Die alle dingen werkt naar de raad van Zijn wil

door Mike Vinson - vertaald door Robin Korevaar

Deel 10 – Twaalf voorbeelden van God's Modus Operandi

Voorbeeld #6 - Abimelech en de mannen van Sichem

Een andere geschiedenis die ons precies verteld hoeveel vrije wil de mens heeft is het verhaal over Abimelech, de zoon van Gideon. Gideon zelf, zoals alle mensen, was het werk van de Pottenbakkers soevereine hand. Gideon koos niet om de Midianieten te verslaan. God koos Gideon, en zoals gebruikelijk, moest God hem met kracht trekken om Zijn wil te doen. Zijn wil was dat Gideon Israel’s overheerser, de Midianieten, zou verslaan. God wilde hier ook benadrukken (ons ter lering en waarschuwing) dat wij goed zouden begrijpen hoe weinig “vlees” van doen heeft met Zijn werk dat Hij 31.700 mannen terugzond naar hun huizen en maar 300 mannen liet blijven (veel geroepen - weinig uitverkoren) om een overweldigende meerderheid aan Midianieten te verslaan.

Waarom maar 300 mensen uit 32.000 ? “En de HEERE zeide tot Gideon: Des volks is te veel, dat met u is, dan dat Ik de Midianieten in hun hand zou geven; opdat zich Israel niet tegen Mij beroeme, zeggende: mijn hand (mijn vrije wil, mijn onveroorzaakte vrije keus, mijn kracht) heeft mij verlost…" "Door deze driehonderd mannen, die gelekt hebben, zal Ik ulieden verlossen, en de Midianieten in uw hand geven…” (Richteren 7: 2 en 7) God dwong Gideon letterlijk Zijn wil te doen, en God redde Gideon en Israel. Hij werkte het alles naar de raad van Zijn wil.

Maar het verhaal van Gideon’s zoon Abimelech maakt nog veel duidelijker dat God verantwoordelijk is voor alles. “Gideon nu had zeventig zonen, die uit zijn heupe voortgekomen waren; want hij had vele vrouwen. En zijn bijwijf, hetwelk te Sichem was, baarde hem ook een zoon; en hij noemde zijn naam Abimelech.” (Richteren 8: 30-31)

Na Gideon’s dood keerde Israel onmiddelijk terug naar afgodendienst en vergat God. Zijn zoon Abimelech, de zoon van “zijn bijwijf die in Sichem was” spande samen met zijn familie in Sichem om de andere broers, die in Ofra waren, af te slachten, 70 mannen. “En hij kwam in zijns vaders huis te Ofra, en doodde zijn broederen, de zonen van Jerubbaal, zeventig mannen, op een steen; doch Jotham, de jongste zoon van Jerubbaal werd overgelaten, want hij had zich verstopt” (Richteren 9: 5)

Spoedig na deze bloedige gebeurtenis, werd Abimelech koning gemaakt, bij den hogen eik, die bij Sichem is. (vers 6) Op dit punt gaat de Schrift ons veel openbaren over de manier waarop de Pottenbakker werkt. De vraag voorgesteld door Paulus in Romeinen 9:20 “Waarom hebt gij mij alzo gemaakt?” wordt hier beantwoord. Even verhelderend is het bijbelse gebruik van woorden als vuur, bomen, wijnstok en doornen. Hoe deze woorden door Christus, de apostelen en al de profeten gebruikt en bedoeld worden word openbaar in een profetische gevecht, door Jotham aan zijn broer Abimelech en de mannen van Sichem aangezegd. “Als zij dit Jotham aanzeiden (Abimelech’s koningschap), zo ging hij heen, en stond op de hoogte des bergs Gerizim, en verhief zijn stem, en riep, en hij zeide tot hen: Hoort naar mij, gij, burgers van Sichem! en God zal naar ulieden horen.” (Richteren 9: 7)

God spreekt door Jotham een profetische gelijkenis uit. “De bomen gingen eens heen, om een koning over zich te zalven, en zij zeiden tot den olijfboom: Wees gij koning over ons. Maar de olijfboom zeide tot hen: Zoude ik mijn vettigheid verlaten, die God en de mensen in mij prijzen? En zoude ik heengaan om te zweven over de bomen? Toen zeiden de bomen tot den vijgeboom: Kom gij, wees koning over ons. Maar de vijgeboom zeide tot hen: Zou ik mijn zoetigheid en mijn goede vrucht verlaten? En zou ik heengaan om te zweven over de bomen? Toen zeiden de bomen tot den wijnstok: Kom gij, wees koning over ons. Maar de wijnstok zeide tot hen: Zou ik mijn most verlaten, die God en mensen vrolijk maakt? En zou ik heengaan om te zweven over de bomen? Toen zeiden al de bomen tot den doornenbos: Kom gij, wees koning over ons. En de doornenbos zeide tot de bomen: Indien gij mij in waarheid tot een koning over u zalft, zo komt, vertrouwt u onder mijn schaduw; maar indien niet, zo ga vuur uit den doornenbos, en vertere de cederen van den Libanon. Alzo nu, indien gij het in waarheid en oprechtheid gedaan hebt, dat gij Abimelech koning gemaakt hebt, en indien gij welgedaan hebt bij Jerubbaal en bij zijn huis, en indien gij hem naar de verdienste zijner handen gedaan hebt.  (Want mijn vader heeft voor ulieden gestreden, en hij heeft zijn ziel verre weggeworpen, en u uit der Midianieten hand gered; Maar gij zijt heden opgestaan tegen het huis mijns vaders, en hebt zijn zonen, zeventig mannen, op een steen gedood; en gij hebt Abimelech, een zoon zijner dienstmaagd, koning gemaakt over de burgers van Sichem, omdat hij uw broeder is); Indien gij dan in waarheid en in oprechtheid bij Jerubbaal en bij zijn huis te dezen dage gehandeld hebt, zo weest vrolijk over Abimelech, en hij zij ook vrolijk over ulieden. Maar indien niet, zo ga vuur uit van Abimelech, en vertere de burgers van Sichem, en het huis van Millo; en vuur ga uit van de burgers van Sichem, en van het huis van Millo, en vertere Abimelech! Toen vlood Jotham, en vluchtte, en ging naar Beer; en hij woonde aldaar vanwege zijn broeder Abimelech” (Richteren 9: 8-21)

Wat zijn de bomen anders dan onvruchtbare en afgoden dienende mensen van God ?

Wat is de olijfboom, de vrucht die de olie voortbrengt die de zeven lampen in het huis van God laten schijnen, anders dan degenen die Gods Geest in zich hebben en die “het licht der wereld” zijn ? (Matth. 5:14)

Wat is de vijgeboom, anders dan diegenen die “leren, goede werken voor te staan tot nodig gebruik, opdat zij niet onvruchtbaar zijn ? (Titus 3:15)

Wat is de wijnstok met zijn ranken in de ware Wijnstok anders dan degenen die “veel vrucht voortbrengen” ? (Joh. 15: 1-5)

Maar er bestaan op aarde enorme bomen die geen vrucht voortbrengen. Zulke bomen, wanneer ze omgehakt worden, kunnen gebruikt worden om de tempel van God te bouwen, maar wanneer zij staan, zijn ze trots en vruchtloos. Dit zijn de bekende cederen van Libanon (kerkelijke instanties en stromingen), wiens “hoogheid zal nedergebogen worden” (Ps. 29:5; Jesaja 2:10-13)

Wat is het doornenbos (valse doctrines) onder wiens schaduw de cederen van Libanon zich zo gewillig schuilen ? Zijn dat niet diegenen die “doornen en distelen draagt, die is verwerpelijk, en nabij de vervloeking, welker einde is tot verbranding. “ ? (Hebr. 6:8)

We komen nu bij het meest onthullende vers. Dit vers, samen met vele andere verzen die deze zelfde waarheid in zich dragen, staan al die tijd al in Gods woord. Maar God heeft ons ogen gegeven  die niet door de vele dwaalleringen zien kunnen, zoals de bijna universeel geaccepteerde doctrine van de keuzevrijheid van de mens. De mens maakt zeker keuze’s, maar die zijn alles behalve vrij. De mens is een slaaf. Hij is of een slaaf van de zonde, of de slaaf van gerechtigheid (Romeinen 6: 16-20) Waar je ook slaaf van bent…de mens is nooit vrij in het maken van keuzes.

Hier is weer een vers welke ons kraakhelder leert dat “De treden des mans zijn van den HEERE; hoe zou dan een mens zijn weg verstaan?” (Spr. 20:24) Dit vers laat ons zien dat “…bij den mens zijn weg niet is; het is niet bij een man, die wandelt, dat hij zijn gang richte. “ (Jer. 10:23) “…zal er een kwaad in de stad zijn, dat de HEERE niet doet?” (Amos 3:6)

Dit is de manier waarop God werkt: “ZO ZOND GOD EEN BOZE GEEST tussen Abimelech en tussen de burgers van Sichem; en de burgers van Sichem handelden trouweloos tegen Abimelech;” (Richteren 9:23)

Dit is het vuur wat uit het doornbos uitkwam en uitkomt en de cederen van Libanon verteert. Dit is het vuur wat uit de mannen van Sichem en het huis van Millo uitkwam en Abimelech verteerde

Is dit niet hetzelfde vuur waarvan Christus zegt dat IEDERE offerande met zout gezouten wordt ? (Markus 9: 48-49) Is dit niet hetzelfde “vuur” uit vers 47: “En indien uw oog u ergert, werpt het uit; het is u beter maar een oog hebbende in het Koninkrijk Gods in te gaan, dan twee ogen hebbende, in het helse [Gehenna] vuur geworpen te worden;” Het is hetzelfde vuur. Is er iemand die serieus gelooft dat we het Koninkrijk van God binnengaan met één oog ? Dit is figuurlijke spraak. Christus leert ons geen zelf verminking, maar veelmeer een leven met een hartelijke dienst naar onze hemelse Vader. Het onderwerp verandert niet van vers 47 naar vers 48. Christus, Paulus en Petrus allen begrepen de betekenis van het woord vuur in Schriftuurlijke zin. Het is een geestelijk woord wat het uitbranden van hout, hooi en stoppelen typificeert. Zo zegt Paulus ook “Eens iegelijks werk (niet iemands fysieke lichaam) zal openbaar worden; want de dag zal het verklaren, dewijl het door vuur ontdekt wordt; en hoedanig eens iegelijks werk is, zal het vuur beproeven.” (1 Kor 3:13)

En wat gebeurt er met ons als onze werken hout, hooi en stoppelen zijn, zoals die van de mannen van Sichem en het huis van Millo ? “Zo iemands werk zal verbrand worden, die zal schade lijden; MAAR ZELF ZAL HIJ BEHOUDEN WORDEN, doch alzo als door (de poel van) vuur .” (1 Kor 3:15)  Dit is het “schenden” uit 1 Kor 3:17 – “Zo iemand den tempel Gods schendt, dien zal God schenden (Strongs # G5351 - phtheirō ; verderven); want de tempel Gods is heilig, welke gij zijt. Wanneer de kwade werken allen opgebrand zullen zijn door God’s verterende vuur, dan is de oude mens “verdorven” maar hijzelf (de nieuwe mens in Christus) zal gered zijn, als door vuur.

Wat voor soort vuur is dit ? Het is het soort vuur wat kwam tussen de mensen van Sichem en Abimelech. “Opdat het geweld, gedaan aan de zeventig zonen van Jerubbaal, kwame, en opdat hun bloed gelegd wierd op Abimelech, hun broeder, die hen gedood had, en op de burgers van Sichem, die zijn handen gesterkt hadden om zijn broeders te doden.” (Richteren 9:24)

Wanneer God een boze geest zend tussen Abimelech en de mannen van Sichem, dan leid het geen twijfel dat Hij ook een boze geest zend die veroorzaakt dat er vuur kwam tussen Abimelech en zijn broeders. “…zal er een kwaad in de stad (Ofra in dit geval) zijn, dat de HEERE niet doet?” (Amos 3:6) Het begrijpen van Gods soevereiniteit is het geheim waarvan in Amos 3:7 gesproken wordt “Gewisselijk, de Heere HEERE zal geen ding doen, tenzij Hij Zijn verborgenheid aan Zijn knechten, de profeten, geopenbaard hebbe.”

Het is duidelijk dat God “ALLE dingen werkt naar de raad van ZIJN WIL" (Efeze1:11) Dit is de eerste keer dat de Schrift ons zonder omhaal informeert aangaande de herkomst van kwade geesten. “Zo zond God een bozen geest tussen Abimelech en tussen de burgers van Sichem; en de burgers van Sichem handelden trouweloos tegen Abimelech;” (Richteren 9:23)

Bracht God zelf de mannen van Sichem in verzoeking ? Nee, ze werden getrokken door hun eigen lusten en bekoringen (Jakobus 1:14). Maar hoe werd dit bereikt ? Was het door de mannen van Sichem te ontdoen van de mogelijkheid om keuzes te maken ? Nee. Het werd bereikt door ze de mogelijkheid tot keuze te geven, en ze zullen misschien wel gedacht hebben dat die keuze “vrij” was. Maar wat is de feitelijke waarheid welke ons door de Schrift geleerd wordt ? “Zo zond God een bozen geest tussen Abimelech en tussen de burgers van Sichem; En wat was het doel van God ? en de burgers van Sichem handelden trouweloos tegen Abimelech;” (Richteren 9:23)

Adam, Job, Farao, Abimelech, Koning Saul, Judas, Pilatus, Saulus van Tarses, en ook u en ik moeten keuzes maken. Maar roem niet in uw “vrijheid van keuze”. Het is niets meer dan weer een voedzame maaltijd voor de oude slang. Het is wat Ezechiel 14 noemt drekgoden of afgoden van het hart. Gods volk denkt dat ze te ontwikkeld zijn om te buigen voor een fysieke afgod. Maar ze zullen je doden en denken dat ze God een dienst bewijzen als het gaat over de drekgoden en afgoden van het hart. Satan, de tegenstander, maakt het totaal niet uit welke afgod we dienen. Elke afgod of drekgod maakt dat hij weer een goede maaltijd heeft. Het is ook heel belangrijk op te merken hoe Ezechiël het stelt: Als nu een profeet overreed zal zijn, en iets gesproken zal hebben, Ik, de HEERE, heb dienzelven profeet overreed, en Ik zal Mijn hand tegen hem uitstrekken, en zal hem verdelgen uit het midden van Mijn volk Israel. (Ezechiël 14:9)

Wie neemt de verantwoordelijkheid voor: "Want velen zullen komen onder Mijn Naam, zeggende: Ik ben de Christus; en zij zullen velen verleiden. (Matth. 24:5) En vele valse profeten zullen opstaan, en zullen er velen verleiden." (Matth.24:11) Lees Ezechiël 14:9 voor het ware, ultieme antwoord.

Wie werd door Job als verantwoordelijke gezien voor de ongeloofelijke beproevingen die over hem heen kwamen (tot lering en vermaning van ons) ? “De HEERE heeft gegeven, en de HEERE heeft genomen; de Naam des HEEREN zij geloofd!” (Job 1:21) “… en (Jobs vrienden en familie) vertroostten hem over al het kwaad, dat de HEERE over hem gebracht had; …” (Job 42:11)

Het eerste hoofdstuk van Job, net als Richteren 9, informeert ons dat de HEERE zelf niemand verzoekt. Hij gebruikt satan voor dat doel want daarvoor heeft Zijn hand “de langwemelende (crooked in de King James vertaling, wat kwaadaardig betekend) slang geschapen” (Job 26:13)

Zoeken binnen de site

Artikelen

Links

willbe

anilink

get adobe reader

Wie is online

We hebben 97 gasten en geen leden online