Die alle dingen werkt naar de raad van zijn wil

Door Mike Vinson - vertaald door Robin Korevaar

Deel 6 – Twaalf voorbeelden van Gods Modus Operandi

Voorbeeld #2 – De verzoekingen [verleidingen] van Job

De meeste van ons zijn zich wel bewust dat Job een man van geduld was. Op één dag verloor Job al zijn ossen, ezels, kamelen en schapen. Ook op één na al zijn knechten kwamen om en uiteindelijk sterven ook al zijn zonen en dochters in het huis van de oudste zoon waarbij er slechts één knecht in leven blijft om Job het slechte nieuws te brengen. Dit eerste hoofdstuk van Job is een perfecte parallel met wat er met onze ouders in de hof van Eden is gebeurt. Zie de parallellen:

Wiens idee was het om Job op deze manier te beproeven ? "En de HEERE zeide tot den satan: Hebt gij ook acht geslagen op Mijn knecht Job?" (Job 1:8). Het was de HEERE die satans aandacht op Job vestigde. Wat was satan op dat moment aan het doen ? "Van om te trekken op de aarde, en van die te doorwandelen."  (Job 1:7). Waarom doet satan dit ? "Zijt nuchteren, en waakt; want uw tegenpartij, de duivel, gaat om als een briesende leeuw, zoekende, wien hij zou mogen verslinden;" (1 Petrus 5:8) Dat is waarom satan de aarde doorkruist…hij zoekt degene die hij mag verslinden.

Wiens idee was het dat Adam van de boom van kennis van goed en kwaad zou eten ? Was de boom van kennis van goed een kwaad en creatie van satan ? Nee, God schept het kwaad (Jesaja 45:7) Heeft satan de boom in het midden van de tuin geplaatst ? Heeft satan de boom zo gemaakt dat het goed was tot spijze en een lust voor het oog ? Nee, dit alles was ook naar het plan Desgene, die alles werkt naar de raad van Zijn wil (Efeze 1:11) Waarom werden onze ouders niet aangetrokken tot de Boom des Levens ? God heeft hen nooit gezegd dat ze niet van deze Boom mochten eten. Waarom ging hun verlangen niet uit naar de Boom des Levens ?  Omdat “Hij had geen gedaante noch heerlijkheid; als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben.” (Jesaja 53:2). Wie was het die de bedrieglijke slang geschapen heeft die onze ouders verleidt heeft ? "Door Zijn Geest heeft Hij de hemelen versierd; Zijn hand heeft de langwemelende (Strongs #H1281 – crooked = bedrieglijke) slang geschapen" (Job 26:13). Het was God die de slang geschapen heeft en het was God die de slang in de Hof geplaatst heeft om onze ouders te verleiden. Dit gehele gebeuren heeft plaatsgevonden  “Om te doen al wat Uw hand en Uw raad te voren bepaald had, dat geschieden zou.” (Handelingen 4:28)

We weten dat dit zo is, daar er naast dit Schriftgedeelte in Handelingen meerdere keren tot ons gezegd wordt : “….en geroepen met een heilige roeping; niet naar onze werken, maar naar Zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus, voor de tijden der eeuwen;" (2 Timoteus 1:9) en nogmaals: “In de hoop des eeuwigen levens, welke God, Die niet liegen kan, beloofd heeft, voor de tijden der eeuwen, maar geopenbaard heeft te Zijner tijd;”  (Titus 1:2) en wederom: “….des Lams, Dat geslacht is, van de grondlegging der wereld.” (Openbaringen 13:8) Vraag jezelf af; Wist God van de grondlegging der wereld…dus voor Hij aan de schepping begon…voor het tijdperk (aion) van deze wereld begon…voor tijd überhaupt bestond…dat het Lam (Christus) geslacht zou worden voor onze zonden, en dat wij geroepen zouden worden met een heilige roeping “in Christus” , maar dat Hij niet zou weten wat onze ouders (en je kan hier rustig het onze ouders veranderen in jij en ik) zouden doen toen Hij hen verbood om van de boom van kennis van goed en kwaad te eten ? Was God misschien bezig Zijn eigen plan te dwarsbomen toen Hij Adam en Eva verbood om van die boom te eten ? Met andere woorden .. hing Gods plan en doel af van de “vrije wil” van Adam, of is het alles uit God  “.. wij, die te voren verordineerd waren naar het voornemen Desgenen, Die alle dingen werkt [inclusief onze veroorzaakte keuzes] naar den raad van Zijn wil;” (Efeze 1:11) ?

Nee, de Schriften openbaren van Genesis tot en met Openbaringen dat: “doch alle dingen zijn uit God.” (1 Korinthe 11:12); "En alle dingen [inclusief onze goede en foute keuzes] zijn uit God" (2 Korinthe 5:18) (note: het woordje “deze” is er door de vertalers bij verzonnen en staat niet in de grondtekst); en “ …. God, den Vader, uit Welken alle dingen zijn….” (1 Korinthe 8:6) en nogmaals; "Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen."  (Romeinen 11:36)

Als onze meest weerzinwekkende misdaad aller tijden, de onrechtvaardige moord op het perfecte Lam van God was “Om te doen al wat Uw hand en Uw raad te voren bepaald had, dat geschieden zou.” (Handelingen 4:28), waarom zouden mindere misdaden anders zijn dan in genoemd vers ? De waarheid is niet minder dan “wat Uw hand en Uw raad te voren bepaald had dat geschieden zou."

Zie je hoe verhelderend dit eerste hoofdstuk van Job is ? Dit is niet een uitzonderlijke gebeurtenis. “Er was nu een dag, als de kinderen Gods kwamen, om zich voor den HEERE te stellen, dat de satan ook in het midden van hen kwam.” (Job 1:6) Merk op dat er niet staat “Er was uiteindelijk een dag” of dat “satan stiekem tussen hen in naar binnen sloop”. Dat is niet wat de Schrift leert. Dit is hoe en waar satan werkt en handelt. Dit is zijn voorbestemde functie om als bedrieglijke slang, tegenwerker, verleider en duivel te dienen.

Satan verschijnt dagelijks voor God “zoekende wie hij verslinden mag” Hier is een Schriftuurlijke waarheid. Kijk achter het fysieke en geloof wat de Geest (de woorden, die Ik tot u spreek, zijn geest – Johannes 6:63) openbaart. Hier is wat de geest, het woord van God onderwijst waar we werkelijk mee te maken hebben: "Want wij hebben den strijd niet tegen vlees en bloed (onveroorzaakte vrije keus), maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld, der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht." [Lucht = Strongs #2032 – epouranios - = hemelen of hemelse gewesten] (Efeze 6:12)

“Een iegelijk wordt verzocht, als hij van zijn eigen begeerlijkheid afgetrokken en verlokt wordt.” is de waarheid in Jakobus 1:13&14. Dit Schriftgedeelte echter, spreekt in geen enkele vorm tegen dat de geestelijke realiteit is dat onze “eigen lusten of begeerlijkheden” precies dat is waar de “geestelijke boosheden in de hemelse gewesten” zich aan tegoed doen. Het is “alles uit God” die “alle dingen werkt naar de raad van Zijn wil”

Jakobus zegt dat wij "het voor grote vreugde moeten achten wanneer wij in velerlei verzoeking vallen, wetende dat de beproeving van uw geloof lijdzaamheid werkt. En indien iemand van u wijsheid ontbreekt (toegeven aan eigen lusten en begeerlijkheden) dat hij wijsheid van God begeert, die een iegelijk mildelijk geeft, en niet verwijt …. Zalig is de man, die verzoeking verdraagt; want als hij beproefd zal geweest zijn, zal hij de kroon des levens ontvangen, welke de Heere beloofd heeft dengenen, die Hem liefhebben." (Jacobus 1: 2-12)

Het is precies op dit punt, nadat wij onderwezen zijn over de absolute noodzakelijkheid voor beproevingen en verleidingen door de soevereine wil van God voor we “de kroon des levens” kunnen ontvangen…het is precies op deze kruising dat ons onderwezen wordt om de waarheid van Gods soevereine wil te gebruiken als een excuus om toe te geven aan onze boze lusten en verlangens. (Jakobus 1: 13 & 14)

Jakobus lijkt zoveel op Paulus. Meteen nadat ons onderwezen wordt dat we feitelijk onze strijd hebben met de geestelijke boosheden in de hemelse gewesten zegt Paulus: “Daarom neemt aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt wederstaan in den bozen dag, en alles verricht hebbende, staande blijven.” (Efeze 6:13)

Beide Jakobus en Paulus onderwijzen ons “wederstaat den duivel, en hij zal van u vlieden.” (Jakobus 4:7). Het feit dat we met geen mogelijkheid “Gods wil kunnen wederstaan” (2 Kronieken 20:6; Romeinen 9:19) is geen vermaning om vervolgens maar te gaan zitten en niets te doen. “Niet wetend wat de morgen brengt” zoals Jacobus ons verteld zou moeten zorgen dat wij zeggen “Zo de HEERE wil en wij leven, zo zullen wij ….de gehele wapenrusting Gods aantrekken .. en .. de duivel weerstaan” In andere woorden, wat Jakobus onderwijst is, omdat we weten dat Gods wil de volgende dag volvoerd zal worden, zouden we  des te meer ten doel moeten hebben Zijn wil te doen. “Zo de HEERE wil…zo zullen wij dit of dat doen.” (Jakobus 4:15)

Paulus stelt het zo: “Wordt van het kwade niet overwonnen, maar overwint het kwade door het goede.” (Romeinen 12:21). Jakobus zegt: “Want gelijk het lichaam zonder geest dood is, alzo is ook het geloof zonder de werken dood.” (Jakobus 2:26) Op een andere plaats zegt Paulus ons: "Dwaalt niet; God laat Zich niet bespotten; want zo wat de mens zaait, dat zal hij ook maaien.” (Galaten 6:7). Er is geen verschil in het onderwijs wat door deze twee mannen van God onderwezen wordt. Beide zagen en begrepen de totale soevereine wil van God in alle dingen. “Gij, die niet weet, wat morgen geschieden zal, want hoedanig is uw leven? Want het is een damp, die voor een weinig tijds gezien wordt, en daarna verdwijnt. In plaats dat gij zoudt zeggen: Indien de Heere wil, en wij leven zullen, zo zullen wij dit of dat doen.” (Jakobus 4: 14&15)

Aan de andere kant weet God precies wat er morgen te gebeuren staat want Hij is “het begin en het eind, de eerste en de laatste” (Openbaringen 22:13)

Waarom verleidingen?

De beproevingen en testen die wij ondergaan zijn nooit informatief voor God. Ze zijn veel meer ons ter informatie en werken ons ten goede. God is onze Schepper. “Want Hij weet, wat maaksel wij zijn, gedachtig zijnde, dat wij stof zijn.” [een makkelijke prooi (maal) voor de verleider] (Psalm 103:14)

Onze beproevingen, of het ons trekken van onze eigen begeerlijkheden en lusten, laten ONS zien wie we zijn: “Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het, wie zal het kennen?" (Jeremia 17:9)

Wat is het dus wat Job moet leren over zichzelf ? Waarom moest Job deze pijnlijke gebeurtenissen allemaal meemaken ? Het verliezen van alles wat hij bezat, inclusief zijn kinderen, en later nog de pijnlijke zweren over heel zijn lichaam ?

Als Job een vroom en oprecht mens was, Godvrezend en wijkend van het kwaad, waarom trekt God dan Zijn beschermende hand terug, en krijgt satan de vrije hand om alles wat Job lief was weg te nemen en hem ook nog met pijnlijke zweren te slaan…van de kruin van zijn hoofd tot en met zijn voetzolen toe (Job 2:7) ?

Het antwoord op deze vraag gaat veel dieper dan dat ons hier door Job een les in geduld wordt gegeven. Het diepliggende doel van het boek Job is om ons te leren dat onze “vroomheid” en onze “goede werken” NIET UIT ONZE EIGEN VRIJE WIL  zijn. Met andere woorden…wat Job door zoveel lijden moest leren…en wat WIJ MOETEN LEREN, is dat onze gerechtigheid is als een “wegwerpelijk kleed”, of zoals de King James het vertaal “smerige vodden” (Jesaja 64:6) .. Dat het misschien net lijkt dat de goede keuzes uit onszelf komen, de waarheid en de realiteit is echter dat wij “Zijn maaksel” zijn (Efeze 2:10) en dat “Gij al onze zaken ons uitgericht heeft” (Jesaja 26:12)

Wanneer je “onveroorzaakte vrije wil” claimt, zijn je werken, je gerechtigheden, als vuile vodden. Wanneer je door genade toegeeft dat je Zijn maaksel bent en dat Hij al je zaken in je uitgericht heeft, dan is God een goed werk in je begonnen.

Hij werkt alle dingen naar de raad van Zijn wil (Efeze 1:11). Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen (Romeinen 11:36)

Job realiseerde zich dat nog niet. Job geloofde dat zijn gerechtigheid uit hemzelf was. Hij dacht dat hij een goed mens was omdat HIJ er voor gekozen had rechtvaardig te zijn. Het was zijn gebrek aan begrip dat “alle dingen uit God zijn” (2 Korinthe 5:18 en Jesaja 26:12) waardoor de beproevingen nodig waren die Job moest ondergaan. Het was Jobs geloof in zijn “onveroorzaakte vrije wil” dat hij zelf het goede gekozen had en het kwade gemeden en dat God niet hem, maar hij God gekozen had. Dit is het wat Job zoveel gekost heeft. Hier zijn de Schriftgedeelten:

Want Job heeft gezegd: IK ben rechtvaardig, en God heeft MIJN RECHT weggenomen.

Moet ik liegen in MIJN RECHT ?; MIJN PIJL is smartelijk zonder overtreding.  (Job 34:5 & 6)

Dit zijn de woorden van Job. Elihu, die hier Job citeerd, was de enige die Job troost gaf en die niet door de HEERE terecht gewezen wordt voor zijn advies aan Job. Heeft Job daadwerkelijk geclaimd uit zichzelf rechtvaardig te zijn ? Ja, dat heeft hij gedaan. Hier zijn zijn eigen woorden:  ".. Zo waarachtig als God leeft, Die mijn recht weggenomen heeft, en de Almachtige, Die mijner ziel bitterheid heeft aangedaan! … Het zij verre van mij, dat ik ulieden rechtvaardigen zou; totdat ik den geest zal gegeven hebben, zal ik MIJN OPRECHTIGHEID van mij niet wegdoen….. AAN MIJN GERECHTIGHEID ZAL IK VASTHOUDEN, EN ZAL ZE NIET LATEN VAREN; MIJN hart zal die niet versmaden van MIJN dagen."  (Job 27: 2, 5 en 6)

Dit denkbeeld heeft Job veel gekost. Dit denkbeeld zal ook ons veel kosten. Zolang je vasthoud aan ENIGE aanspraak in welke vorm dan ook, dat je bijdraagt aan je verlossing, in welke vorm dan ook, weet je niet beter dan Job. "Want uit GENADE [kastijding en geseling, Titus 11 en 12. Het woord “onderwijst” staat in de betekenis van disciplineren als zijnde een kind disciplineren Strongs #G3811 – paideuo] zijt gij zalig geworden door het geloof ; en dat niet uit u, HET IS GODS GAVE."  (Efeze 2:8) “Want wij zijn ZIJN maaksel” (Efeze 2:10) “Opdat geen vlees zou roemen voor Hem.” (1 Korinte 1:29)

Aangaande Job, is God het eens met Elihu ? En de HEERE antwoordde Job, en zeide:

"Is het twisten met den Almachtige onderrichten? Wie God bestraft (zoals Job), die antwoorde daarop….Zult gij ook Mijn oordeel te niet maken? Zult Gij Mij verdoemen, opdat gij rechtvaardig zijt?"  (Job 40: 1,2 en 8)  God gaf DE VERANTWOORDING niet door aan satan of aan Jobs “vrije wil”

Wat geeft Job voor antwoord ? Blijft hij bij zijn standpunt “totdat ik den geest zal gegeven hebben, zal ik MIJN OPRECHTIGHEID van mij niet wegdoen….. AAN MIJN GERECHTIGHEID ZAL IK VASTHOUDEN, EN ZAL ZE NIET LATEN VAREN; MIJN hart zal die niet versmaden van MIJN dagen.”? Is dit de wijze waarop Job God antwoord geeft nadat God aan Job heeft laten zien dat zijn geloof in zijn “onveroorzaakte vrije keus” ten diepste zegt dat hij (Job) Gods wil teniet kan doen door goede keuzes te maken door eigen wil en door eigen gerechtigheid ?

Nee. Net als Saulus van Tarses, wiens “vrije” keus het was om Gods wil teniet te doen, zag Job het licht. Krachten en geweldhebbers in de hemelse gewesten waren aan het werk met Job’s (en Saulus) “vrije” keus. In plaats van de Heer te vervolgen, zal Saulus uit “eigen vrije wil” zijn blindheid herkennen en vragen: “Heer, wat wilt Gij dat ik doen zal ?” (Hand 9:6) En Job…uit “eigen vrije wil” antwoord nu: "Ik weet, dat Gij alles vermoogt [inclusief het veroorzaken van onze keuzes of door ons hart te verharden, of door ons genade, door kastijding en geseling, te tonen waardoor we “uit eigen vrije wil” gaan zeggen “niet mijn wil, maar Uw wil geschiedde] … Daarom verfoei ik mij, en ik heb berouw (perfecte mensen hoeven geen berouw te hebben, en dat is wat veel andere vertalingen als woord gebruiken waar de SV “vroom” gebruikt) in stof en as."  Job was in ieder geval op een punt gebracht waar hij begreep dat zijn eigen rechtvaardigheid als vieze lappen waren voor God (Jesaja 64:6) Job realiseerde zich nu dat: "De HEERE heeft onze gerechtigheden hervoor gebracht" (Jeremia 51:10)

“Ik weet, dat Gij alles vermoogt, en dat geen van Uw gedachten kan afgesneden worden.” (Job 42:2) is de waarheid die de Schrift leert. Het probleem met dit Schriftuurlijke feit is dat het een klap in het gezicht is van de valse doctrine van “vrije wil”. Deze doctrine maakt het noodzakelijk dat God ervoor gekozen heeft niet te weten wat onze keuzes zullen zijn. Daarom is Hij aan handen en voeten gebonden en de verantwoordelijkheid van onze verlossing ligt in onze eigen handen. Het meest noodzakelijke voor onze verlossing, zelfs zwaarder wegend dan de dood en opstanding van Christus, is onze “onveroorzaakte vrije wil”, onze “vrije keus” zoals deze valse doctrine leert

Vrije wil ontmaskerd

Deze doctrine leert dat God zijn Zoon naar deze wereld gezonden heeft om alleen hen die uit eigen vrije wil kiezen om in Christus te geloven in dit leven te redden. Als Hij je hart verhard, je blind houd en je oren geeft die niet horen, dan doet Hij dit alleen bij mensen die uit eigen vrije wil kiezen om de uitnodiging tot de bruiloft van het Lam niet te accepteren. Dus al Gods inspanningen om alle mensen tot Hem te trekken worden teniet gedaan door de “vrije wil” van de mensheid volgens deze doctrine van “vrije keus”.

De gedachte gaat ongeveer als volgt: Het komt voort uit vrije wil dat velen geroepen, maar weinig uitverkoren zijn. En hoeveel het onze Vader ook verdriet doet, onze “vrije wil” heeft Zijn handen gebonden. Het is uit Zijn handen; de meeste van Zijn schepselen zullen, afhankelijk van de harteloosheid en hulpeloosheid van de vader die u dient (Mijn Hemelse Vader heeft de touwtjes namelijk volledig in Zijn handen),  of eeuwig dood zijn, of eeuwig gekweld worden omdat uw god ervoor gekozen heeft NIET VOORAF TE WETEN wat uw keuzes zouden zijn. Daarom, zo leert deze valse doctrine, is onze eeuwige dood of kwelling uiteindelijk onze eigen schuld, omdat wij, met onze vrije wil, gekozen hebben niet op de bruiloft van het Lam te verschijnen.

Is dit wat Job geleerd heeft van zijn beproevingen ? Nee, dat is NIET de boodschap in het boek Job. Hier zijn Jobs eigen woorden aangaande wat God kiest te weten: “GEEN VAN UW GEDACHTEN KAN AFGESNEDEN WORDEN” (Job 42:2). Dit is hoe de King James Version dit gedeelte vertaald, wanneer u het Engels machtig bent wordt het hier iets duidelijker vertaald: I know that thou canst do every thing, and that no thought can be withholden from thee.

De mens heeft schikkingen des harten; maar het antwoord der tong is VAN DEN HEERE. (Spreuken 1:16)

Des konings (Farao, Koning Saul, Koning David, Koning Ahab en ons) hart is in de hand des HEEREN als waterbeken. Hij  [GOD] neigt het tot al wat Hij wil. (Spreuken 21:1)

De treden des mans zijn van den HEERE; hoe zou dan een mens zijn weg verstaan? (Spreuken 20:24)

Ik weet, o HEERE! dat bij den mens zijn weg niet is; HET IS NIET BIJ EEN MAN, DIE WANDELT, DAT HIJ ZIJN GANG RICHTTE. (Jer 10:23)

Waar is de ruimte voor “vrije wil” in deze schriftgedeelten ?

Laten we teruggaan naar Job hoofdstuk 1 en laten we kennis nemen hoe God de satan manipuleert om Zijn doel in Job te bewerkstelligen. Het is de HEERE die satans attentie op Job richt. Satan vraagt niet als eerste aan God om Job te beproeven. Het doel van het boek Job is om Job en ons [En deze dingen alle zijn hunlieden (waaronder dus ook Job) overkomen tot voorbeelden; en zijn beschreven tot waarschuwing van ons, op dewelke de einden der eeuwen gekomen zijn. (1 Kor 10:11)] Zijn totale soevereiniteit te laten zien. Het is de HEERE die Job als eerste ter sprake brengt. “En de HEERE zeide tot den satan: Hebt gij ook acht geslagen op Mijn knecht Job? Want niemand is op de aarde gelijk hij, een man oprecht en vroom, godvrezende en wijkende van het kwaad.” (Job 1:8) De HEERE zelf zegt hier dat Job oprecht en vroom is, godvrezend en wijkend van het kwaad. Jobs "fout" was dat hij foutief geloofde in zijn eigen vrijheid van keuze om “God te vrezen en te wijken van het kwaad.” Job kende en waardeerde Gods totale soevereiniteit nog niet; “Gij hebt Mij niet uitverkoren, maar Ik heb u uitverkoren,…” (Johannes 15:16). “Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke;….” (Johannes 6:44)

Satan heeft geen twijfel over de totale soevereiniteit van God: “Toen antwoordde de satan den HEERE, en zeide: Is het om niet, dat Job God vreest? Hebt Gij niet een betuining gemaakt voor hem, en voor zijn huis, en voor al wat hij heeft rondom? Het werk zijner handen hebt Gij gezegend, en zijn vee is in menigte uitgebroken in den lande. Maar toch strek nu Uw hand uit, en tast aan alles, wat hij heeft; zo hij U niet in Uw aangezicht zal vervloeken ?"  (Job 1:11)

En hoe gaat de HEERE te werk met “strekt nu Uw hand uit om alles aan te tasten wat hij heeft ? “En de HEERE zeide tot den satan: Zie, al wat hij heeft, zij in uw hand;…” (Job 1:12)

Hier doet God wat Hij ons verteld dat Hij doet in Jesaja 45:7 Hier “schept Hij het kwaad. IK de HEERE doe al deze dingen.”. Hoe doet de HEERE al deze dingen ? Strekt God zelf Zijn hand uit ? Nee…dat is niet hoe Hij “alle dingen werkt naar de raad van Zijn wil” (Efeze 1:11). “want God kan niet verzocht worden met het kwade, en Hij Zelf verzoekt niemand.” (Jakobus 1:13). Hoe kan God Zijn soevereiniteit in alle dingen gestand doen, inclusief het kwaad, en toch zeggen dat Hij zelf niemand verzoekt ? Job zelf verteld ons:” Zijn (Gods) hand heeft de bedrieglijke [de verleider – satan – Openbaringen 12:9] slang geschapen. Ziet, dit zijn maar uiterste einden Zijner wegen; en wat een klein stukje der zaak hebben wij van Hem gehoord? Wie zou dan den donder Zijner mogendheden verstaan? ” (Job 26:13-14)

Kwade geesten zijn niet uit zichzelf ontstaan. “ZIJN HAND heeft de langwemelende (bedriegelijke) slang geschapen”  Satan is geen losgeslagen kwade macht, wandelende over de aarde en door de hemelse gewesten en God berovend van 99 procent van Zijn creatie. Satan “zou totaal geen macht hebben…indien het hem niet van boven gegeven ware” (Johannes 19:11) Hij drong bij Judas binnen en overtuigde hem Christus te verraden aan de religieuze leiders van Gods volk van die tijd (Lukas 22:3) Was Judas zich bewust van satans invloed op hem ? Natuurlijk niet. Judas, zoals zovelen van Gods volk vandaag, dacht dat hij handelde vanuit zijn eigen “vrije wil”. Judas , zoals Adam, en zoals wij allen, maakte zeker keuzes. En net als Adam, en wij allen, zal hij rekenschap van die keuzes af moeten leggen. En hij zal schade lijden voor werken van hout, hooi en stoppelen (verkeerde keuzes die zonden voortbrengen) (1 Korinthe 3: 12-14)

Maar noch Adam, noch Judas, noch iemand van ons heeft “onveroorzaakte vrije keus” Onze keuzes zijn duidelijk niet vrij, maar staan altijd onder invloed van Hem, die alles werkt naar de raad van Zijn wil (Efeze 1:11)

Onze keuzes, goede keuzes zoals het volgen van Christus, en zondige keuzes, zoals het verraden van Christus en het leiden van een leven wat gedomineerd wordt door het vlees, zijn allen veroorzaakte keuzes. Uiteindelijk zijn ze allen veroorzaakt door de ultieme oorzaak van alles: We hebben niet te strijden tegen vlees en bloed (onze veronderstelde “vrije wil”) maar tegen ….de geestelijke boosheden in de lucht (hemelen of hemelse gewesten) (Efeze 6:12)

Adams kansen om de “juiste” (want Adam heeft ten diepste de keuze gemaakt die God voorbestemd had) keuze te maken waren ongeveer net zo groot als de kans van Judas om de Here niet te verraden (En ook dat was een door God voorbestemde en dus juiste keuze…er zijn alleen zo weinig mensen die het licht krijgen om dat te begrijpen). Satans binnendringen bij Judas was niet meer een zaak van vrije wil dan de keer dat satan Petrus beïnvloedde zodat hij Christus terechtwees toen Christus hen vertelde van zijn onontkomelijke naderende dood. Christus keerde zich niet naar Petrus om hem aan te moedigen betere keuzes te maken: "Maar Hij, Zich omkerende, en Zijn discipelen aanziende, bestrafte Petrus, zeggende: Ga heen, achter Mij, satanas, want gij verzint niet de dingen, die Gods zijn, maar die der mensen zijn." (Markus 8:33)

Dit was niet zomaar een manier van spreken van Christus. Christus wist dat satan “de dingen verzint die der mensen zijn” Het was Christus zelf, het Woord van God, die gesteld had “stof zult gij eten” Christus wist hoe het universum, het al, werkte, want de Vader had Hem gebruikt om het geheel op te zetten. (Romeinen 11:36) Christus wist dat Petrus op dat moment een strijd verloor…en zwaar verloor…van de geestelijke boosheden die in de lucht zijn. (Efeze 6:12)

Petrus moest zover gebracht worden dat hij dit in zichzelf ging zien. Omdat God Petrus had voorbestemd tot een vat van eer, kastijdde Hij hem met een bestraffing. “Want dien de Heere liefheeft, kastijdt Hij, en Hij geselt een iegelijken zoon, die Hij aanneemt.” (Hebreen 12:6) Er was geen kastijding of bestraffing voor Judas, maar, recht uit de mond van onze Verlosser Zelf: "Wat gij doet, doe het haastelijk." (Johannes 13:27). Satan “voer” in Judas om zijn hart te verharden omdat Judas anders nooit zijn gruwelijke taak had kunnen uitvoeren: Zo is het dan niet uit hem die wil [hoe duidelijk] maar uit God die genadig is. “Want de Schrift zegt tot Farao: Tot ditzelve heb Ik u verwekt, opdat Ik in u Mijn kracht bewijzen zou, en opdat Mijn Naam verkondigd worde op de ganse aarde. Zo ontfermt Hij Zich dan, diens Hij wil, en verhardt, dien Hij wil." (Romeinen 9: 17&18)

De mens roemt in zijn “vrije wil” “Gij die niet weet wat morgen geschieden zal…Gij roemt in uw hoogmoed [we zullen dit of dat doen…afwijzen of accepteren van Christus] al zulk roemen is boos !” (Jacobus 4: 14-16) Of we Christus afwijzen of aannemen wordt beslist door het trekken van de Vader door omstandigheden die buiten onze controle liggen danwel het afwijzen door het hard worden van ons hart door “geestelijke boosheden in de lucht” Ja, we maken keuzes, maar die zijn nooit vrij van “HEM, DIE ALLES WERKT NAAR DE RAAD VAN ZIJN WIL”

Zoeken binnen de site

Artikelen

Links

willbe

anilink

get adobe reader

Wie is online

We hebben 110 gasten en geen leden online