Die alle dingen werkt naar de raad van Zijn wil

door Mike Vinson - vertaald door Robin Korevaar

Deel 10 – Twaalf voorbeelden van Gods modus operandi

Voorbeeld #7 – Samson en zijn Fillistijnse vrouw

Maar vijf hoofdstukken later vinden we de tweede overduidelijke statement in het boek Richteren dat ook kwaad “is van de HEERE”

In Richteren 13 wordt ons verteld over de ouders en de geboorte van Samson. Samson’s vader was een man uit de stam van Dan. Zijn naam was Manoah, en zijn vrouw was onvruchtbaar en baarde niet (Richteren 13:2) De Engel des Heeren verschijnt aan de moeder van Samson en verteld haar dat ze zwanger zal worden en een zoon zal baren. Hij verteld haar: "Want zie, gij zult zwanger worden, en een zoon baren, op wiens hoofd geen scheermes zal komen; want dat knechtje zal een Nazireer Gods zijn, van moeders buik af; en hij zal beginnen Israel te verlossen uit der Filistijnen hand." (Richteren 13:5) We weten nu dus, dat voor Samsons moeder zwanger raakte, dat Samson “zal beginnen Israel te verlossen uit de hand van de Fillistijnen”. Maar hoe heeft God besloten dit te bereiken ? Dit hoofdstuk eindigt met: "Daarna baarde deze vrouw een zoon, en zij noemde zijn naam Simson; en dat knechtje werd groot, en de HEERE zegende hem.  En de Geest des HEEREN begon hem te drijven in het leger van Dan, tussen Zora en tussen Esthaol."  (Richteren 13: 24-25) De toevoeging “bij wijlen” staat niet in de grondtekst en is erbij verzonnen door de vertalers.

In de Tanach, een vertaling van het Oude Testament gemaakt door Joodse Rabbijnen staan deze twee verzen als volgt vertaald:

"De vrouw bracht een zoon ter wereld en noemde hem Sjimsjon. De jongen genoot de zegen van de EEUWIGE en groeide voorspoedig op. Tussen Tsora en Esjtaol, waar de Danieten hun tenten hadden opgeslagen, werd hij voor het eerst door de geest van de EEUWIGE tot daden aangezet."

Wat een opmerkelijk verschil van inhoud zit er toch weer in deze twee vertalingen.

Hoe heeft de HEERE hem gezegend ? Tot precies welke daden heeft de geest van de HEERE Samson aangezet ? Heeft God Zijn wetten in Samsons hart geschreven ? Was Samson gezegend met de inwoning van Gods geest ? Is dat wat “en de HEERE zegende hem” betekend ? Is dat wat er bedoelt wordt met “werd hij voor het eerst door de geest van de EEUWIGE tot daden aangezet" ? Niet volgens de Schrift !  De HEERE werkte kwaad in Samson, naar de raad van Zijn wil.

De volgende verzen vertellen ons wat Samson deed wat “van de HEERE was” (Richteren 14:4) Onmiddellijk nadat ons verteld wordt dat … hij door de geest van de EEUWIGE tot daden wordt aangezet … verteld het eerstvolgende vers ons: "En Simson ging af naar Thimnath, en gezien hebbende een vrouw te Thimnath, van de dochteren der Filistijnen,Zo ging hij opwaarts, en gaf het zijn vader en zijn moeder te kennen, en zeide: Ik heb een vrouw gezien te Thimnath, van de dochteren der Filistijnen; nu dan, neem mij die tot een vrouw."  (Richteren 14:1-2)

God heeft Israel verteld “Wacht u … dat … gij voor uw zonen vrouwen neemt van hun dochteren …" (Exodus 34: 12 en 16)… Maar dit is wat ons verteld wordt wat Samson deed, gelijk na “ en de HEERE zegende hem .. en de geest van de EEUWIGE zette hem tot daden aan …”

Wordt ons hier verteld dat God verantwoordelijk was voor Samsons negeren van de wetten van God, aan Mozes gegeven, met het verbod dat de zonen van Israel de dochters van de mensen uit het land zouden trouwen ? Samsons ouders wisten dat dit God zou mishagen: "Maar zijn vader zeide tot hem, mitsgaders zijn moeder: Is er geen vrouw onder de dochteren uwer broeders, en onder al mijn volk, dat gij heengaat, om een vrouw te nemen van de Filistijnen, die onbesnedenen? En Simson zeide tot zijn vader: Neem mij die, want zij is bevallig in mijn ogen." (Richteren 14:3)

Klinkt dit als dat Samson door de geest van God geleid wordt ? Toch wordt ons verteld dat     “ … de HEERE zegende hem…en de geest van de EEUWIGE zette hem tot daden aan …”

Het zou voor de hand liggend moeten zijn nu dat “strekt uit uw hand” en “de geest van de HEERE bewoog hem” onder het oude verbond iets totaal anders is dan “wandel in de Geest” in het nieuwe verbond.

Maar was Samsons ego-centrische en rebelse beslissing om “een dochter van de Filistijnen” te trouwen daadwerkelijk “naar de raad van Gods wil (Efeze 1:11) ? Hier is het overduidelijke en expliciete antwoord uit de Heilige Schrift zelf: "Zijn vader nu en zijn moeder wisten niet, dat dit (Samsons rebelse en egoïstische ongehoorzaamheid aan God) VAN DEN HEERE WAS, DAT HIJ ( GOD ) GELEGENHEID ZOCHT TEGEN (niet “van” zoals in de Statenvertaling staat) DE FILLISTIJNEN …" (Richteren 14:4)

De manier van werken en de gedachtegang van God worden ook hier weer getoond in sterk contrast met de manier van werken en denken van de mens en van het vlees. In geestelijke termen, Samson was zo vleselijk en egocentrisch als de dag lang is. Desalniettemin is hij Gods instrument om “gelegenheid tegen de Filistijnen”  te zoeken. Zelfs zijn motivatie voor de grootste daad in het afslachten van de Filistijnen was er niet eentje van bekering. Zijn veronachtzaamheid voor het gehoorzamen van de Bron van zijn kracht bleef tot het bittere eind.

Na het met zijn blote handen doden van een leeuw,

Na het doden van 30 Filistijnen voor hun kleding,

Na het vangen van 300 vossen en ze met vuur weer vrij te laten in de velden van de Filistijnen,

Na het doden van de Filistijnen nadat deze zijn Filistijnse vrouw en schoonvader door verbranding gedood hadden,

Na het afslachten van 1000 Filistijnen met de kaak van een ezel,

Na het dragen van de poorten van Gaza naar de top van een berg voor Hebron,

Na het uitvoeren van al deze machtige werken “DOOR DE GEEST DES HEEREN DIE HEM TOT DADEN AANZETTE” (Richteren 13:25) kon Samson nog niet zien dat God een vleselijke man van God gebruikte om Zijn doel te volbrengen..het vernietigen van de vijand.

Het is Samson in het leven niet gegeven om zowel het beest in hemzelf als ook de vijanden buiten hemzelf te overwinnen.

Het was alleen DOOR DE DOOD dat deze beide werden bereikt. “…En de doden, die hij in zijn sterven gedood heeft, waren meer, dan die hij in zijn leven gedood had.” (Richteren 16:30) "… opdat Hij door den dood te niet doen zou dengene, die het geweld des doods had, dat is, den duivel;" (Hebreen 2:14) "… In het lichaam Zijns vleses, door den dood, opdat Hij u zou heilig en onberispelijk en onbeschuldiglijk voor Zich stellen;" (Kol. 1:22)

Dit verhaal over het leven en de dood van Simson laat ons zien dat het ultieme werk van God nooit bereikt wordt door de werken van het vlees, maar het uiteindelijke overvloedige leven, door ons onsterfelijkheid te geven…het ultieme werk van God, word bereikt DOOR DOOD.

Om één van de zaligen en heiligen te zijn die deel hebben in de eerste opstanding (Openbaringen 20:6) moeten we nu aan het vlees sterven en “veel vrucht voortbrengen” (Joh. 12:24). Maar in welke van de twee opstandingen we zullen zijn, beide vereisen de dood van letterlijk fysiek vlees want “vlees en bloed kunnen het koninkrijk van God niet beërven." (1 Kor 15:50): “…En de doden, die hij in zijn sterven gedood heeft, waren meer, dan die hij in zijn leven gedood had.” (Richteren 16:30) “Laat me met de Filistijnen sterven” (Richteren 16:30) was Simson’s laatste wens. Vleselijke Simson, net als de vleselijke Korinthiers, ontbrak het aan geen gave (1 Kor. 1:7). Maar net als met de gave van Simson, bewezen ook de Korinthiers dat ze “vleselijk zijn, en wandelen naar de mens” (1 Kor. 3:3)

De boodschap van Richteren 13-16 is hetzelfde als de boodschap van het boek Openbaringen: “…Ik zal u haastelijk bij komen, en zal uw kandelaar van zijn plaats weren, indien gij u niet bekeert." (Openbaringen 2:5) Dit is de vermaning van geheel Gods woord, van Genesis tot en met Openbaringen.

De functie van genade is;  En onderwijst [ Gk: paideuo #G3811 Opvoeden van een kind, kastijden, disciplineren] ons, dat wij, de goddeloosheid en de wereldse begeerlijkheden verzakende, matig en rechtvaardig, en godzalig leven zouden in deze tegenwoordige wereld; (Titus 2: 11-12)

Want dien de Heere liefheeft, kastijdt [ Gk: paideuo #G3811 ] Hij, en Hij geselt een iegelijken zoon, die Hij aanneemt. (Hebreen 12:6)

Simson typificeert diegenen die alleen horen van de uiteindelijke uitkomst, maar niet van het proces er naar toe. Het proces is een verhitte verdrukking (geestelijke poel van vuur):

"Geliefden, houdt u niet vreemd over de hitte der verdrukking onder u, die u geschiedt tot verzoeking, alsof u iets vreemds overkwame;" (1 Petrus 4:12) Dit is het onderwijs waar Paulus over praat in Titus 2:11-12; Dit is het vuur wat een iegelijks werk zal openbaren (1 Kor. 3: 13-15); Dit is het vuur  “iedereen zal met vuur gezouten worden” wat ons door Christus onderwezen wordt (Markus 9:49); Dit is “het vlammende zwaard” welke de weg naar de boom des Levens bewaakt (Gen. 3:24) De “weg” is Christus: "Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het (de Boom des) Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij. (Joh. 14:6)

Christus is een “verterend vuur” (Hebr 12:29) en verteerd worden door een geestelijk vuur is een “kastijding en geseling” (Hebr 12:6) die niet plezant is. “Neem mij die tot een vrouw….want zij is bevallig in mijn ogen” en “Ik ben rijk, en verrijkt geworden en heb geens dings gebrek” klinkt zo veel aantrekkelijker dan zelfverloochening, kruis opnemen en volgen (Matth. 16:24)

Het is niet de uitgesproken naam van Christus die in de laatste dagen ontkent wordt. De vijanden van Christus houden er van Zijn naam te gebruiken. “Want velen zullen komen onder Mijn Naam, zeggende: Ik ben de Christus; en zij zullen velen verleiden.” (Matth 24:5) Het is niet het gebruik van de Naam die veracht wordt, het is het noemen van het kruis, het noemen van het proces is wat veracht wordt. “Want velen wandelen anders; van dewelken ik u dikmaals gezegd heb, en nu ook wenende zeg, dat zij vijanden des kruises van Christus zijn;” (Filipenzen 3:18). Maar Simson en de georganiseerde kerk zien het nut niet van dit proces. Zij zijn de geroepen mensen van God. En ze zeggen dat als daar enige twijfel aan is, zie dan de bovennatuurlijke gaven die we hebben. We leiden in geen ding gebrek…we verslaan duizend filistijnen op een dag….hebben we niet….in Uw naam…vele krachten gedaan.  (Matth 7:22)

Maar beiden de gemeente gesymboliseerd door Laodicea zowel als Simson zullen tot het besef moeten komen dat ze zijn “ellendig, en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt. …en gij weet niet" (Openb. 3:17)

Simson was een man “bewogen” door de geest van God. Hij werd geleid door de geest en hij wist niets van de vruchten van de Geest. Zeker, tegengesteld aan wat velen geloven, de Geest was nog aan niemand gegeven, daar Christus nog niet gestorven was "… want indien Ik niet wegga (sterf), zo zal de Trooster tot u niet komen;" (Joh. 16:7) Het is belangrijk dat we begrijpen dat zolang we naar het vlees leven de Geest in ons niet wonen kan. Christus is niet aan het vlees gestorven zodat wij erin leven kunnen. Hij is naar het vlees gestorven zodat Hij in ons leven kan, zodat wij, daar Hij in ons leeft, ook aan het vlees kunnen sterven “Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; …. “ (Galaten 2:20)

Degenen die alleen van de ultieme uitkomst van Gods plan horen en nu niet horen van het proces van genade zullen toch dat proces moeten ondergaan, daar het vlammende zwaard elke andere weg verspert van de toegang tot de Boom des Levens. Het onderwijzen van redding door genade zonder het verterend vuur proces van deze genade te onderwijzen is niets minder dan verleiding en donkerheid.

Laat ons de Vader vragen om ons het geestelijk onderscheidingsvermogen te geven om het werken van de Geest en de vruchten van de Geest uit elkaar te houden. Beiden zijn niet noodzakelijk altijd gescheiden, maar als met Simson, de vleselijke Korinthiers en de kerk van Laodicea allen laten zien, gaven en het werken van de Geest brengen niet altijd de vruchten van de Geest voort. "We kennen niemand naar hun gaven, we kennen hen (Gods uitverkorenen) alleen naar de vruchten" (Matth: 7: 16 & 20)

Een kwade boom krijgt heel vaak veel gaven van God, zoals Simson, Balaam de profeet, Koning Saul, en vele andere mannen van God laten zien. Maar een kwade boom kan nooit goede vruchten voortbrengen, daarom kennen we hen alleen naar hun vruchten. Die vruchten worden omschreven in Galaten 5:22 : liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid. God geeft zeer regelmatig gaven van de Geest zonder de gift van een inwonende Heilige Geest zoals Christus eigen, nog onbekeerde discipelen laten zien “Doch verblijdt u daarin niet, dat de geesten u onderworpen zijn; maar verblijdt u veel meer, dat uw namen geschreven zijn in de hemelen.” (Lukas 10:20)  De verleiding waar we mee te maken hebben is niet een vanzelf sprekende of voor de hand liggende en zou Gods uitverkorenen nog verleiden als dat mogelijk was. Laat ons de geesten beproeven. Gaven zijn goed op hun eigen plaats, maar beproef de geesten niet aan de hand van gaven. “Zo zult gij dan dezelve aan hun vruchten kennen" (Matth. 7: 16 en 20)

Zoeken binnen de site

Artikelen

Links

willbe

anilink

get adobe reader

Wie is online

We hebben 98 gasten en geen leden online