Wat is de geestelijke betekenis van Ananias en Safira

Hoi Mike,

Het is al weer enige tijd geleden dat ik je per email een vraag gesteld heb, en ik hoop dat deze email jullie in goede gezondheid treft.

Vanmorgen las ik de geschiedenis van Ananias en zijn vrouw Safira. Ik heb op de Is, Was and will Be website gezocht, maar kon niets vinden wat uitleg gaf aan deze geschiedenis. Ik begrijp het "vleselijke" aspect van deze geschiedenis, maar er is zeker ook een diepere geestelijke toepassing aan deze geschiedenis. Dit werd me duidelijk nadat Petrus tegen Ananias zei nadat het land verkocht was  "..en verkocht zijnde, was het niet in uw macht?" Hoe kan iets wat je aan een ander persoon verkocht hebt nog steeds "in je macht" zijn ? Als ik mijn auto verkoop, dan kan ik niet bij die persoon op de stoep staan voor de sleutels om die auto mee te nemen als het mij uitkomt. Ik denk dat "het land" hier betrekking heeft op het vat van klei wat we allen zijn en dat de "prijs" die betaald was de hoge prijs verbeeld die onze Heer betaald heeft met Zijn leven.

Mike, zit ik er ver naast ?

Dank je voor je tijd.

J_____

Hoi J_____

Dank je voor je vraag aangaande de geestelijke betekenis aangaande de dood van Ananias en Safira. De geestelijke betekenis aangaande deze geschiedenis is om ons te laten zien dat er binnen in ons een Ananias en Safira aanwezig is, die door de mensen wil worden gezien als vrijgevig in de dienst van onze hemelse Vader en dat we Hem van ganser harte zoeken, terwijl we in realiteit achterhouden van de opbrengst van "het land"

Psa 119:2  Welgelukzalig zijn zij, die Zijn getuigenissen onderhouden, die Hem van ganser harte zoeken;

Hand. 5:3  En Petrus zeide: Ananias, waarom heeft de satan uw hart vervuld, dat gij den Heiligen Geest liegen zoudt, en onttrekken van den prijs des lands?

Alle Schrift is als "een scherp tweesnijdend zwaard", wat betekend dat als wij Hem niet van ganser harte zoeken, dan zijn we ook niet welgelukzalig, niet gezegend. Het onderhouden van Zijn getuigenissen en het Hem zoeken met geheel je hart, heeft niets te maken met het geven van tienden aan een kerk of het geven aan anderen. Het heeft alles te maken met het geven van ons leven als een levend offer. Het zijn van een goede echtgenoot, of echtgenote, of werknemer of gever, vriend of buurtgenoot  "ter ere van God"

1 Kor 10:31  Hetzij dan dat gijlieden eet, hetzij dat gij drinkt, hetzij dat gij iets anders doet, doet het al ter ere Gods.

Kol 3:17  En al wat gij doet met woorden of met werken, doet het alles in den Naam van den Heere Jezus, dankende God en den Vader door Hem.
Kol 3:18  Gij vrouwen, zijt uw eigen mannen onderdanig, gelijk het betaamt in den Heere.

Kol 3:19  Gij mannen, hebt uw vrouwen lief, en wordt niet verbitterd tegen haar.

Kol 3:20  Gij kinderen, zijt uw ouderen gehoorzaam in alles, want dat is den Heere welbehagelijk.
Kol 3:21  Gij vaders, tergt uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden.
Kol 3:22  Gij dienstknechten, zijt in alles gehoorzaam uw heren naar het vlees, niet met ogendiensten als mensenbehagers, maar met eenvoudigheid des harten, vrezende God.
Kol 3:23  En al wat gij doet, doet dat van harte als den Heere en niet den mensen;
Kol 3:24  Wetende, dat gij van den Heere zult ontvangen de vergelding der erfenis; want gij dient den Heere Christus. Kol 3:25  Maar die onrecht doet, die zal het onrecht dragen, dat hij gedaan heeft; en er is geen aanneming des persoons.

"niet met ogendiensten als mensenbehagers". Ananias en Safira zijn jij en ik als we ons bewust zijn van hoe we zijn in de ogen van anderen, in plaats van ons te realiseren dat God elke gedachte van ons hart kent. Wij hebben allen gedaan wat Ananias en Safira gedaan hebben, en we zullen allen moeten "sterven"  zoals zij gestorven zijn.

Rom 6:3  Of weet gij niet, dat zovelen als wij in Christus Jezus gedoopt zijn, wij in Zijn dood gedoopt zijn? Rom 6:4  Wij zijn dan met Hem begraven, door den doop in den dood, opdat, gelijkerwijs Christus uit de doden opgewekt is tot de heerlijkheid des Vaders, alzo ook wij in nieuwigheid des levens wandelen zouden.

Deze geschiedenis is onderdeel van Gods is, was, en zal zijn woorden, en we zullen allen deze geschiedenis moeten doorleven.

Mat 24:34  Voorwaar, Ik zeg u: Dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, totdat al deze dingen zullen geschied zijn. Mat 24:35  De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.

"het land" in de Schrift, is ons lichaam, waarvan we geinstrueerd zijn dit van ganser harte aan God te geven. We kunnen niets "onttrekken van de prijs des lands" en verwachtten dat we gezegend worden.

Rom 12:1  Ik bid u dan, broeders, door de ontfermingen Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levende, heilige en Gode welbehagelijke offerande, welke is uw redelijke godsdienst. Rom 12:2  En wordt dezer wereld niet gelijkvormig; maar wordt veranderd door de vernieuwing uws gemoeds, opdat gij moogt beproeven, welke de goede, en welbehagelijke en volmaakte wil van God zij.

De meeste van ons zijn doodsbang bij de gedachte om "deze wereld niet gelijkvormig te worden". Net als Ananias en Safira willen we geaccepteerd worden door de mensen, en van onszelf denken dat we "veranderd door de vernieuwing uws gemoeds" zijn, terwijl we "onttrekken van de prijs des lands". Wanneer we dat doen, dan moeten we sterven door de vurige woorden uit de mond van Gods getuigen, net als Ananias en Safira. We moeten leven bij elk woord wat uit de mond Gods uitgaat. Sterven met Christus aan het kruis is zwaar voor het vlees, maar het is goed voor de ziel.

Openb. 11:3  En Ik zal Mijn twee getuigen macht geven, en zij zullen profeteren duizend tweehonderd zestig dagen, met zakken bekleed.
Openb. 11:4  Dezen zijn de twee olijfbomen, en de twee kandelaren, die voor den God der aarde staan. Openb. 11:5  En zo iemand die wil beschadigen, een vuur zal uit hun mond uitgaan, en zal hun vijanden verslinden; en zo iemand hen wil beschadigen, die moet alzo gedood worden.

Het is aan weinigen gegeven dit te ontvangen, maar de waarheid van Gods vurige Woord, en het komt direct uit de mond van Degene die dat Woord is, is dat de gehele mensheid moet leven "bij alle woord, dat door den mond Gods uitgaat."

Mat 4:4  Doch Hij, antwoordende, zeide: Er is geschreven: De mens zal bij brood alleen niet leven, maar bij alle woord, dat door den mond Gods uitgaat.

Het is deze zelfde Mond die dit zegt over Openbaringen 11, en het gehele boek Openbaringen:

Openb. 1:3  Zalig is hij, die leest, en zijn zij, die horen de woorden dezer profetie, en die bewaren, hetgeen in dezelve geschreven is; want de tijd is nabij. Openb. 22:7  Zie, Ik kom haastiglijk zalig is hij, die de woorden der profetie dezes boeks bewaart.

"hetgeen in dezelve geschreven is" en "de woorden der profetie dezes boeks" bevatten ook de volgende woorden:

Openb. 19:21  En de overigen werden gedood met het zwaard Desgenen, Die op het paard zat, hetwelk uit Zijn mond ging; en al de vogelen werden verzadigd van hun vlees.

Ze houden ook de geschiedenis van Ananias en Safira in.

Jaren geleden hield ik een studie in Mobile, Alabama getiteld "de typificering en schaduwen van het Nieuwe Testament". Ik ontdekte door studie dat de gehele bijbel een typificering en schaduw is van geestelijke realiteit.

1 Kor 2:13  Dewelke wij ook spreken, niet met woorden, die de menselijke wijsheid leert, maar met woorden, die de Heilige Geest leert, geestelijke dingen met geestelijke samenvoegende.

"menselijke wijsheid leert" dat we de negatieve delen van Gods woord kunnen vermijden, alsof we op één of andere manier kunnen vermijden dat we vergankelijk vlees en bloed zijn. Wanneer we "geestelijke dingen met geestelijke samenvoegen" en we ons realiseren dat we "spreken, niet met woorden die de menselijke wijsheid leert", dan beginnen we te begrijpen dat al de woorden van Christus, en al Zijn werken, en al Zijn ervaringen, in hun natuur en boodschap geestelijk zijn.

Joh 6:63  De Geest is het, Die levend maakt; het vlees is niet nut. De woorden, die Ik tot u spreek, zijn geest en zijn leven.

Joh 14:10  Gelooft gij niet, dat Ik in den Vader ben, en de Vader in Mij is? De woorden, die Ik tot ulieden spreek, spreek Ik van Mijzelven niet, maar de Vader, Die in Mij blijft, Dezelve doet de werken.

Voor Christus waren de woorden en de werken één en dezelfde. Alle fysieke helingen, zoals de genezing van de blind geboren man, de genezing van de tien melaatsen van hun ongeneeselijke ziekte, de genezing van mensen met verdorde ledematen, het voeden van de menigte en het opwekken van de doden, en ook Zijn sterven aan het kruis zelf, zijn allen geestelijke schaduwen van wat God werkt in ons, aan ons en door ons. We zijn allen blind en verdord geboren, we zijn ziek, geslagen met een ongeneeselijk ziek zijn. We eten allemaal van de broden en vissen van Christus en we zijn allen van nature blind voor de betekenis van Zijn gelijkenissen. Als we daar gebracht worden dat we dit allemaal doorleven en kunnen ontvangen dan worden we "de ganse dag gedood" en zijn met Hem gekruisigd.

Rom 8:36  (Gelijk geschreven is: Want om Uwentwil worden wij den gansen dag gedood; wij zijn geacht als schapen ter slachting.)

Gal 2:20  Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof des Zoons van God, Die mij liefgehad heeft, en Zichzelven voor mij overgegeven heeft.

Alle dingen, goed en kwaad, zijn ons, en we zullen leven bij alle woord wat uit de mond Gods uitgaat.

1Kor 3:21  Niemand dan roeme op mensen; want alles is uwe.
1Kor 3:22  Hetzij Paulus, hetzij Apollos, hetzij Cefas, hetzij de wereld, hetzij leven, hetzij dood, hetzij tegenwoordige, hetzij toekomende dingen, zij zijn alle uwe. 1Kor 3:23  Doch gij zijt van Christus, en Christus is Gods.

Waarheid wordt altijd in de som van Gods woord gevonden. Het is niet anders met de geschiedenis van Ananias en Safira, ook dit moet begrepen worden in de som van de rest van Gods woord.

Psa 119:160  De som van Uw woord is waarheid, en in der eeuwigheid is al het recht Uwer gerechtigheid. Psa 139:17  Daarom, hoe kostelijk zijn mij, o God, Uw gedachten! hoe machtig veel zijn haar sommen!

Laten we deze les meenemen om te zoeken wat de schaduw is van de som van Gods geestelijke woorden, en geestelijke dingen met geestelijke samenvoegen, en zien wat de geestelijke betekenis is van wat er gebeurt is met Ananias en zijn vrouw Safira.

Hier de geschiedenis zoals het feitelijk gebeurt

Hand. 5:1  En een zeker man, met name Ananias, met Saffira, zijn vrouw, verkocht een have;
Hand. 5:2  En onttrok van den prijs, ook met medeweten zijner vrouw; en bracht een zeker deel, en legde dat aan de voeten der apostelen.
Hand. 5:3  En Petrus zeide: Ananias, waarom heeft de satan uw hart vervuld, dat gij den Heiligen Geest liegen zoudt, en onttrekken van den prijs des lands?
Hand. 5:4  Zo het gebleven ware, bleef het niet uw, en verkocht zijnde, was het niet in uw macht? Wat is het, dat gij deze daad in uw hart hebt voorgenomen? Gij hebt den mensen niet gelogen, maar Gode.
Hand. 5:5  En Ananias, deze woorden horende, viel neder en gaf den geest. En er kwam grote vrees over allen, die dit hoorden.
Hand. 5:6  En de jongelingen, opstaande, schikten hem toe, en droegen hem uit, en begroeven hem.
Hand. 5:7  En het was omtrent drie uren daarna, dat ook zijn vrouw daar inkwam, niet wetende, wat er geschied was;
Hand. 5:8  En Petrus antwoordde haar: Zeg mij, hebt gijlieden het land voor zoveel verkocht? En zij zeide: Ja, voor zoveel.
Hand. 5:9  En Petrus zeide tot haar: Wat is het, dat gij onder u hebt overeengestemd te verzoeken den Geest des Heeren? Zie, de voeten dergenen, die uw man begraven hebben, zijn voor de deur, en zullen u uitdragen.
Hand. 5:10  En zij viel terstond neder voor zijn voeten, en gaf den geest. En de jongelingen ingekomen zijnde, vonden haar dood en droegen ze uit, en begroeven haar bij haar man.
Hand. 5:11  En er kwam grote vreze over de gehele Gemeente, en over allen, die dit hoorden.
Hand. 5:12  En door de handen der apostelen geschiedden vele tekenen en wonderen onder het volk; en zij waren allen eendrachtelijk in het voorhof van Salomo.

Hand. 5:13  En van de anderen durfde niemand zich bij hen voegen; maar het volk hield hen in grote achting.

Hand. 5:14  En er werden meer en meer toegedaan, die den Heere geloofden, menigten beide van mannen en van vrouwen;

Dat alles vond plaats na de pinksterdag en de uitstorting van de Heilige Geest over de 120 personen die bijeen waren in de opperkamer. Onmiddelijk na deze gebeurtenissen van die dag gingen Petrus en Johannes naar de tempel en baden voor een man die verlamd was vanaf zijn geboorte, welke meer dan 40 jaar oud was. Deze man zat "aan de deur genaamd Schone" te bedelen voor een aalmoes. De man werd terstond genezen en de gehele stad was zich bewust hoe hij was genezen.

Hand. 3:1  Petrus nu en Johannes gingen te zamen op naar den tempel, omtrent de ure des gebeds, zijnde de negende ure;
Hand. 3:2  En een zeker man, die kreupel was van zijner moeders lijf, werd gedragen, welken zij dagelijks zetten aan de deur des tempels, genaamd de Schone, om een aalmoes te begeren van degenen, die in den tempel gingen;
Hand. 3:3  Welke, Petrus en Johannes ziende, als zij in den tempel zouden ingaan, bad, dat hij een aalmoes mocht ontvangen.
Hand. 3:4  En Petrus, sterk op hem ziende, met Johannes, zeide: Zie op ons.
Hand. 3:5  En hij hield de ogen op hen, verwachtende, dat hij iets van hen zou ontvangen.
Hand. 3:6  En Petrus zeide: Zilver en goud heb ik niet, maar hetgeen ik heb, dat geve ik u; in den Naam van Jezus Christus, den Nazarener, sta op en wandel!
Hand. 3:7  En hem grijpende bij de rechterhand richtte hij hem op, en terstond werden zijn voeten en enkelen vast.
Hand. 3:8  En hij, opspringende, stond en wandelde, en ging met hen in den tempel, wandelende en springende, en lovende God.
Hand. 3:9  En al het volk zag hem wandelen en God loven. Hand.

3:10  En zij kenden hem, dat hij die was, die om een aalmoes gezeten had aan de Schone poort des tempels; en zij werden vervuld met verbaasdheid en ontzetting over hetgeen hem geschied was.

Hand. 3:11  En als de kreupele, die gezond gemaakt was, aan Petrus en Johannes vasthield, liep al het volk gezamenlijk tot hen in het voorhof, hetwelk Salomo's voorhof genaamd wordt, verbaasd zijnde.

Hand. 4:22  Want de mens was meer dan veertig jaren oud, aan welken dit teken der genezing geschied was.

Het was niet zo dramatisch als de opwekking van Lazarus uit de dood, maar het is voor de hand liggend dat veel meer mensen deze meer dan 40 jaar oude bedelaar kende dan dat er Lazarus kende. Als resultaat van deze genezing kwamen velen tot geloof en werden toegevoegd aan "de gemeente".  De priesters en sadduceën probeerden de apostelen te bewegen niet meer te predikken door ze een nachtje in de gevangenis te zetten.

Hand. 4:1  En terwijl zij tot het volk spraken, kwamen daarover tot hen de priesters, en de hoofdman des tempels, en de Sadduceen;
Hand. 4:2  Zeer ontevreden zijnde, omdat zij het volk leerden, en verkondigden in Jezus de opstanding uit de doden.

Hand. 4:3  En zij sloegen de handen aan hen, en zetten ze in bewaring tot den anderen dag; want het was nu avond.

Hand. 4:4  En velen van degenen, die het woord gehoord hadden, geloofden; en het getal der mannen werd omtrent vijf duizend.

De volgende dag werden ze vrijgelaten en gingen direct terug naar hun broeders om hen te vertellen wat er gebeurt was, om daarna door te gaan met predikken en onderwijs te geven in de tempel. Het vierde hoofdstuk eindigt alsvolgt:

Hand. 4:32  En de menigte van degenen, die geloofden, was een hart en een ziel; en niemand zeide, dat iets van hetgeen hij had, zijn eigen ware, maar alle dingen waren hun gemeen.
Hand. 4:33  En de apostelen gaven met grote kracht getuigenis van de opstanding van den Heere Jezus; en er was grote genade over hen allen.
Hand. 4:34  Want er was ook niemand onder hen, die gebrek had; want zovelen als er bezitters waren van landen of huizen, die verkochten zij, en brachten den prijs der verkochte goederen, en legden dien aan de voeten der apostelen.
Hand. 4:35  En aan een iegelijk werd uitgedeeld, naar dat elk van node had.
Hand. 4:36  En Joses, van de apostelen toegenaamd Barnabas (hetwelk is, overgezet zijnde, een zoon der vertroosting), een Leviet, van geboorte uit Cyprus,

Hand. 4:37  Alzo hij een akker had, verkocht dien, en bracht het geld, en legde het aan de voeten der apostelen.

"zovelen als er bezitters waren van landen of huizen, die verkochten zij, en brachten den prijs der verkochte goederen, en legden dien aan de voeten der apostelen....Barnabas....Alzo hij een akker had, verkocht dien, en bracht het geld, en legde het aan de voeten der apostelen"

Dit is een periode, aan het begin van de nieuw Testamentische kerk, waar iedereen verwachtte dat Christus gedurende hun leven nog terug zou komen om Zijn koninkrijk op deze aarde op te zetten, met fysiek Israël als Zijn natie, door welke Hij de wereld zou regeren. Wonderen op zichzelf geven geen mensen die "gespeend van de borst" zijn en die zover gebracht zijn dat ze het vaste voesel van het Woord kunnen ontvangen. De discipelen brachten drie en een half jaar door met Christus en zijzelf hebben gedurende die tijd ook zieken genezen en duivelen uitgeworpen...en toch waren zij niet bekeerd. Wonderen hebben effect op de fysieke omgeving, niet op het hart of de geestesgesteldheid.

Luk 22:32  Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude; en gij, als gij eens zult bekeerd zijn, zo versterk uw broeders.

Zelfs na de pinksterdag zou Petrus niet in het huis van Cornelius gegaan zijn . Op dat tijdstip achtte Petrus het nog staads een zonde om dat te doen. Dus al deze goedwillende christenen, die hun huizen verkochtten en de opbrengst voor de voeten van de discipelen brachten waren geestelijk kleine kinderen in Christus, net als de apostelen zelf,  die zoals Christus hen verteld had op de avond voor zijn kruisiging, maar een paar weken eerder:

Joh 16:12  Nog vele dingen heb Ik u te zeggen, doch gij kunt die nu niet dragen.

Christus had nog steeds "vele dingen tot hen te zeggen" welke ze nog steeds niet konden dragen omdat ze nog niet volwassen genoeg waren. Het was onder deze omstandigheden dat de de discipelen, naar het schijnt, "alle dingen gemeen hadden" Het was niet voorbestemd dat dit lang zou duren. De vervolgingen die snel over de gemeente kwam maakte dat zij die voorbestemd waren te groeien tot volwassenheid in Christus dit ook deden. Het is alleen door beproeving dat we voorbij de melk van het Woord groeien

Isa 28:9  Wien zou Hij dan de kennis leren, en wien zou Hij het gehoorde te verstaan geven? Den gespeenden van de melk, den afgetrokkenen van de borsten.

1 Kor 3:1  En ik, broeders, kon tot u niet spreken als tot geestelijken, maar als tot vleselijken, als tot jonge kinderen in Christus.

1 Kor 3:2  Ik heb u met melk gevoed, en niet met vaste spijs; want gij vermocht toen nog niet; ja, gij vermoogt ook nu nog niet.

Het was onder deze omstandigheden dat Ananias en zijn vrouw Safira hun bezit verkochtten en een deel van de opbrengst aan de voeten van de discipelen lagen, maar deden of dit de gehele verkoopprijs was.

Hand. 5:2  En onttrok van den prijs, ook met medeweten zijner vrouw; en bracht een zeker deel, en legde dat aan de voeten der apostelen.

Misschien waren sommige mensen uit hoofdstuk vier wel vrienden van Ananias en Safira, en wilden Ananias en Safira net zo oprecht overkomen als hun vrienden en kennissen die hun land verkocht hadden en de gehele opbrengst van de verkoop aan de apostelen gegeven hadden. Maar Ananias en Safira waren niet oprecht in hun dienst naar de Heer, zoals degenen waren die alles hadden gegeven.

Zoals Petrus duidelijk maakte was er geen vereiste om iets te geven, er was ook geen vereiste dat ze alles zouden geven. De opbrengst van de verkoop was nog steeds "in hun macht" totdat ze het als dienst aan de gemeente gaven. Wat wel een vereiste was, was dat ze met geheel hun hart in de dienst van hun Schepper stelde en dat ze hun hele leven aan Hem gaven. Als er een gedeelte van de opbrengst nodig was geweest om zichzelf te voeden en te kleden, dan zou dan een voeden en kleden zijn voor de dienst van God, wat volledig acceptabel zou zijn. Maar het zoeken van erkenning van mensen, als zouden ze meer gedaan hebben dan ze feitelijk gedaan hadden, was achterhouden voor God wat alreeds van Hem was. Hier is hoe koning David het verwoord nadat hij een offer had genomen wat bestemd was voor het werk in het huis van God, de Tempel:

1 Kron 29:14  Want wie ben ik, en wat is mijn volk, dat wij de macht zouden verkregen hebben, om vrijwillig te geven als dit is? Want het is alles van U, en wij geven het U uit Uw hand.

Dat is hoe wij als geroepen en uitverkoren door God ons leven behoren te zien. We horen ons leven als een offer aan God te geven, zonder ook maar een gram van trots in het vlees, en in volledige erkenning dat als we een goed werk doen, het niet ik is die dat doet, maar Christus die het goede werkt.

Ik hoop dat dit je helpt hoe we elk woord wat we lezen in Gods woord moeten zien. Het koninkrijk van God is binnen in je, als het in je is. We leren niet de woorden die de menselijke wijsheid leert, maar die de Heilige Geest leert, geestelijke dingen met geestelijke samenvoegende (vergelijkende). De meerderheid in de christelijke wereld ziet dit verhaal als niets meer dan een onderdeeltje van de geschiedenis van het begin van de kerkhistorie. Ze zien geen persoonlijke toepassing. Maar "alle dingen zijn ons", inclusief dood. De dood van Ananias en Safira typificeert onze eigen dood aan ons vlees welke koppig weigert om ons "gehele land" als offer aan God te geven.

Je broeder in Christus,

Mike

Vertaald door Robin Korevaar

Zoeken binnen de site

Artikelen

Links

willbe

anilink

get adobe reader

Wie is online

We hebben 87 gasten en geen leden online