwigheid van pijn in letterlijk vuur, (en dit word vandaag de dag wat "lieflijker" gebracht en noemt men het "Godverlatenheid") , samen met de duivel en zijn boodschappers, is de waarheid dat:

1Co 15:22  Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden.

Het is waarheid dat:

Fillip 2:10  Opdat in den Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen, die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn.
Fillip 2:11  En alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere zij, tot heerlijkheid Gods des Vaders.

In de hemel, op de aarde en onder de aarde is zeker inclusief satan en zijn engelen. Als je het nog niet gedaan hebt, raad ik je aan Een kracht der dwaling, elders op deze site, te lezen. Ik raad je ook aan de documenten aangaande "Gevallen Engelen" en "Geesten in gevangenschap" te lezen. (nog niet vertaald, zijn te vinden op www.iswasandwillbe.com)

Ik hoop dat dit je helpt "de dingen die van de geest van God zijn" beter te begrijpen.


1Co 2:13  Dewelke wij ook spreken, niet met woorden, die de menselijke wijsheid leert, maar met woorden, die de Heilige Geest leert, geestelijke dingen met geestelijke samenvoegende.
1Co 2:14  Maar de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen, die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden.

Je broeder in Christus,

Mike

Aionisch leven versus Eeuwig leven


Beste Mike,

Onlangs sprak ik met een vriend over universele redding door Christus, en hij is erg enthousiast. Na met hem gesproken te hebben over de betreffende bijbelgedeeltes heb ik hem de sites van J Preston Eby en natuurlijk jouw site aangeraden om tot begrip te komen van deze doctrine en andere onderwerpen daar rond omheen. Ik hoop eigenlijk dat je mij Mattheus 25:46 uit kan leggen en hoe het woord aion gebruikt wordt in die passage. Ik begrijp het wel tot op zekere hoogte, maar mijn vriend zegt dat het de enige reden is waarom hij zich niet kan overeenstemmen met de doctrine van Alverzoening. Als aion een tijdperk is (wat ik geloof), dan is ons eeuwig leven waar over gesproken wordt niet echt eeuwig. Ik weet dat verlossing een proces is in ons leven, en verlossing zou omschreven moeten worden als een voortgaand proces.


Ik hoop dat je begrijpt wat ik bedoel. Je gedachten over dit onderwerp worden op prijs gesteld.

Bedankt,
K______


Hoi K_____

Je zegt:
Als aion een tijdperk is (wat ik geloof), dan is ons eeuwig leven waar over gesproken wordt niet echt eeuwig.

Dit is de manier van redeneren van iedereen die grootgebracht is met de doctrine die leert dat het Griekse woord 'aion' 'eeuwig' betekend. Ik heb deze zelfde vraag gesteld toen ik begon te leren dat God een liefhebbende Vader is.

Dit is het vers waar het over gaat:
Mat 25:46  "En dezen zullen gaan in de eeuwige [Grieks: Strongs #G166 - aionios] pijn; maar de rechtvaardigen in het eeuwige [Grieks: Strongs #G166 - aionios] leven."

Ik ga er van uit dat jij je bewust bent van de Schrift die kraakhelder aangeven dat het woord "aion" geen "eeuwigheid" kan betekenen:

 Mat 24:3  "En als Hij op den Olijfberg gezeten was, gingen de discipelen tot Hem alleen, zeggende: Zeg ons, wanneer zullen deze dingen zijn, en welk zal het teken zijn van Uw toekomst, en van de voleinding der wereld ?"

 [Het woord "aion" word hier vertaald met "wereld", dit terwijl er een Grieks woord voor wereld is, namelijk "kosmos", maar het gaat hier over de voleinding van het "aion", en een eeuwigheid heeft geen voleinding, vandaar, "aion" kan niet met eeuwig of een woord met een dergelijke strekking vertaald worden]

2Tim 1:9 "Die ons heeft zalig gemaakt, en geroepen met een heilige roeping; niet naar onze werken, maar naar Zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus, voor de tijden der eeuwen;"

 [Het woord "aion" word hier vertaald met "voor de tijden der eeuwen" (pro chronos aionios). Ook hier is het overduidelijk dat "aion" en "aionios" niets met eeuwig te maken hebben, en alles met een tijdperk]

Met deze Schriftuurlijke feiten voor ogen, wil ik je duidelijk maken dat het opgewekt worden en het te ontvangen leven gedurende de komende "aionen" tijdperken, het leven is wat de "overwinnaars" de "weinig uitverkoren" scheiden van degenen die niet overwinnen terwijl ze in dit vat van klei leven. Degenen die het Evangelie horen en niet overwinnen, zijn degenen waar Christus aan refereert als "de veel geroepen". De veel geroepen worden niet opgewekt in de eerste opstanding en zullen niet met Christus regeren in de komende "aionen" tijdperken. Zij zullen geoordeeld en verzoend worden met God in "de poel van vuur" door diegenen die heerschappij over hen hebben op dat moment.

Obadja 1:21 "En er zullen heilanden (de overwinnaars die de wereld en engelen zullen oordelen - 1 Kor 6: 2-3) op den berg Sions opkomen, om Ezau's gebergte te richten; en het koninkrijk zal des HEEREN zijn."

Rev 20:6 "Zalig en heilig is hij, die deel heeft in de eerste opstanding (de overwinnaars) ; over deze heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en Christus zijn, en zij zullen met Hem als koningen heersen duizend jaren."

Dit zal allemaal gedurende deze tijdperken "aionen" geschieden.

Enige connectie tussen onze onsterfelijkheid en het einde van de tijdperken "aionen" worden in de tekst gelezen door de foutieve doctrines van de mens, die ons geconditioneerd hebben te denken dat aion eeuwig betekent, en dat betekent het niet.

Als ik je zou zeggen dat  "al het gedierte des wouds is Mijn, de beesten op duizend bergen." Psa 50:10, zeg ik dan dat de beesten op berg duizend en één niet van God zijn ? Nee, dat zeg ik niet. "Want de aarde is des Heeren, en de volheid derzelve." 1Co 10:26.

Als ik je zou vertellen dat God is "de God van Abraham, Izaak en Jacob", ontken ik dan dat Hij niet de God is van Job, David, Jozef, jou en mij ? Nee, natuurlijk niet....dat is absurd.

Hetzelfde geldt wanneer Christus ons zegt dat "de rechtvaardigen zullen gaan in aionisch leven" het absurd is te suggereren dat Hij dan de belofte ontkend waarin Hij "onvergankelijkheid" belooft,  of "onsterfelijkheid" en "dodeloosheid".

"Onvergankelijkheid" betekend "niet onderworpen aan vergankelijkheid". "Onsterfelijkheid" betekend "niet onderworpen aan dood". Dit is het gezamelijke lot van de gehele mensheid van alle tijd en plaats door het volbrachte offer van Jezus Christus

1Kor 15:22 "Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden."
1Kor 15:53 "Want dit verderfelijke moet onverderfelijkheid aandoen, en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen."

De tweede "allen" zijn dezelfde als de eerste "allen". Onsterfelijkheid, niet aionisch leven, is het gezamelijke lot van de gehele mensheid, of ze "waardig gerekend" worden om met Christus te regeren in Zijn "aionische Koninkrijk" of niet. Degenen die "aionische straf" ontvangen zijn zeker levend gedurende deze straf. Dit wordt gecontrasteerd in de Schrift met het "overvloedig leven" wat degenen ontvangen die "aionisch leven" krijgen. "Aionisch leven" staat tegenover "Aionische straf"

Joh 10:10 "De dief komt niet, dan opdat hij stele, en slachte, en verderve; Ik ben gekomen, opdat zij het leven hebben, en overvloed hebben."

"Want Hij moet als Koning heersen, totdat (en niet langer) Hij al de vijanden onder Zijn voeten zal gelegd hebben.
De laatste vijand, die te niet gedaan wordt, is de dood. Want Hij heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen. Doch wanneer Hij zegt, dat Hem alle dingen onderworpen zijn, zo is het openbaar, dat Hij uitgenomen wordt, Die Hem alle dingen onderworpen heeft. En wanneer Hem alle dingen zullen onderworpen zijn, dan zal ook de Zoon Zelf onderworpen worden Dien, Die Hem alle dingen onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen." (1 Kor 15: 25-28)

Ik hoop dat dit jou en je vriend helpt.

Mike

Wie zijn respectievelijk de koningen van Tyrus en Babylon uit Ezechiel 28 en Jesaja 14 ?

Hi Mike,


Dank je voor de inzichten die je geeft. Ik ben wat verschillende bijbelgedeelten aan het bestuderen en ik hoop dat je me kan helpen met Ezechiël 28.


Vers 13: Wat hebben alle edelstenen en diamanten van doen met de koning ?
Vers 14: Wat is de heilige berg van God en de vurige stenen ?
Vers 16: Waarom wordt hij steeds “overdekkende cherub” genoemd ?


 Ik hoop dat je me kan helpen dit beter te begrijpen. Je antwoord wordt op prijs gesteld.


Alvast bedankt,                                                                                                 
M____

Hoi M____,

Dank je voor je vraag. Het antwoord is: Het is alles binnen in ons.

De stenen en diamanten zijn Gods kostbare waarheden die aan Zijn "gezalfden” worden gegeven. Koning Saul was gezalfd door God en toch zocht hij Gods uitverkorene te doden.


“En hij zeide tot zijn mannen: Dat late de HEERE ver van mij zijn, dat ik die zaak doen zou aan mijn heer, den gezalfde des HEEREN, dat ik mijn hand tegen hem uitsteken zou; want hij is de gezalfde des HEEREN!” (1 Sam 24:6)

"Uw ogen hebben mijn ongevormde klomp gezien; en al deze dingen waren in Uw boek geschreven, de dagen als zij geformeerd zouden worden, toen nog geen van die was" (Psalm 139:16)

 
Beiden types, zowel Saul als David,  zijn op de gezette tijd binnen in ons, de geestelijke conditie waar we in verkeren. Alles heeft een bestemden tijd, en alle voornemen onder den hemel heeft zijn tijd.


"Er is een tijd om geboren te worden, en een tijd om te sterven; een tijd om te planten, en een tijd om het geplante uit te roeien; Een tijd om om te doden, en een tijd om te genezen; een tijd om af te breken, en een tijd om te bouwen; Een tijd om te wenen, en een tijd om te lachen; een tijd om te kermen, en een tijd om op te springen; Een tijd om stenen weg te werpen, en een tijd om stenen te vergaderen; een tijd om te omhelzen, en een tijd om verre te zijn van omhelzen;   Een tijd om te zoeken, en een tijd om verloren te laten gaan; een tijd om te bewaren, en een tijd om weg te werpen; Een tijd om te scheuren, en een tijd om toe te naaien; een tijd om te zwijgen, en een tijd om te spreken; Een tijd om lief te hebben, en een tijd om te haten; een tijd van oorlog, en een tijd van vrede. Wat voordeel heeft hij, die werkt, van hetgeen hij bearbeidt? Ik heb gezien de bezigheid, die God den kinderen der mensen gegeven heeft, om zichzelven daarmede te bekommeren. (Andere vertalingen hebben hier " om hen nederigheid te leren") Hij heeft ieder ding schoon gemaakt op zijn tijd; ook heeft Hij de eeuw in hun hart gelegd, zonder dat een mens het werk, dat God gemaakt heeft, kan uitvinden, van het begin tot het einde toe." (Pred. 3: 1-11)

 
Kostbare stenen zijn als kostbare metalen in de Schrift. Ze worden aan Gods gezalfde gegeven, en Gods gezalfden misbruiken ze en gedragen zich alsof ze deze rijkdom uit eigen kracht en kunnen hebben verkregen..we doen allemaal dezelfde dingen:

"Daartoe hebt gij genomen de vaten uws sieraads van Mijn goud en van Mijn zilver, dat Ik (God) u gegeven had, en gij hebt u mansbeelden (valse doctrines) gemaakt, en gij hebt met dezelve gehoereerd." (Eze. 16:17)

Alle machten die zijn, zijn van God ingesteld.


"Alle ziel zij den machten, over haar gesteld, onderworpen; want er is geen macht dan van God, en de machten, die er zijn, die zijn van God geordineerd." (Rom 13:1)


De koning van Tyrus was ook “van God geordineerd”, Maar net als koning Nebukadnezar voor hem, beschouwde de koning van Tyrus zichzelf als de bron en de kracht van de macht die hij had.


“Sprak de koning (Nebukadnezar) , en zeide: Is dit niet het grote Babel, dat ik gebouwd heb tot een huis des koninkrijks, door de sterkte mijner macht, en ter ere mijner heerlijkheid! Dit woord nog zijnde in des konings mond, viel er een stem uit den hemel: U, o koning Nebukadnezar! wordt gezegd: Het koninkrijk is van u gegaan. En men zal u van de mensen verstoten, en uw woning zal bij de beesten des velds zijn; men zal u gras te smaken geven, als den ossen, en er zullen zeven tijden over u voorbijgaan, totdat gij bekent, dat de Allerhoogste over de koninkrijken der mensen heerschappij heeft, en dat Hij ze geeft, aan wien Hij wil. Ter zelfder ure werd dat woord volbracht over Nebukadnezar, want hij werd uit de mensen verstoten, en hij at gras als de ossen, en zijn lichaam werd van den dauw des hemels nat gemaakt, totdat zijn haar wies als der arenden vederen, en zijn nagelen als der vogelen." (Dan. 4:30-33)

Ezechiel 28 en Jesaja 14 zeggen precies hetzelfde.

“Mensenkind! zeg tot den vorst van Tyrus: Zo zegt de Heere HEERE: Omdat uw hart zich verheft en zegt: Ik ben God, ik zit in Godes stoel, in het hart der zeeen! daar gij een mens en geen God zijt, stelt gij nochtans uw hart, als Gods hart.” (Eze 28:2)
 
“Omdat u zegt” … God antwoord ons “naar de drekgoden van ons hart”

 "Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende: Mensenkind, deze mannen hebben hun drekgoden in hun hart opgezet, en hebben den aanstoot hunner ongerechtigheid recht voor hun aangezichten gesteld; word Ik dan ernstiglijk van hen gevraagd? Daarom spreek met hen, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Een ieder man uit het huis Israels, die de drekgoden in zijn hart opzet, en den aanstoot zijner ongerechtigheid recht voor zijn aangezicht stelt, en komt tot den profeet, Ik, de HEERE zal hem, als hij komt, antwoorden naar de menigte zijner drekgoden; (valse doctrines)" (Eze 14: 2-4)

Dit is de vooronderstelling de koning van Tyrus een “cherub” te noemen en de koning van Babylon “morgenster” te noemen.

"Uw hovaardij is in de hel (Alleen de SV vertaald hier “hel”, de rest van de Nederlandse en Engelse en Concordante vertalingen vertalen hier “dodenrijk” zoals het hoort.) nedergestort, met het geklank uwer luiten; de maden zullen onder u gestrooid worden, en de wormen zullen u bedekken. Hoe zijt gij uit den hemel gevallen, o morgenster, gij zoon des dageraads! hoe zijt gij ter aarde nedergehouwen, gij, die de heidenen krenktet!"  (Jesaja 14: 11-12)

Wanneer we denken dat wij zelf verantwoordelijk zijn voor onze redding, dan zijn we op dat moment “de koning van Tyrus en de koning van Babylon.” Ezechiel 28 en Jesaja 14 zijn één en dezelfde….het beest wat we van binnen zijn, de man van zonde, zittend op de troon van God die God rechtmatig toebehoort.

Ik hoop dat dit je geholpen heeft.

Mike

Waarom heeft God de gevestigde kerk verblindt ?

Geplaatst 19 maart 2009 - Vertaald 05 oktober 2009

Hoi Mike,

Hier is mijn grootste vraag ! Ik begrijp dat God Israel en de gevestigde kerk verblind heeft, maar wat ik totaal niet begrijp is WAAROM God dit heeft gedaan. Ik kan mensen laten zien vanuit de Schrift dat de kerken in alle stromingen geen ogen hebben gekregen om te zien en geen oren om te horen omdat ze dwaalleer leren, maar ik kan het niet bevatten WAAROM God Zijn mensen verblind. Ik kan me niet herinneren hier ooit iets over op je website te hebben gelezen waarom God dit heeft gedaan. Ik weet dat de volgende Schriften en Romeinen 11 hier over gaan, maar kan jij hier iets  gedetailleerder over zijn ? Ik begrijp niet hoe de “hun verwerping de verzoening is der wereld” (Rom 11:15) Hier zijn nog enkele Schriftgedeelten:

“Wat dan? Hetgeen Israel zoekt, dat heeft het niet verkregen; maar de uitverkorenen hebben het verkregen, en de anderen zijn verhard geworden. (Gelijk geschreven is: God heeft hun gegeven een geest des diepen slaaps; ogen om niet te zien, en oren om niet te horen) tot op den huidigen dag.  En David zegt: Hun tafel worde tot een strik, en tot een val, en tot een aanstoot, en tot een vergelding voor hen. Dat hun ogen verduisterd worden, om niet te zien; en verkrom hun rug allen tijd. Zo zeg ik dan: Hebben zij gestruikeld, opdat zij vallen zouden? Dat zij verre; maar door hun val is de zaligheid den heidenen geworden, om hen tot jaloersheid te verwekken.”  (Rom. 11: 7-11)

“Want eerstelijk, als gij samenkomt in de Gemeente, zo hoor ik, dat er scheuringen zijn onder u; en ik geloof het ten dele; Want er moeten ook ketterijen onder u zijn, opdat degenen, die oprecht zijn, openbaar mogen worden onder u.” (1 Kor 11: 18-19)

Alvast bedankt voor je hulp Mike

Je broeder in Christus

J____

Hoi J_____,

Dank je voor je vraag. Je vraagt:

Hier is mijn grootste vraag ! Ik begrijp dat God Israel en de gevestigde kerk verblind heeft, maar wat ik totaal niet begrijp is WAAROM God dit heeft gedaan. Ik kan mensen laten zien vanuit de Schrift dat de kerken in alle stromingen geen ogen hebben gekregen om te zien en geen oren om te horen omdat ze dwaalleer leren, maar ik kan het niet bevatten WAAROM God Zijn mensen verblind.

Als je tijd hebt lees dan de studies over Metalen in de Schrift (http://www.iswasandwillbe.com/study_toc.php)  In deze studies zal je duidelijk worden dat de basis metalen heel algemeen zijn en veelvuldig voorkomen en niet zeldzaam en waardevol zijn. Aan de andere kant zijn de waardevolle metalen schaars en daardoor speciaal.

Zo is het ook met het koninkrijk van God en degenen uit wie dat koninkrijk bestaat.

“Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een koopman, die schone paarlen zoekt; Dewelke, hebbende een parel van grote waarde gevonden, ging heen en verkocht al wat hij had, en kocht dezelve.” (Matth 13: 45-46)

Puur goud is heel schaars en heel waardevol.

"Ik raad u dat gij van Mij koopt goud, beproefd komende uit het vuur, opdat gij rijk moogt worden; en witte klederen, opdat gij moogt bekleed worden, en de schande uwer naaktheid niet geopenbaard worde; en zalf uw ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt." (Openb. 3:18)

God heeft bepaald dat de veel geroepen niet de weinig uitverkoren zijn, maar dat zij in plaats daarvan de mensen zijn die Zijn weinig uitverkoren haten en vervolgen. Dit alles is bepaalt om ervaren te worden door alle mensen van alle tijd en alle plaats. We zijn allemaal lood, tin, ijzer en koper voor we door Gods eigen doel en ontwerp omgevormd worden om Zijn waardevolle zilver en Zijn waardevolle goud te worden. Maar diegenen die het gegeven is om Gods goud en zilver te zijn terwijl ze nog in deze aardse tent zijn worden gezuiverd door de vervolgingen die opkomen uit hen die geloven dat ze hun Vader nooit verlaten hebben, dat ze hun Vaders kudde nooit verlaten hebben.

“Wat mens onder u, hebbende honderd schapen; en een van die verliezende, verlaat niet de negen en negentig in de woestijn, en gaat naar het verlorene, totdat hij hetzelve vinde? En als hij het gevonden heeft, legt hij het op zijn schouders, verblijd zijnde. En te huis komende, roept hij de vrienden en de geburen samen, zeggende tot hen: Weest blijde met mij; want ik heb mijn schaap gevonden, dat verloren was. Ik zeg ulieden, dat er alzo blijdschap zal zijn in den hemel over een zondaar, die zich bekeert, meer dan over negen en negentig rechtvaardigen, die de bekering niet van node hebben.” (Lukas 5: 4-7)

Ken jij iemand die op een bepaalde tijd niet geestelijk blind, geestelijk ziek en geestelijke onbekeerd was ?

“En Jezus zeide: Ik ben tot een oordeel in deze wereld gekomen, opdat degenen, die niet zien, zien mogen, en die zien, blind worden. En dit hoorden enigen uit de Farizeen, die bij Hem waren, en zeiden tot Hem: Zijn wij dan ook blind? Jezus zeide tot hen: Indien gij blind waart, zo zoudt gij geen zonde hebben; maar nu zegt gij: Wij zien; zo blijft dan uw zonde.” (Joh 9: 39-41)

“En het geschiedde, als Hij in het huis van Mattheus aanzat, ziet, vele tollenaars en zondaars kwamen en zaten mede aan, met Jezus en Zijn discipelen. En de Farizeen, dat ziende, zeiden tot Zijn discipelen: Waarom eet uw Meester met de tollenaren en de zondaren?   Maar Jezus, zulks horende, zeide tot hen: Die gezond zijn hebben den Medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn. Doch gaat heen en leert, wat het zij: Ik wil barmhartigheid, en niet offerande; want Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering.” (Matth 9: 10-13)

Zo is het met hen die tot Christus komen, maar die het in dit leven niet gegeven wordt om hun blinde, naakte, jammerlijke en zelf rechtvaardige conditie te zien. Dat is de spirituele conditie van de oudere broer van de “verloren” zoon, en dat is de conditie waarin we allemaal eens verkeren op onze eigen aangewezen tijd.

“En zijn oudste zoon was in het veld; en als hij kwam, en het huis genaakte, hoorde hij het gezang en het gerei,  En tot zich geroepen hebbende een van de knechten, vraagde, wat dat mocht zijn. En deze zeide tot hem: Uw broeder is gekomen, en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht, omdat hij hem gezond weder ontvangen heeft. Maar hij werd toornig, en wilde niet ingaan. Zo ging dan zijn vader uit, en bad hem.” (Lukas 15: 25-28)

De oudere broer representeert de massa van het Christendom die “toornig” zijn met Gods uitverkorenen, die ze zien als mensen die zichzelf in een bepaalde positie plaatsen en welke worden afgedaan als niet ter zake doende en meestal volledig negeren. Het is echter door deze weinig dat de velen “die geen bekering nodig hebben” bestemd zijn gered te worden.

Het antwoord op je vraag vind je in Romeinen 11:

“Want gelijkerwijs ook gijlieden eertijds Gode ongehoorzaam (ongeloof) geweest zijt, maar nu barmhartigheid verkregen hebt door dezer ongehoorzaamheid (ongeloof); Alzo zijn ook dezen nu ongehoorzaam (ongelovig) geweest, opdat ook zij door uw barmhartigheid zouden barmhartigheid verkrijgen. Want God heeft hen allen onder de ongehoorzaamheid besloten, opdat Hij hun allen zou barmhartig zijn. O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods, hoe ondoorzoekelijk zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen! Want wie heeft den zin des Heeren gekend? Of wie is Zijn raadsman geweest? Of wie heeft Hem eerst gegeven, en het zal hem wedervergolden worden? Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.” (Rom 11: 30-36)

De velen die zijn misleid zijn de bron en het middel waardoor wij geloven, en wij, op onze beurt, zijn de bron en het middel waardoor de massa’s van het christendom en de rest van de mensheid barmhartigheid verkrijgen zal.

"Weet gij niet, dat de heiligen de wereld oordelen zullen? En indien door u de wereld geoordeeld wordt, zijt gij onwaardig de minste gerechtzaken? Weet gij niet, dat wij de engelen oordelen zullen? Hoeveel te meer de zaken, die dit leven aangaan?" (1 Kor 6: 2-3)

Dit is alles Gods concert. Hij heeft de muziek geschreven, Hij vergadert de muzikanten bijeen en Hij dirigeert de uitvoering. En dit alles was al bepaalt voor ook maar iemand van de mensheid in leven was.

“Uw ogen hebben mijn ongevormden klomp gezien; en al deze dingen waren in Uw boek geschreven, de dagen als zij geformeerd zouden worden, toen nog geen van die was.” (Psalm 139:16)

Ik hoop dat dit helpt om te laten zien waarom God ervoor gekozen heeft de massa te misleiden en dat er maar heel weinig zijn die “ogen hebben gekregen om de verborgenheden van het koninkrijk van God te zien”

"En de discipelen tot Hem komende, zeiden tot Hem: Waarom spreekt Gij tot hen door gelijkenissen? En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Omdat het u gegeven is, de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen te weten, maar dien is het niet gegeven." (Matth 13: 10-11)

Je moet je altijd realiseren dat als je ziet en hoort, dat het je gegeven is, en dat het hen niet gegeven is. Dit is geen eigen keus of onwil, het komt allemaal voort uit Hem, die alles werkt naar de raad van Zijn wil (Efe 1:11)

Je broeder in Christus,

Mike

Hoe zullen Gods zonen geopenbaard worden aan deze wereld ?

Geplaatst 5 mei 5 2009 – vertaald 6 oktober 2009

Mike,

Ik heb een vraag over hoe de zonen van God geopenbaard zullen worden aan de schepping. Als je een moment hebt, en ik weet dat die schaars zijn, zou je dan je gedachte over deze vraag willen laten gaan en zou je me terug willen schrijven ?

Het beste,

J____

Hoi J____,

Dank je voor je vraag.

Je vraagt:

Hoe zullen de zonen van God geopenbaard worden aan deze wereld ?

Deze openbaring wordt beloofd in het volgende vers:

"Want het schepsel, als met opgestoken hoofde, verwacht de openbaring der zonen (uihos) Gods." (Rom 8:19)

Ik denk dat je al weet dat Christus wil dat wij deze openbaring eerst van binnen ervaren, in de geest, voordat we bekwaam geacht worden om geopenbaard te worden aan een uitwendige onbekeerde en goddeloze wereld.

In deze dagen van wereldwijde crisis zijn het er maar weinig die zich druk maken over de zaken die van binnen spelen, waar de echte openbaring eerst plaats zal moeten vinden. Als Christus niet eerst aan ons geopenbaard wordt, dan zullen wij niet degenen zijn die geopenbaard zullen worden aan deze wereld als “de zonen Gods”. Dat is het punt wat God door Paulus maakt waar dit vers aangaande “de openbaring van de zonen Gods” verschijnt.

“Want wij weten, dat het ganse schepsel te zamen zucht, en te zamen als in barensnood is tot nu toe. En niet alleen dit, maar ook wij zelven, die de eerstelingen des Geestes hebben, wij ook zelven, zeg ik, zuchten in onszelven, verwachtende het zoonschap, namelijk de verlossing onzes lichaams.” (Rom. 8: 22-23)

Wij hebben “de eerstelingen des Geestes, zuchtend in onszelf, verwachtende het zoonschap”

Het is dus alleen “in onszelf” waar oordeel nu plaats vind.

“En gevraagd zijnde van de Farizeeën, wanneer het Koninkrijk Gods komen zou, heeft Hij hun geantwoord en gezegd: Het Koninkrijk Gods komt niet met uiterlijk gelaat. En men zal niet zeggen: Ziet hier, of ziet daar, want, ziet, het Koninkrijk Gods is binnen ulieden.” (Lukas 17: 20-21)

Christus beantwoord in deze verzen een vraag van de farizeeërs over wanneer het koninkrijk van God zal verschijnen op deze wereld. Christus ontkent hier niet dat de koninkrijken van deze wereld op een door God bepaald moment geregeerd zullen worden door Zijn overwinnende uitverkorenen. Wat Christus doet met het  beantwoorden van deze vraag aan Zijn tegenstanders is ons vertellen dat bij ons de nadruk in deze tijd moet liggen op wat er inwendig gaande is, en niet wat er allemaal gebeurt in de zaken en calamiteiten in de uitwendige wereld. De zaken in de uitwendige wereld worden door God bewerkt om de koninkrijken van deze wereld onder de heerschappij van Christus en Zijn christus te brengen.

“En er waren te dierzelfder tijd enigen tegenwoordig, die Hem boodschapten van de Galileers, welker bloed Pilatus met hun offeranden gemengd had. En Jezus antwoordde, en zeide tot hen: Meent gij, dat deze Galileers zondaars zijn geweest boven al de Galileers, omdat zij zulks geleden hebben? Ik zeg u: Neen zij; maar indien gij u niet bekeert, zo zult gij allen desgelijks vergaan. Of die achttien, op welke de toren in Siloam viel, en doodde ze; meent gij, dat deze schuldenaars zijn geweest, boven alle mensen, die in Jeruzalem wonen? Ik zeg u: Neen zij; maar indien gij u niet bekeert, zo zult gij allen insgelijks vergaan.” (Lukas 13: 1-5)

Denk je dat de wereld op een of andere manier slechter is als jij en ik ? Ik zeg u: Neen zij; maar indien gij u niet bekeert, zo zult gij allen insgelijks vergaan.” Wij zijn “de wereld” die moeten bekeren.

Laat je door niemand wijs maken dat de verschrikkelijke dingen die overal in de wereld gebeuren een bewijs zijn dat God de wereld aan het oordelen is. Dat is Hij niet. Hij oordeelt alleen “de wereld” binnen in Zijn uitverkorenen in dit tijdperk, dit aion….en niemand anders.


”Want het is de tijd, dat het oordeel beginne aan het huis Gods; en indien het eerst aan ons begint, welk zal het einde zijn dergenen, die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn?” (1 Petrus 4:17)

Dit is wat er plaats vind in dit tijdperk, in dit aion, en het antwoord op de vraag van Paulus “welk zal het einde zijn dergenen, die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn?” is dat de wereld geoordeeld zal worden op zijn eigen door God bepaalde tijd in “het oordeel voor de grote witte troon….de poel van vuur.”

Dit alles gezegd hebbend zal ik me nu richten op je vraag zoals ik begrijp dat je die vraagt. Wat je wilt weten is “hoe de zonen van God geopenbaard zullen worden aan de [vleselijke wereld]  schepping?”

Ik denk dat je weet dat er in de Heilige Schrift geen verzen staan die de namen noemt van moderne landen, wereldwijde organisaties of groepen van landen waarbij gedetailleerd wordt verteld hoe de macht overgezet zal worden van “de koninkrijken van deze wereld” naar “Onze Heer (Christus) en zijn christus” Maar wees gerust, dat is precies wat er op een door God bepaald moment gaat gebeuren:

"En de zevende engel heeft gebazuind, en er geschiedden grote stemmen in den hemel, zeggende: De koninkrijken der wereld zijn geworden onzes Heeren en van Zijn Christus, en Hij zal als Koning heersen in alle eeuwigheid." (Openb. 11:15)

Ik kan niet “gevoelen (denken) boven hetgeen geschreven staat” (1 Kor 4:6), alles wat ik kan doen is je Oud Testamentische typificeringen laten zien hoe God, in het verleden, regeringen van deze wereld overgezet heeft in de handen van hen die Zijn uitverkorenen typificeren.

In alle drie deze gevallen, de geschiedenis van Jozef, Daniel en zijn vrienden en Mordechai en Esther, hingen de levens van deze mensen aan een zijden draadje net voor ze in een positie geplaatst werden om deze wereld te regeren. Specifieker wordt de Schrift niet. Alle drie de voorbeelden laten zien dat Christus zijn christus in een positie zal brengen als oplossing voor de crisis die Hij over deze wereld brengt. De gebeurtenissen waardoor dit plaats zal vinden zullen net zo wonderlijk zijn als de gebeurtenissen die Jozef, Daniel en zijn vrienden, en Mordechai en Esther aan leiderschap en regeren brachten. God zal op een of andere manier “de geest verschrikken” van de leiders van deze wereld en zal degenen die de macht hebben op dat moment leiden naar en overtuigen dat Gods uitverkorenen de enige manier zijn om met de crisis waar de wereld op dat moment mee geconfronteerd wordt het hoofd te bieden.


"En het geschiedde in den morgenstond, dat zijn geest verslagen was, en hij zond heen, en riep al de tovenaars van Egypte, en al de wijzen, die daarin waren; en Farao vertelde hun zijn droom; maar er was niemand, die ze aan Farao uitlegde." (Gen. 41:8)

"Zo zeide Farao tot zijn knechten: Zouden wij wel een man vinden als dezen, in welken Gods Geest is? Daarna zeide Farao tot Jozef: Naardien dat God u dit alles heeft verkondigd, zo is er niemand zo verstandig en wijs, als gij. Gij zult over mijn huis zijn, en op uw bevel zal al mijn volk de hand kussen; (zal al mijn volk geregeerd worden)  alleen dezen troon zal ik groter zijn dan gij." (Gen. 41: 38-40)

Dit scenario wordt herhaald in de geschiedenis van Daniël en zijn vrienden en in de geschiedenis van Mordechai en Esther.

Dit is hoeveel de Schrift openbaart als het de details aangaat, en dat is hoever ik mag gaan vanwege het volgende vers in Gods Woord: "En deze dingen, broeders, heb ik op mijzelven en Apollos bij gelijkenis toegepast, om uwentwil; opdat gij aan ons zoudt leren, niet te gevoelen (denken) boven hetgeen geschreven is, dat gij niet, de een om eens anders wil, opgeblazen wordt tegen den ander." (1 Kor 4:6)

Dit vers veroordeelt alle zogenaamde hedendaagse “profetie” welke constant “gevoelen (denken) boven hetgeen geschreven staat” God doet mij “sidderen voor Zijn Woord” en ik waag het niet te “gevoelen (denken) boven hetgeen geschreven staat”

Voor een veel diepere studie over dit onderwerp, ga naar www.iswasandwillbe.com en lees de aantekeningen die horen bij de Flowery Branch Bijbel Conferentie lezing, genaamd “A very present help in time of trouble” De lezing is niet zo gedetailleerd als de aantekeningen zijn. (Dit alles is op dit moment alleen in het Engels te lezen en beluisteren)

Ik hoop dat dit je helpt om je een Bijbels onderbouwt begrip te geven van hoe God, op Zijn tijd en op Zijn manier “de zonen Gods” zal openbaren aan de onbekeerde “koninkrijken van deze wereld”

"Want het schepsel, als met opgestoken hoofde, verwacht de openbaring der zonen (uihos)  Gods." (Rom 8:19)

"En de zevende engel heeft gebazuind, en er geschiedden grote stemmen in den hemel, zeggende: De koninkrijken der wereld zijn geworden onzes Heeren en van Zijn Christus, en Hij zal als Koning heersen in alle eeuwigheid." (Openb. 11:15)

De woorden “alle eeuwigheid” betekenen in werkelijkheid “in de tijdperken van de tijdperken” en de tijdperken van het millennium en het oordeel voor de grote witte troon zijn daar zeker bij inbegrepen.

Je broeder in de christus van onze Heer

Mike

Hoi Mike,

Ik was de laatste posts op de website aan het lezen, en na het wat verder lezen in 2 Timotheus heb ik een korte vraag:

2Tim 2:24  En een dienstknecht des Heeren moet niet twisten, maar vriendelijk zijn jegens allen, bekwaam om te leren, en die de kwaden kan verdragen;
2Tim 2:25  Met zachtmoedigheid onderwijzende degenen, die tegenstaan; of hun God te eniger tijd bekering gave tot erkentenis der waarheid;
2Tim 2:26  En zij wederom ontwaken mochten uit den strik des duivels, onder welken zij gevangen door hem (de duivel) tot zijn (God's) wil.

Mike, Begrijp ik het goed dat de "zijn" in vers 26 slaat op God in vers 25 ? Omdat het niet met een hoofdletter geschreven is door de vertalers kan je in verwarring raken.

Ayo heeft me geschreven en ik heb hem een email terug gestuurd....het is goed om meer mensen te leren kennen die één van geest zijn

Je broeder in Christus
Robin


Nee Robin

Natuurlijk stuurt God satan om te doen wat hij doet, net zoals Hij Jozefs broers liet doen wat zij Jozef aangedaan hebben en zoals Hij de priesters, schriftgeleerden, het volk en Pilatus heeft laten doen wat zij Christus aangedaan hebben.

Het is echter een grammaticale regel in het Hebreeuws, Grieks, Engels en in de meeste zo niet alle talen, dat een voornaamwoord terug refereert naar het voorgaande zelfstandig naamwoord.

2Tim 2:26  En zij wederom ontwaken mochten uit den strik des duivels, onder welken zij gevangen door hem (de duivel) tot zijn (de duivels) wil.

1Pe 5:8  Zijt nuchteren, en waakt; want uw tegenpartij, de duivel, gaat om als een briesende leeuw, zoekende, wien hij zou mogen verslinden;

Dit is niet anders dan ons vertellen "kiest u heden....." God laat ons allen keuzes maken, en Hij laat ook satan keuzes maken, maar de som van Gods woord laat ons zien dat elke keuze die we maken een veroorzaakte keuze is, en dat het veroorzaakt wordt door God, die de oorzaak is van all dingen.

Ik hoop dat dit je verder helpt Robin

Mike


Hoi Mike en Sandi,

Ik vind het nog steeds verwarrend.

2Tim 2:26  En zij wederom ontwaken mochten uit den strik des duivels, onder welken zij gevangen door hem (de duivel) tot zijn (de duivel's) wil.

Heeft de duivel een wil ? Kan de duivel ons gevangen nemen als hij (de duivel)  dat wil ?

1 Petrus 5:8 verteld ons dat de duivel "zou mogen" verslinden. Mogen is iets totaal anders dan willen. Mogen verteld ons dat de duivel permissie heeft, net als hij permissie had (gebruikt is voor) om aan Job te doen wat hem is overkomen en wat hij heeft moeten doorstaan, of om de priesters van Achab te verleiden of in Judas te varen om te doen wat al binnen Gods raadsbesluit vastlag voor de grondlegging der wereld.

Ik begrijp dat we keuzes maken...veroorzaakte keuzes, en dat is waarom een keus geen wil kan zijn. Er is maar één wil in dit Universum, en die wil veroorzaakt al onze en ook de duivels keuzes. Ik heb nooit ergens in de Schrift gelezen dat de duivel een wil van zichzelf heeft, en dat is de reden dat ik het "zijn" in 2 Tim 2:26 begrijp als "Zijn" omdat het onderwerp een "wil" is.

Als het laatste woord in 2 Tim 2:26 "keus" was geweest in plaats van "wil", dan zou het duidelijk voor me zijn.

Ook in de volgende verzen heeft satan geen "wil" van zichzelf.....Denzulken worden overgegeven.

1Kor 5:4  In den Naam van onzen Heere Jezus Christus, als gijlieden en mijn geest samen vergaderd zullen zijn, met de kracht van onzen Heere Jezus Christus,
1Kor 5:5  Denzulken over te geven aan den satan, tot verderf des vleses, opdat de geest behouden moge worden in den dag van den Heere Jezus.

Al "denzulken" zijn wij zelf in onze aangewezen tijd, totdat de Heer zijn rechtmatige plaats inneemt in het hart van Zijn uitverkorenen

1Petrus 2:9  Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk; opdat gij zoudt verkondigen de deugden Desgenen, Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht;

Vlees, zowel fysiek als geestelijk, word hoe dan ook vernietigd, of door satan, dat denzulken behouden mogen worden in de dag van de Heere Jezus, of door de vurige beproevingen die God uitstort over Zijn uitverkorenen, want we weten:

1Kor 15:50  Doch dit zeg ik, broeders, dat vlees en bloed het Koninkrijk Gods niet be-erven kunnen, en de verderfelijkheid be-erft de onverderfelijkheid niet.

Ik hoop dat je me inmiddels goed genoeg kent dat ik niet zoek naar twist. Dit is mijn begrip van één totale soevereine wil in het fysieke en geestelijke universum..en die is van God, en dat is de reden dat wanneer ik het woord "wil" lees in de Schrift, dat het refereert aan God, in een directe of indirecte manier, waarbij anderen gebruikt en gestuurd worden, fysiek en geestelijk om te doen "al wat Uw hand en Uw raad te voren bepaald had, dat geschieden zou." (Hand 4:28)

Je broeder in Christus

Robin


Hoi Robin

Het spijt me dat ik je niet meteen de Schriftuur heb gegeven welke dit onderwerp verduidelijken, maar het zal voor ons goed zijn om dit onderwerp dieper te bezien, en ik hoop dat ik je nu een beeld kan geven waarom de Waarheid van Gods Woord nooit gevonden kan worden in een alleenstaand vers, maar dat het altijd gevonden wordt in "de som van Gods woord"

Psa 119:160  De som van uw Woord is waarheid, en in der eeuwigheid is al het recht Uwer gerechtigheid.
Psa 139:17  Daarom, hoe kostelijk zijn mij, o God, Uw gedachten! hoe machtig veel zijn haar sommen!

Deze "som van Gods Woord" komt ook tot uitdrukking als "Want het is gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een weinig, daar een weinig." voor een heel specifiek genoemd doel. Hier volgt dat doel:

Jes 28:9  Wien zou Hij dan de kennis leren, en wien zou Hij het gehoorde te verstaan geven? Den gespeenden van de melk, den afgetrokkenen van de borsten?
Jes 28:10  Want het is gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een weinig, daar een weinig.
Jes 28:11  Daarom zal Hij door belachelijke lippen, en door een andere tong tot dit volk spreken;
Jes 28:12  Tot dewelken Hij gezegd heeft: Dit is de rust, geeft den moeden rust, en dit is de verkwikking; doch zij hebben niet willen horen.
Jes 28:13  Zo zal hun het woord des HEEREN zijn; gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een weinig, daar een weinig; opdat zij heengaan, en achterwaarts vallen, en verbreken, en verstrikt en gevangen worden.

Voor we verder gaan, sta me toe om een typefout te corrigeren in onze laatste emailwisseling. Hier is wat ik je gestuurd heb om duidelijk te maken wat er in dat vers in 2 Tim gezegd werd wat je in verwarring bracht.

2Tim 2:26  En zij wederom ontwaken mochten uit den strik des duivels, onder welken zij gevangen door hem (de duivel) tot zijn (God's) wil.

Ik had dat vers uit jouw email geknipt en geplakt en was vergeten het woord God, wat je daar tussen haakjes had staan, te veranderen in "de duivels" wil. Zoals ik aangaf, de regels van de grammatica eisen dat het voornaamwoord verwijzen naar onmiddelijk voorafgaande zelfstandig naamwoord. Vergeef me dat ik ben vergeten dat te veranderen voor ik je de email stuurde.

Laten we je vraag nog eens stellen. Je hebt 2 Tim 2 gelezen en je hebt aangenomen dat het voornaamwoord "zijn" in vers 26 naar God refereert omdat, zoals je terecht aangeeft, "Gods wil al onze en de duivels keuzes veroorzaken" Maar je bent simpelweg niet Schriftuurlijk correct als je zegt "Er is maar één wil in het universum".

Je gaat verder met te zeggen: "Mike, Begrijp ik het goed dat de "zijn" in vers 26 slaat op God in vers 25 ? Omdat het niet met een hoofdletter geschreven is door de vertalers kan je in verwarring raken."

In verwarring raken is precies waar "heengaan, en achterwaarts vallen, en verbreken, en verstrikt en gevangen worden." over gaat
Jes 28:13  Zo zal hun het woord des HEEREN zijn; gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een weinig, daar een weinig; opdat zij heengaan, en achterwaarts vallen, en verbreken, en verstrikt en gevangen worden.

De Schriften zijn met opzet geschreven "niet in woorden die de menselijke wijsheid leert.....". Laten we kijken naar een paar voorbeelden hoe God het begrip van satan van Zijn woorden "verstrikt en gevangen nemen." van Zijn volk gebruikt totdat Hij hun ogen opent om de "geheimenissen van het Koninkrijk van God" te begrijpen.

God zegt hetvolgende tegen Mozes, voordat Hij Mozes naar Egypte stuurt:
Exod 4:21  En de HEERE zeide tot Mozes: Terwijl gij heentrekt, om weder in Egypte te keren, zie toe, dat gij al de wonderen doet voor Farao, die Ik in uw hand gesteld heb; doch Ik zal zijn hart verharden, dat hij het volk niet zal laten gaan.

Dan zegt Hij hetvolgende over Farao
Exo 8:32  Doch Farao verharde zijn hart ook ditmaal, en hij liet het volk niet trekken.

Zoals aangegeven eisen de grammaticale regels in het Hebreeuws, Grieks en Engels dat het voornaamwoord refereert naar het eerst voorafgaande zelfstandig naamwoord

Wanneer we dus lezen dat "Farao verharde zijn hart" dat het voornaamwoord terug refereert naar het onmiddelijk voorafgaande zelfstandig naamwoord.

2 Tim 2:26 zegt dus feitelijk dat satan ons verstrikt naar satans wil. Echter, er is niet één woord hier of waar dan ook in de Schrift, wat ontkend dat satans wil volledig ondergeschikt is aan Gods invloed en werk in satans doen en laten. Wat waar is aangaande de mens, is ook waar aangaande satan. God heeft satan gemaakt om tegen Hem op te staan, om Zijn tegenstander te zijn. "Tegenstander" is de feitelijke defenitie van het woord "satan". Hij heeft ook de eerste Adam zo gemaakt dat hij tegen Hem en Zijn wil op zou staan.

Rom 8:7  Daarom dat het bedenken des vleses vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich der wet Gods niet; want het kan ook niet.

Dit is waarom Christus ons verteld dat we allen eerst "van uw vader de duivel" zijn, voor we van onze Hemelse Vader zijn.

Joh 8:43  Waarom kent gij Mijn spraak niet? Het is, omdat gij Mijn woord niet kunt horen.
Joh 8:44  Gij zijt van uw vader den duivel, en wilt de begeerten uws vaders doen; die was een mensenmoorder van den beginne, en is in de waarheid niet staande gebleven; want geen waarheid is in hem. Wanneer hij de leugen spreekt, zo spreekt hij uit zijn eigen; want hij is een leugenaar, en de vader derzelve leugen.

Christus wist en weet zeer duidelijk dat satan niets kan doen zonder dat hem macht gegeven is om te doen, en toch spreekt Hij over satans leugens alsof het satans eigen leugens zijn. Maar de waarheid in deze is dat wanneer gezegd wordt "zo spreekt hij uit zijn eigen" op geen enkele manier ontkend dat "zijn eigen" feitelijk Gods werk is. Zo lijkt het alleen voor degenen die het niet gegeven is dat de Schriftuurlijke manier van het begrijpen van Gods Woord te alleen te vinden is in de som van Zijn woord, gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een weinig, daar een weinig.....opdat zij heengaan, en achterwaarts vallen, en verbreken, en verstrikt en gevangen worden.

Jes 28:13  Zo zal hun het woord des HEEREN zijn; gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een weinig, daar een weinig; opdat zij heengaan, en achterwaarts vallen, en verbreken, en verstrikt en gevangen worden.

Wanneer dus "Farao zijn hart verhard" is het feitelijk God die veroorzaakt dat "Farao zijn hart verhard" en wanneer satan ons "gevangen neemt door zijn wil" is het feitelijk God die ons door satan gevangen laat nemen "door zijn wil"

De Schrift staat vol met verklaringen die degenen die het niet gegeven is om te zien dat de Waarheid alleen gevonden wordt in de som van Zijn Woord, leiden tot valse en onschriftuurlijke conclusies.

Een ander voorbeeld is dit in Jakobus:

Jakobus 1:17  Alle goede gave, en alle volmaakte gifte is van boven, van den Vader der lichten afkomende, bij Welken geen verandering is, of schaduw van omkering.

Al mijn jaren in Babylon werd dit vers geciteerd als bewijs dat God niet de Schepper is van het kwaad. Maar waar in dit vers wordt ons verteld dat God het kwaad niet maakt ? Het staat helemaal nergens.

Paulus en alle Schrift onderwijzen ons feitelijk dat onze zonden allemaal "van nature" en "Gods werkmanschap" en ontwerp zijn:

Efe 2:3  Onder dewelke ook wij allen eertijds verkeerd hebben in de begeerlijkheden onzes vleses, doende den wil des vleses en der gedachten; en wij waren van nature kinderen des toorns, gelijk ook de anderen;

Kol 3:5  Doodt dan uw leden, die op de aarde zijn, namelijk hoererij, onreinigheid, schandelijke beweging, kwade begeerlijkheid, en de gierigheid, welke is afgodendienst.
Kol 3:6  Om welke de toorn Gods komt over de kinderen der ongehoorzaamheid;
Kol 3:7  In dewelke ook gij eertijds hebt gewandeld, toen gij in dezelve leefdet.

Nergens zegt de Schrift dat God het kwaad niet maakt. De waarheid is precies het tegenovergestelde:
Jes. 45:7  Ik formeer het licht, en schep de duisternis; Ik maak den vrede en schep het kwaad, Ik, de HEERE, doe al deze dingen.

Jakobus 1:17 leidt echter geheel Babylon ertoe de waarheid in Jesaja 45:7 te ontkennen. Dat is precies zoals het door God bedoelt is te zijn, "opdat zij heengaan, en achterwaarts vallen, en verbreken, en verstrikt en gevangen worden."

Je zegt hetvolgende:
Er is maar één wil in dit Universum, en die wil veroorzaakt al onze en ook de duivels keuzes. Ik heb nooit ergens in de Schrift gelezen dat de duivel een wil van zichzelf heeft, en dat is de reden dat ik het "zijn" in 2 Tim 2:26 begrijp als "Zijn" omdat het onderwerp een "wil" is. Als het laatste woord in 2 Tim 2:26 "keus" was geweest in plaats van "wil", dan zou het duidelijk voor me zijn.

Een "keus" wordt altijd voortgebracht door een "wil" en het is simpelweg niet waar te zeggen dat de mens of satan geen "wil" heeft wanneer de Schrift de zinsnede "naar zijn wil" of "zijn wil" gebruikt als het over de wil van de mensheid of satan gaat. Terwijl het waar is dat wij, noch satan een wil hebben die vrij is van Gods wil, is het simpelweg niet schriftuurlijk te zeggen dat noch mens noch satan een wil heeft, wanneer de Schrift zegt dat beiden wij en satan een wil hebben. Dat is hetzelfde als zeggen dat wij geen goden zijn omdat de Bijbel zegt "Nochtans hebben wij maar een God" wanneer de som van Gods woord ons openbaart dat Christus zelf zegt "gij zijt goden" Hier volgen de verzen voor beide kennelijke dilemma's

1Kor 7:37  Doch die vast staat in zijn hart, geen noodzaak hebbende, maar macht heeft over zijn eigen wil, en dit in zijn hart besloten heeft, dat hij zijn maagd zal bewaren, die doet wel.

1Kor 16:12  En wat aangaat Apollos, den broeder, ik heb hem zeer gebeden, dat hij met de broederen tot u komen zou; maar het was ganselijk zijn wil niet, dat hij nu zou komen; doch hij zal komen, wanneer het hem wel gelegen zal zijn.

1Kor 8:5  Want hoewel er ook zijn, die goden genaamd worden, hetzij in den hemel, hetzij op de aarde (gelijk er vele goden en vele heren zijn),
1Kor 8:6  Nochtans hebben wij maar één God, den Vader, uit Welken alle dingen zijn, en wij tot Hem; en maar één Heere, Jezus Christus, door Welken alle dingen zijn, en wij door Hem.

Joh 10:34  Jezus antwoordde hun: Is er niet geschreven in uw wet: Ik heb gezegd, gij zijt goden?

Er is geen tegenstelling in te zeggen "Nochtans hebben wij maar één God, den Vader, uit Welken alle dingen zijn" en daar "gij zijt goden" van die ene God aan toe te voegen.

Het wordt verstaan door allen die ogen hebben om het Schriftuurlijke principe van "de som van Uw Woord" te zien, dat wanneer er een Nieuw Testamentische schrijver spreekt over menselijke wil, dat deze schrijver volledig verstaat dat menselijke wil door God gedirigeert wordt, en dat geen mens iets kan doen buiten Gods wil om.

Joh 15:5  Ik ben de Wijnstok, en gij de ranken; die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen.

Paulus zegt zekerlijk niet dat de man die "macht heeft over zijn eigen wil, en dit in zijn hart besloten heeft, dat hij zijn maagd zal bewaren" dat doet vrij van Gods wil. Datzelfde feit wordt begrepen wanneer hij tegen Timotheus zegt dat "En zij wederom ontwaken mochten uit den strik des duivels, onder welken zij gevangen door hem tot zijn wil."

Gevangen door hem refereert naar de duivel, die helemaal niets uit zichzelf kan doen, maar de zinsnede "tot zijn wil" zou niet naar de duivel refereren, die niets uit zichzelf kan doen ? Waarom zegt Paulus ook "En zij wederom ontwaken mochten uit den strik des duivels" wanneer de waarheid is dat degenen die gevangen zijn ook niets uit zichzelf kunnen doen ?

Het antwoord is dat de Schrift op een manier is geschreven waarbij Gods Heilige Geest noodzakelijk is om gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een weinig, daar een weinig" toe te passen maar dat de massa die het niet gegeven is "achterwaarts vallen, en verbreken, en verstrikt en gevangen worden" door de duivel tot zijn wil

Jes 28:13  Zo zal hun het woord des HEEREN zijn; gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een weinig, daar een weinig; opdat zij heengaan, en achterwaarts vallen, en verbreken, en verstrikt en gevangen worden.

Paulus zegt dat satan mensen gevangen neemt, maar het wordt verstaan dat satan helemaal niemand gevangen neemt totdat het hun tijd is om door satan gevangen genomen te worden. Het is de functie van satan om tegen Gods uitverkorenen op te staan. Het is zekerlijk satan's wil om dat te doen, om dezelfde reden dat de natuurlijke en vleselijke lusten in de mensheid verlangen om tegen God en Zijn wet te rebelleren. Satan is niet menselijk, maar hij heeft dezelfde rebellerende vleselijke geestesgesteldheid als die van zijn kinderen. Dus wanneer Paulus zegt:

1Th 2:18  Daarom hebben wij tot u willen komen (immers ik Paulus) eenmaal en andermaal, maar de satanas heeft ons belet.

dat ook hier verstaan wordt door hen met ogen en oren om de som van Gods Woord te zien en te horen, dat God alles werkt naar de raad van Zijn wil, inclusief die dingen die maken dat satan onze wil verhinderen kan, wanneer we iets hadden willen doen, maar het niet konden doen, door omstandigheden waarin satan macht is gegeven om ons te hinderen of beletten.

We weten dat als puntje bij paaltje komt, dat er geen andere macht is dan die van God, en dat Hij alles werkt naar de raad van Zijn wil

Joh 19:11  Jezus antwoordde: Gij zoudt geen macht hebben tegen Mij, indien het u niet van boven gegeven ware; daarom die Mij aan u heeft overgeleverd, heeft groter zonde.

Ja...het is waarheid dat er geen enkele macht is dan de macht die van boven gegeven wordt. Als we dus lezen

Act 26:18  Om hun ogen te openen, en hen te bekeren van de duisternis tot het licht, en van de macht des satans tot God; opdat zij vergeving der zonden ontvangen, en een erfdeel onder de geheiligden, door het geloof in Mij.

wordt er ook hier verstaan dat God macht gegeven heeft aan satan om een waardig tegenstander te zijn die erg goed is om ons allen in duisternis te houden ".... tot den tijd van den Vader te voren gesteld." (Gal. 4:1-2)

Wanneer we dus lezen dat een mens macht heeft over zijn eigen wil, of dat satan ons gevangen houdt naar zijn wil, wordt ons niet verteld dat onze wil, of satans wil, onafhankelijk is van Gods wil, en ik denk dat je me goed genoeg kent dat ik absoluut niet geloof dat satan jou of mij gevangen kan nemen tegen Gods wil in. Tegelijkertijd is het de functie van en Gods wil voor satan om ons allemaal gevangen te nemen

We hebben allemaal een wil, en het is met die wil dat we iedere dag duizenden keuzes maken. Elke toets die ik uitkies op dit toetsenbord is een afzonderlijke keus die ik met "mijn eigen wil" maak, en dat is waar voor iedereen die een brief typt naar "zijn eigen wil". Maar mijn wil is niet vrij omdat er simpelweg gezegd wordt dat het "mijn wil" is.

Keuzes komen voort uit iemands wil. Ik kan kiezen om het woord "kies" in de E-Sword zoekmachine typen, en dan "kiest" mijn computer elk vers in de Bijbel waarin dit woord "kies" verschijnt. De zoekmachine bepaalt niet, de zoekmachine voert uit wat ik hem ingeef

Het volgende vers is het eerste vers waar het woord "kies" in de Schrift verschijnt

Exod 17:9  Mozes dan zeide tot Jozua: Kies ons mannen, en trek uit, strijd tegen Amalek; morgen zal ik op de hoogte des heuvels staan, en de staf Gods zal in mijn hand zijn.

Elke keer dat dit woord voorkomt kiest er iemand "door zijn wil" om een bepaalde keuze te maken, en ik twijfel er niet aan dat jij en ik beide weten dat al die keuzes feitelijk "God in ons werkt, beide het willen en het doen naar Zijn welbehagen."

Nogmaals volgt hier een vers uit de Schrift waarbij het voor de natuurlijke mens net is of we een wil hebben die vrij is van God, terwijl de realiteit het exact tegenovergestelde is.

Fillip. 2:12  Alzo dan, mijn geliefden, gelijk gij te allen tijd gehoorzaam geweest zijt, niet als in mijn tegenwoordigheid alleen, maar veelmeer nu in mijn afwezen, werkt uws zelfs zaligheid met vreze en beven:

Waarom willen we onze zaligheid met vreze en beven werken ? Ik hoop dat dit je helpt te zien dat we, volgens de Schrift, een wil hebben, maar de wil die we hebben, is God die het werkt. Werken wij echt zelf onze zaligheid ? De Schrift zegt nee

Fillip. 2:13  Want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen.


Je broeder in Christus.

Mike


Hoi Mike

Dank je hartelijk voor je antwoord. Het spijt mij ook dat ik niet duidelijk genoeg was aangaande het woord "wil". Wat ik bedoelde is dat satan geen soevereine wil heeft, niet dat satan of de mens helemaal geen wil heeft. Je antwoord heeft mijn begrip over dit onderwerp verdiept, en ik versta wat je hebt laten zien. Het brengt me altijd veel vreugde in mijn hart om je antwoorden te lezen en ik waardeer ze enorm. In mijn hart dank ik God dat Hij dit allemaal door jou werkt.

Je hebt die zin wel verandert naar "de duivels" wil.....ik begreep het gewoon niet.

Mat 25:34  Alsdan zal de Koning zeggen tot degenen, die tot Zijn rechter hand zijn: Komt, gij gezegenden Mijns Vaders! beerft dat Koninkrijk, hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld.
Mat 25:35  Want Ik ben hongerig geweest, en gij hebt Mij te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest, en gij hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling, en gij hebt Mij geherbergd.
Mat 25:36  Ik was naakt, en gij hebt Mij gekleed; Ik ben krank geweest, en gij hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis, en gij zijt tot Mij gekomen.
Mat 25:37  Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden, zeggende: Heere! wanneer hebben wij U hongerig gezien, en gespijzigd, of dorstig, en te drinken gegeven?
Mat 25:38  En wanneer hebben wij U een vreemdeling gezien, en geherbergd, of naakt en gekleed?
Mat 25:39  En wanneer hebben wij U krank gezien, of in de gevangenis, en zijn tot U gekomen?
Mat 25:40  En de Koning zal antwoorden en tot hen zeggen: Voorwaar zeg Ik u: Voor zoveel gij dit een van deze Mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt gij dat Mij gedaan.

Gods zegen voor jou en allen die bij je zijn

Je broeder in Christus

Robin

Zoeken binnen de site

Artikelen

Links

willbe

anilink

get adobe reader

Wie is online

We hebben 149 gasten en geen leden online