Oordeel en gerechtigheid volgens de christelijke leerstellingen, gevolgd door oordeel en gerechtigheid volgens de Heilige Schrift
De volgende rechtzitting en het daaropvolgend oordeel is gebaseerd op de leerstellingen van de leidinggevende theologen in het christendom.
De theoretische oordeelsdag voor een jong Afrikaans meisje genaamd Suba, die stierf op zeventienjarige leeftijd terwijl ze aan het bevallen was van haar eerste kindje. Een en ander speelt zich af rond 1200 na Christus.
Ik schrijf God in het eerste deel niet met een hoofdletter omdat het een gesprek is met de god van de theologische wijzen van deze wereld met hun leerstellingen, niet de God van Abraham, Izaak en Jakob, niet de God en Vader van mijn Here en mijn Zaligmaker.
Oordeel en gerechtigheid volgens de theologen van deze wereld
god: Wat heb je voor jezelf te zeggen Suba ?
Suba: Excuseer me, uwe heiligheid, ik ben bang en ik begrijp de vraag niet.
god: Er is niets om bang voor te zijn kind. Ik doe je geen pijn (nog niet) .. vertel me is over je leven.
Suba: Ik ben als derde geboren in een gezin met zeven kinderen. Mijn moeder en vader hielden heel veel van ons. Ze leerden ons heel veel dingen, zoals het maken van kleren, het koken op vuur, het maken van rieten manden, de regels van onze stam en hoe we de grote maker moesten aanbidden.
god: Dat ben ik...ik ben de Grote Maker...vertel daar is iets meer over..hoe heb je me aanbeden ?
Suba: Er werd ons geleerd om iedereen in de stam goed te behandelen...dat is wat de grote maker van ons allen wilde...om goed te zijn voor alle mensen. Er werd mij geleerd dat de grote maker dan ook goed voor mij zou zijn. Het leven was erg goed, behalve op de tijden dat we te weinig voedsel hadden en wanneer er van ver weg een slechte stam kwam die ons dorp in brand stak en veel van onze mensen vermoordden.
god: Haatte je deze slechte mensen die mensen uit jouw stam vermoordden ?
Suba: Ja, uwe heiligheid, natuurlijk haatte ik hen.
god: Weet je dat het een zonde is om te haten ?
Suba: Wat is zonde ?
god: Iets slechts.
Suba: Ik wist dat het slecht was om een grote mond tegen mijn vader en moeder te hebben. Ik was nog maar zeven jaar oud toen mijn dorp platgebrand werd...ik geloof niet dat ik ze nu nog haat. Alles wat ik wilde was een plekje om in vrede en met voldoende voedsel te leven, en om mijn kinderen op te voeden tot goede volwassenen. Is dat slecht, uwe heiligheid?
god: Ga je me nu vertellen dat je nooit iets slechts gedaan hebt waarvan je vooraf wist dat het slecht was ?
Suba: Jawel, uwe heiligheid, ik heb vaak slechte dingen gedaan. En mijn moeder heeft me meer dan eens een pak op mijn broek gegeven als ze zag dat ik iets slechts deed. Maar toen ik aan het bevallen was deed dat 100 keer meer pijn dan dat pak slaag van mijn moeder...en dat is het laatste wat ik me herinner voordat ik hier gebracht werd.
god: Weet je, Suba, ik heb een zoon.
Suba: U zult wel erg trots op hem zijn.
god: Niemand weet hoe trots ik op hem ben. Geheel zijn leven onderwees hij mensen om elkaar lief te hebben, om elkaar te vergeven...om zelfs ook je vijanden lief te hebben.
Suba: Hij klinkt als een heel lieve man.
god: Dat was hij zeker. Maar toen hij nog een jonge man was, spanden de aanbidders van de grote maker samen en hebben hem vermoord door hem aan een hout te nagelen.
Suba: Oh god, wat verschrikkelijk. U zult hem wel enorm missen.
god: Nee kind...hij is levend, en bij mij. Ik heb hem drie dagen nadat ze hem gedood hadden weer levend gemaakt. Hij is nu de redder van alle mensen op de aarde
Suba: We hebben in Afrika nog nooit van uw zoon gehoord. Wat had ik graag gewild dat uw zoon mijn stam gered had van die slechte mensen, toen ik nog een klein meisje was.
god: Mijn zoon kan mensen redden...zelfs als ze dood zijn.
Suba: WOW ! Dat klinkt te mooi om waar te zijn. Hoe redt uw zoon dan feitelijk alle mensen ?
god: Hij redt niet alle mensen.
Suba: Maar uwe heiligheid, u zei net dat hij de redder is van alle mensen op aarde.
god: Ja mijn kind. Mijn zoon is de redder van alle mensen...hij redt ze alleen niet feitelijk allemaal.
Suba: Ik begrijp hier niets van. "Hij is...en hij is niet" Als ik zoiets verdraaids tegen mijn moeder zou zeggen, dan zou ik meteen een pak op mijn broek krijgen.
god: Laat me het uitleggen. Mijn zoon is zo een vreselijke dood gestorven om te betalen voor alle slechte dingen die de mensen doen. Iedereen die geloofd dat mijn zoon dit voor hem of haar gedaan heeft, zal niet gestraft worden voor de slechte dingen die ze gedaan hebben, maar zullen voor eeuwig leven. Ik heb al deze regels in een boek, genaamd "de Bijbel" laten schrijven. In de Bijbel staat dat je voor het doen van slechte dingen de dood als straf krijgt. Maar als iemand mijn zoons offer voor hun slechte daden geloofd, dan geef ik hen de vrije gift van leven.
Suba: Oh god...ik weet niet wat ik zeggen moet. U bedoelt dat wanneer ik uw zoon geloof, die een goede daad voor mij gedaan heeft, dat, zelfs als ik heel veel slechte dingen gedaan heb, u mij een leven geeft dat nooit meer ophoud ?
god: Nee kind....jij niet. Je begrijpt de hogere leerstellingen van de christelijke theologie niet. Weet je, jij komt niet in aanmerking om gered te worden
Suba: wat is "c h r i s t e l i j k e t h e o l o g i e ?"
god: dat is te verwarrend kind, dat weten zelfs de theologen niet.
Suba: Waarom kom ik niet in aanmerking ? Wat moet ik doen om in aanmerking te komen ?
god: Daar hoef je helemaal niets voor te doen. Redding is door genade..dat betekend dat het een vrije gift is
Suba: Maar waarom kom ik dan niet in aanmerking, uwe heiligheid ?
god: Wat ik bedoel is dat dat je je niet gekwalificeert hebt voor redding, maar je kunt niet gediskwalificeert worden door je niet te kwalificeren voor de kwalificatie die niet vereist is, daar redding vrij is en door genade...of eh .. zoiets.
Suba: Zou u denken, uwe heiligheid, dat één van die theologen dit misschien wat beter aan mij uit zou kunnen leggen ?
god: Nee mijn kind, trouwens, het is voor jou te laat om gered te worden
Suba: Maar uwe heiligheid, waarom is het te laat ?
god: Omdat je het offer van mijn zoon niet geaccepteerd hebt voor je stierf toen je aan het bevallen was
Suba: Maar, uwe heiligheid, ik wist helemaal niets van uw zoon en zijn offer voor ik stierf.
god: Dat is balen kind. Ik kan me niet bemoeien met alle gecompliceerde details die er zijn om iedereen te redden. Trouwens, de hoogst opgeleide theologen van de wereld onderwijzen kraakhelder dat wanneer iemand sterft zonder dat deze het offer van mijn zoon aangenomen heeft, of ze daar nou van op de hoogte waren of niet, dat het voor hen te laat is om ooit nog gered te worden.
Suba: Bedoelt u dat de straf voor mijn slechte dingen niet door uw zoon weggenomen worden, en dat ik voor altijd de dood krijg ?
god: Nou...niet precies kind. Ik weet dat mijn Bijbel dood zegt, maar mijn theologen waren van overtuiging dat dood nog te goed was voor slechte mensen, dus hebben ze dat verandert in een nooit eindigend leven in pijn en kwelling in vuur. Het zal honderden en honderden en honderden keren zoveel pijn doen als je had tijdens de bevalling van je kindje, vlak voor je stierf. Ik zal nooit meer stoppen met het verbranden van je vlees Suba, nog niet voor een seconde. En, natuurlijk zal je pasgeboren dochter bij je zijn aan je zijde. Feitelijk zal het overgrote deel van alle mensen uit Afrika bij je zijn, brandend in het vuur. Miljarden en miljarden mensen....brandend...brandend...voor eeuwig en eeu....Sorry Suba, wat wil je zeggen ?
Suba: Maar god, uwe heiligheid...waarom ? WAAROM ?
god: Kijk kind, zoals één van mijn leidende theologen het onlangs zei, ben ik niet gebonden om iedereen te redden. Ik ben er zelfs niet aan gebonden om ook maar iemand te redden. Trouwens, jij bent mijn vijand en ik haat je. Ik weet dat het niet rechtvaardig klinkt kind, maar je moet begrijpen..deze grote en belangrijke theologen hebben deze regels gemaakt...ik ben dus aan handen en voeten gebonden.
Suba: Maar god ... ik haat u niet.
god: Pobeer me geen schuldgevoel aan te praten kind..ik zei dat ik jou haat...jij bent mijn vijand...en daarmee uit.
Suba: Maar uwe heiligheid, u zei dat uw zoon iedereen leerde om zijn vijanden lief te hebben ?
god: Engel van de wacht, dit meisje begint me op mijn zenuwen te werken. Gooi haar voor eeuwig in de vlammen van de hel.
god: Volgende ...
Ik vraag me serieus af, lezer, hoe je persoonlijk zou reageren over de uitkomst van deze theologische doctrine aangaande dit onderwerp als jij en je familie geboren zou zijn in een deel van de wereld waar de Blijde Boodschap van het Evangelie van Jezus Christus nooit is doorgedrongen.
Oordeel en gerechtigheid volgens de Heilige Schrift.
Een indruk uit Gods Woord aangaande het lot van ongelovigen.
God: Wat heb je voor jezelf te zeggen Suba ?
Suba: Excuseer me, waar ben ik ? Ik ben bang en ik begrijp de vraag niet.
God: Er is niets om bang voor te zijn kind. Ik doe je geen pijn .. vertel me is over je leven.
Suba: Ik ben als derde geboren in een gezin met zeven kinderen. Mijn moeder en vader hielden heel veel van ons. Ze leerden ons heel veel dingen, zoals het maken van kleren, het koken op vuur, het maken van rieten manden, de regels van onze stam en hoe we de grote maker moesten aanbidden.
God: Dat ben ik...ik ben de Grote Maker...vertel daar is iets meer over..hoe heb je me aanbeden ?
Suba: Er werd ons geleerd om iedereen in de stam goed te behandelen...dat is wat de Grote Maker van ons allen wilde...om goed te zijn voor alle mensen. Er werd mij geleerd dat de Grote Maker dan ook goed voor mij zou zijn. Het leven was erg goed, behalve op de tijden dat we te weinig voedsel hadden en wanneer er van ver weg een slechte stam kwam die ons dorp in brand stak en veel van onze mensen vermoordden.
God: Haatte je deze slechte mensen die mensen uit jouw stam vermoordden ?
Suba: Ja, uwe heiligheid, natuurlijk haatte ik hen.
God: Weet je dat het een zonde is om te haten ?
Suba: Wat is zonde ?
God: Iets slechts.
Suba: Ik wist dat het slecht was om een grote mond tegen mijn vader en moeder te hebben. Ik was nog maar zeven jaar oud toen mijn dorp platgebrand werd...ik geloof niet dat ik ze nu nog haat. Alles wat ik wilde was een plekje om in vrede en met voldoende voedsel te leven, en om mijn kinderen op te voeden tot goede volwassenen. Is dat slecht, uwe heiligheid?
God: Ga je me nu vertellen dat je nooit iets slechts gedaan hebt waarvan je vooraf wist dat het slecht was ?
Suba: Jawel, uwe heiligheid, ik heb vaak slechte dingen gedaan. En mijn moeder heeft me meer dan eens een pak op mijn broek gegeven als ze zag dat ik iets slechts deed. Maar toen ik aan het bevallen was deed dat 100 keer meer pijn dan dat pak slaag van mijn moeder...en dat is het laatste wat ik me herinner voordat ik hier gebracht werd.
God: Weet je, Suba, ik heb een zoon. (Matth. 3:17)
Suba: U zult wel erg trots op hem zijn.
God: Niemand weet hoe trots ik op hem ben. Geheel zijn leven onderwees hij mensen om elkaar lief te hebben, om elkaar te vergeven...om zelfs ook je vijanden lief te hebben. (Matth. 3:17, Markus 12:33, Luk. 6:27, Luk 6:35, Joh 3:35, Joh 5:20, Joh 10:17, Rom 12:10, Rom 13:8, etc etc)
Suba: Hij klinkt als een heel lieve man.
God: Dat is hij zeker. Maar toen hij nog een jonge man was, spanden de aanbidders van de grote maker samen en hebben hem vermoord door hem aan een hout te nagelen. (Matth 27:22-23, 26, 35)
Suba: Oh God, wat verschrikkelijk. U zult hem wel enorm missen.
God: Nee kind...hij is levend, en bij mij. Ik heb hem drie dagen nadat Hij gedood was weer levend gemaakt. (Matth. 28: 1-10, etc etc) Hij is nu de redder van alle mensen op de aarde.(2 Kor 5:19, etc etc) Dit alles moest gebeuren om het plan wat IK gemaakt heb voor ik met de wereld begon tot een goed eind te brengen (Jes 46:10-11, etc etc).
Suba: We hebben in Afrika nog nooit van Uw Zoon gehoord. Wat had ik graag gewild dat Uw Zoon mijn stam gered had van die slechte mensen, toen ik nog een klein meisje was.
God: Mijn zoon kan mensen redden...zelfs als ze dood zijn. (Rom 4:17, Openb 20:5)
Suba: WOW ! Dat klinkt te mooi om waar te zijn. Hoe redt uw zoon dan feitelijk alle mensen ?
God: Hij redt alle mensen door ze te reinigen als met vuur. (1 Kor 3: 13-15). Hiervoor heeft Hij een groepje uitverkoren mensen (Matth. 22:14), waarbij toen ze leefden in hun zondige vlees, de geestelijk reiniging al begonnen is (1 Petr 4:17) en ze naar Mijn plan klaar gemaakt worden (Jes. 13:14-15) om deze taak (1 Kor 6: 2-3) te doen.
Suba: Wat een geweldig nieuws. Wij hebben daar in Afrika nog nooit van gehoord. Maar mag ik u wat vragen God, waar moet ik dan van gereinigd worden ?
God: Voor IK mensen maakte Suba, heb IK besloten dat ze kennis moesten hebben van goed en kwaad. Daarvoor heb IK een boom bij de eerste twee mensen geplaatst met daarin de kennis van goed en kwaad (Gen 2:17, Gen 3:3). IK heb ook een tegenstander gemaakt (Jes 54:16) die ze moest verleidden om die vrucht, waarvan IK verboden had dat ze die zouden eten, te eten. De mensen die IK gemaakt heb, heb IK geestelijk zwak gemaakt (Jer. 18:4, Gen 3:6 vergelijken met 1Joh. 2:16) zodat ze aan die verleiding niet konden weerstaan. IK wist heel goed dat ze zouden zondigen, daarom had IK Mijn Zoon al gemaakt (Openb 3:14) en was Hij het offer wat IK zou brengen, en dat was allemaal al in Mijn plan besloten voor IK met de wereld begon (Openb 13:8). Mijn Zoon heeft de zonde van alle inwoners van alle tijd en alle plaats weggenomen (Joh. 1:29, Hebr 9:26) Wat nog moet gebeuren is de zonde uit de zondaar wegnemen. (1 Kor 3:15) De onreinheid die bij je geboorte in je zit (Ps. 51:5) en de onreinheid die er door de daden die je in je leven hebt gedaan bijgekomen zijn (Rom 5:21) moet weggenomen worden. Dit alles is door Mij bedacht en door Mij vooraf bepaald en door Mij uitgevoerd. Jij hebt hierin de plaats gehad die IK jou toebedeeld heb.(Efe 1:11) Je bent als klei in Mijn hand geweest. (Rom 9:21), IK heb de weg die je gegaan bent bestuurd (Spr 16:1, Spr 16:9 , Spr 16:11, Jer 10:23). Alles is bij Mij bekent geweest voor IK hieraan begon (Jes 46:10, Psalm 139:16).
Suba: Ik begrijp dat U niets aan het toeval over hebt willen laten, dat U alles vooraf tot in de puntjes (Matth 10:30) geregeld heeft. God, mag ik U nog vragen waarom U dit zo gedaan heeft ?
God: IK heb dit zo gedaan omdat IK een groot gezin wil (1 Kor 15:28). Om dit te bereiken moesten Mijn schepsels kennis hebben van goed en kwaad, om zo als Onzer één te worden. (Gen 3:22) Alle mensen zijn dezelfde dingen overkomen (Pred. 9:2-3), niet omdat de mensen daar zelf voor gekozen hebben (Rom 8:20), maar omdat ze nederigheid (Pred 1:13 "En ik begaf mijn hart om met wijsheid te onderzoeken, en na te speuren al wat er geschiedt onder den hemel. Deze kwade ervaring heeft God den kinderen der mensen gegeven, om ze nederigheid te leren." Vertaald uit Concordant Literal Version) moesten leren.
Suba: Dus als ik het goed begrijp heeft u mij geschapen zoals goed was in UW ogen (Gen 1:31), om aan UW plan te voldoen ?
God: Ja Suba. IK heb alles geschapen naar de raad van MIJN wil (Efe 1:11). IK heb het eerst vleselijk geschapen, in vergankelijkheid, om het daarna onvergankelijkheid aan te doen (Jer. 18:4, 1 Kor 15: 53-54). Je zult nu gereinigt gaan worden in "de poel van vuur" door degenen die IK voor de grondlegging der wereld al tot deze taak verordineert heb. Zij zullen je barmhartigheid geven (Rom 11:30-31), want zij hebben al geleerd dat IK totaal soeverein ben, dat er niets, geen goed maar ook geen kwaad uit henzelf is. Deze reiniging zal niet makkelijk voor je zijn Suba, Van al je daden, (1 Kor 3:13) tot elk ijdel woord toe (Matth. 12:36), zal je rekenschap af moeten leggen,maar je zal gereingt en behouden worden (1 Kor 3:15) en je zal Mijn Zoon kennen, je zult je voor Hem buigen en je zult Hem loven en prijzen (Rom 14:11, Fillip 2:10-11). Het lijden wat je zal ondergaan weegt niet op tegen de heerlijkheid die IK voor je zal openbaren na je reiniging (Rom 8:18). Wanneer dit allemaal gebeurt zal zijn, als al Mijn schepselen gereinigt zijn, dan zal IK alles in allen zijn (1 Kor 15:28)
God: Engel van de wacht, breng haar bij Mijn uitverkorenen, zodat zij kunnen doen waarvoor IK hen uitverkoren heb (1 Kor 6:2-3, Jer 5:14 Jes 33: 14-15)
God: Volgende ..
