Die alle dingen werkt naar de raad van Zijn wil

door Mike Vinson - vertaald door Robin Korevaar

Deel 14 – Twaalf voorbeelden van God’s manier van werken

Voorbeeld 10 - Ahab gaat naar Ramoth Gilead

2 Kronieken 18 is de geschiedenis van Josafat, de koning van het zuidelijke gedeelte van het koninkrijk van Juda, en Achab, de koning van het noordelijk deel van het koninkrijk Israel. Achab is een kwaadaardige koning, getrouwd met Izebel, een al even kwaadaardige koningin, beide aansprakelijk voor de dood van vele ware profeten van God.

Ook hier wordt ons een kijkje gegeven in het geestelijke rijk. Weer wordt ons geopenbaard dat boze geesten dagelijks door God gebruikt worden om Zijn doel te bereiken en Zijn plan te volvoeren. Het wordt ook hier weer duidelijk dat wij “den strijd niet hebben tegen vlees en bloed (Zoals het lijkt), maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld, der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht. (hemelse gewesten is hier een veel betere vertaling) “ (Efeze 6:12)

Naar de mens gesproken lijkt het net of Achab door zijn eigen “vrije wil” besloten heeft om ten strijde te trekken tegen de Syriërs bij  Ramoth Gilead. Hij heeft een feest georganiseerd ter ere van Josafat en vraagt Josafat om met hem ten stijde te trekken. Josafat antwoordde Achab: “Zo zal ik zijn, gelijk gij zijt, en gelijk uw volk is, zal mijn volk zijn, en wij zullen met u zijn in dezen krijg. “ (2 Kronieken 18:3) Echter, Josafat heeft één verzoek aan Achab voor ze ten strijde gaan.: “Verder zeide Josafat tot den koning van Israel: Vraag toch als heden naar het woord des HEEREN.”  (2 Kronieken 18:4)  Achab roept 400 profeten bij elkaar die Achab plichtsgetrouw vertellen: “…Trek op, want God zal hen in de hand des konings geven.” (2 Kronieken 18:5)

Er moet iets geweest zijn waardoor Josafat deze profeten herkende als de huurlingen en geld hongerige mensen van God die ze werkelijk waren, want hij richt zich tot Achab en vraagt hem: “…Is hier niet nog een profeet des HEEREN, dat wij van hem vragen mochten?”  (vs. 6)

“Toen zeide de koning van Israel tot Josafat: Er is nog een man, om door hem den HEERE te vragen; maar ik haat hem, want hij profeteert over mij niets goeds, maar altijd kwaad; deze is Micha, de zoon van Jimla. En Josafat zeide: de koning zegge niet alzo." (vs 7)

Dus stuurt Achab, omdat hij bij Josafat toch over wil komen als een objectieve waarheidzoeker, een boodschapper om Micha te gaan halen. De boodschapper verteld Micha dat vierhonderd profeten een profetie hadden uitgesproken in het voordeel van Achab’s wens om “door zijn eigen vrije wil” ten strijde te trekken. De boodschapper zegt tegen Micha “dat nu toch uw woord zij, gelijk als van een uit hen, en spreek het goede." (vs. 12)

“hetgeen mijn God zeggen zal, dat zal ik spreken!”  is Micha’s antwoord. De boodschapper brengt Micha voor de twee koningen..tussen twee koningen voor hem, en 400 profeten achter hem. “Als hij tot den koning gekomen was, zo zeide de koning tot hem: Micha, zullen wij naar Ramoth in Gilead ten strijde trekken, of zal ik het nalaten? En hij zeide: Trekt op, en gijlieden zult voorspoedig zijn, want zij zullen in uw hand gegeven worden." (vs 14)

Net voor Micha dit zegt heeft hij aan de boodschapper die gestuurd was om hem te halen verklaard dat hij alleen zou spreken “wat mij God zeggen zal.” Dat gezegd hebbende moeten we er dus vanuit gaan dat de HEERE aan Micha gezegd heeft dat Achab tegen Josafat gezegd heeft dat Micha nooit iets goeds maar altijd kwaad over hem (Achab) te profeteren had. De HEERE wilde waarschijnlijk dat Achab de waarheid te horen zou krijgen op “eigen” verzoek. “En de koning zeide tot hem (zich nog steeds voordoende als een objectieve zoeker naar waarheid): hoe vaak zal ik u bezweren, opdat gij tot mij niet spreekt, dan de waarheid, in den Naam des HEEREN?” (vs 15)

Achab vraagt dus om de ongezouten waarheid, en die gaat hij krijgen. Achab was het oude verbond equivalent van de leiders van moderne protestanten, want Israel had gebroken met het huis van David en startte een “nieuwe kerk” met afgeperst geld van het volk. Josafat was de oud testamentische equivalent van “een goede paus” wiens vaders geld afgeperst hebben van de vaders van de protestanten.

Het moderne equivalent van deze scène zou een vergadering van de top van de christelijke leiders uit alle natien op deze wereld zijn, protestant of katholiek. De leiders van elke natie waar de naam van Christus genoemd wordt, samen met nog 4000 religieuze leiders uit al deze natie’s.

Een leider van deze “christelijke” naties is in het bijzonder van plan om ten strijde te trekken tegen de al van ouds bestaande vijanden van “het volk van God” Hij heeft geen probleem om alleen te gaan…dit is tenslotte een duidelijke zaak van goed versus kwaad. Ze weten dat dit een zaak is van “de ware volgelingen van God” tegen hen die de naam van Christus niet eens belijden. Maar deze leider van de grootste “christelijke” natie op aarde wil veel liever een coalitie vormen om “op te trekken naar Ramoth Gilead”  De 4000 religieuze leiders die functioneren met een vleselijk begrip van het bijbelse principe “Weersta de duivel en hij zal van u vlieden” (Jakobus 4:7), vertellen de politieke leiders van deze denkbeeldige top dat God aan hun zijde is. Het is duidelijk dat het een groep mensen behagers is die denken dat ze functioneren en spreken vanuit hun eigen “vrije wil”

Maar wat is de waarheid aangaande de keuzes die we maken. Micha staat op het punt ons een zeer belangrijke geestelijke les te leren. Deze les is opgeschreven ons ter lering en vermaning. Het is geen uitzonderlijke gebeurtenis, zoals ons koppige vlees ons wil laten geloven. Als deze geschiedenis uitzonderlijk is, dan heeft het geen waarde voor de gelovige in deze dagen…maar het is geen uitzonderlijke gebeurtenis, net zo min als dat geldt voor de aan Job gerelateerde gebeurtenissen dat zijn. “En deze dingen alle zijn hunlieden overkomen tot voorbeelden; en zijn beschreven tot waarschuwing van ons, op dewelke de einden der eeuwen gekomen zijn.” (1 Kor. 10:11) Dit zijn voorbeelden VOOR ONS. Dit is hoe het universum wordt bestuurd…elke dag. “En hij (Micha) zeide (nadat Achab er op stond de waarheid te horen) : Ik zag het ganse Israel verstrooid op de bergen, gelijk schapen, die geen herder hebben; en de HEERE zeide: Dezen hebben geen heer; een iegelijk kere weder naar zijn huis in vrede. Toen zeide de koning van Israel tot Josafat: Heb ik tot u niet gezegd: Hij zal over mij niets goeds, maar kwaad profeteren?" (vs 16 en 17)

Achab moet geweten hebben dat zijn 400 profeten leugenaars waren, want toen Micha het met deze 400 eens was, stond Achab erop de waarheid te horen. Maar Achab had geen liefde voor de waarheid, net zo min als de hedendaagse religieuze leiders dat hebben wanner ze de raad van Christus aan Petrus bespotten: “Toen zeide Jezus tot hem: Keer uw zwaard weder in zijn plaats; want allen, die het zwaard nemen, zullen door het zwaard vergaan.” (Matth. 26:52)

Als er ooit een zaak waard was om voor te vechten, dan had Petrus toch wel de meest waardevolle gekozen. Hij vocht voor de Zoon van God tegen de machten van het kwaad…zo leek het in ieder geval voor de nog onbekeerde Petrus (Lukas 22:32). Ja..meteen nadat Christus Petrus verteld had dat hij nog niet bekeerd was, zegt Hij “en die geen heeft, die verkope zijn kleed, en kope een zwaard.” (Lukas 22:36) Maar voor welk doel ? “Want Ik zeg u, dat nog dit, hetwelk geschreven is, in Mij moet volbracht worden, namelijk: En Hij is met de misdadigen gerekend…” (Lukas 22:37) Dat was de enige reden die Christus gaf om een zwaard te kopen (niet om het zwaard op te nemen). Het was alleen voor het doel dat de profetie vervuld zou worden dat Christus “met de misdadigen” gerekend zou worden.

De vierduizend moderne hedendaagse profeten van “Achab en Izebel” die vandaag de dag de oorlogtrommels slaan, herinneren ons er vaak aan dat Christus zei “verkoop je kleed en koop een zwaard”, maar hoeveel herinneren ons eraan wat de Here tegen Petrus zei toen Petrus het zwaard opnam en het rechteroor van de dienaar van de priester af sloeg. “Toen zeide Jezus tot hem: Keer uw zwaard weder in zijn plaats; want allen, die het zwaard nemen, zullen door het zwaard vergaan.” (Matth. 26:52)

Maar “alle dingen zijn uit God” (2 Kor. 5:18) (Het woordje “deze” in dit vers staat niet in de grondtekst, maar is er door de vertalers van de Statenvertaling bij verzonnen)  en dit is in het bijzonder waar voor misleidde profeten (Ezechiel 14:9)

Maar Micha was nog niet klaar ons een geestelijke les te leren aangaande onze aangenomen “vrije wil” toen Achab hem onderbrak en klaagde, zowel toen als vandaag: “Heb ik tot u niet gezegd: Hij zal over mij niets goeds, maar kwaad profeteren?” (2 Kronieken 18:17). Gods waarheid is altijd negatief voor de eigengerechtigde religieuze en politieke leiders van Gods volk. Gods waarheid is altijd negatief voor de afgewezen eerstgeborene, zoals Kaïn, Ishmael, en Ezau. Dit geld ook voor afgewezen gezalfden zoals Eli, koning Saul en Achab. Dit zijn allen typificeringen van het vlees, en “vlees en bloed kan het koninkrijk van God niet beërven”  (1 Kor 15:50): “Verder zeide hij: Daarom hoort het woord des HEEREN: Ik zag den HEERE, zittende op Zijn troon, en al het hemelse heir, staande aan Zijn rechter hand en Zijn linkerhand. (Dit zijn de overheden, machten en geweldhebbers in de Hemelse gewesten uit Efeze 6:12…Rechterhand en linkerhand hebben een diepere geestelijke betekenis.)  EN DE HEERE ZEIDE: Wie zal Achab, den koning van Israel, overreden, dat hij optrekke, en valle te Ramoth in Gilead? Daarna zeide Hij: Deze zegt aldus, en die zegt alzo. Toen kwam een geest voort, en stond voor het aangezicht des HEEREN, en zeide: Ik zal hem overreden. En de HEERE zeide tot hem: Waarmede?

En Hij zeide: Ik zal uitgaan, en een leugengeest zijn in den mond van al zijn profeten. EN HIJ (de HEERE) ZEIDE: GIJ ZULT OVERREDEN, EN ZULT OOK VERMOGEN; GA UIT, EN DOE ALZO.  (2 Kronieken 18: 18-21)

Tot “al het hemelse heir” behoren zonder twijfel ook de rechtvaardige geesten die misschien wel om Achab’s bekering hebben gevraagd. Maar “al het hemelse heir” heeft niet het voorrecht te weten wat God openbaart aan diegenen die Hij gebracht heeft tot het zoeken en kennen van Zijn waarheid.

Ik heb in mijn zestig jaar op deze aarde al zeer veel begrafenissen meegemaakt. Bijna elke keer weer wordt er door de voorganger 1 Korinthe 2:9 gelezen. “Maar gelijk geschreven is: Hetgeen het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in het hart des mensen niet is opgeklommen, hetgeen God bereid heeft dien, die Hem liefhebben.” En dat is waar ze altijd stoppen. Waarom stoppen ze daar ? Omdat God hen de ogen niet geopend heeft het volgende vers te zien: “Doch God heeft het ons geopenbaard door Zijn Geest; want de Geest onderzoekt alle dingen, ook de diepten Gods.” (1 Korinthe 2:10)

Begrijpen de engelen de diepten Gods ? “….in welke dingen de engelen begerig zijn in te zien.” is een statement van Petrus aangaande de zaligmaking van die in Christus zijn. “Van welke zaligheid ondervraagd en onderzocht hebben de profeten,…. Onderzoekende, op welken of hoedanigen tijd de Geest van Christus, Die in hen was, beduidde en te voren getuigde,….”  (1 Petrus 1: 10-12)

“Opdat nu, door de Gemeente, bekend gemaakt worde aan de overheden en de machten in den hemel de veelvuldige wijsheid Gods;” (Efeze 3:10) De zinsnede “overheden en machten in den hemel” in Efeze 3 vers 10 zijn precies dezelfde woorden als “de geestelijke boosheden en machten in de hemelse gewesten” uit Efeze 6 vers 12. “hemel” en “hemelse gewesten” of “lucht” zoals het in de Statenvertaling staat komen beide van het Griekse woord epouranios [Strongs #2032] Nee, de engelen kennen “de diepe dingen van God” niet. Ze zullen dat op een door God bepaald moment leren door de gemeente.

Het begrijpen van Gods totaal soeverein zijn is één van die diepe dingen van God. Het zeggen “ik geloof dat God soeverein is” is totaal iets anders dan de diepte  begrijpen van Gods soevereiniteit. “En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Omdat het u gegeven is, de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen te weten, maar dien is het niet gegeven.” (Matth. 13:11) “Want voorwaar zeg Ik u, dat vele profeten en rechtvaardigen hebben begeerd te zien de dingen, die gij ziet, en hebben ze niet gezien; en te horen de dingen, die gij hoort, en hebben ze niet gehoord.” (Matth. 13:17)

“Vrijheid van keuze” is niet een vers uit de Heilige Schrift, het is een onschriftuurlijke doctrine…een dwaalleer

“Ons bekend gemaakt hebbende de verborgenheid van ZIJN wil, naar ZIJN WELBEHAGEN, hetwelk HIJ voorgenomen had in ZICHZELVEN." (Efeze 1:9) is wel een Schriftuurlijke statement en een feitelijke Schriftuurlijke doctrine. “En alle dingen zijn uit God” (2 Kor. 5:18) en zijn “te voren verordineerd naar het voornemen DESGENEN, Die alle dingen werkt naar den raad van ZIJN wil;” (Efeze 1:11)  is precies het tegenovergestelde van “menselijke vrije wil”.

Een en ander wordt wel bereikt door de keuzes die mensen maken, maar zoals we vanuit de Heilige Schrift hebben laten zien, is het God die mensen “pord” (2 Sam. 24:1) om de keuzes te maken die ze maken.

Wat is dan “ZIJN WELBEHAGEN, hetwelk HIJ voorgenomen had in ZICHZELVEN ? Hier komt het antwoord. Geloof uw bijbel !! “Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.” (Joh. 6:44) Klinkt dit of God tegen ons zegt: “Niemand kan tot mij komen, tenzij hij daarvoor door eigen vrije wil kiest ?

Wie zullen tot Christus getrokken worden ? Wat leert ons de Heilige Schrift ? “En Ik, zo wanneer Ik van de aarde zal verhoogd zijn, ZAL  (“hen” staat NIET in de grondtekst) ALLEN TOT MIJ TREKKEN. (En dit zeide Hij, betekenende, hoedanigen dood (kruisiging) Hij sterven zou.)”  (Joh. 12:32-33)

Werd Christus verhoogd in Zijn kruisiging ?

Wat leert ons de Heilige Schrift (en niet de profeten van Achab en Izebel) wie in Christus levend gemaakt zullen worden ? Want gelijk zij ALLEN in Adam sterven, ALZO zullen zij ook in Christus ALLEN levend gemaakt worden. (1 Kor. 15:22)

Het vijfde hoofdstuk van de Romeinen brief maakt deze statement 5 keer op rij. Als allen zondaars en onderworpen aan de dood zijn in de eerste Adam, ALZO zullen ALLEN rechtvaardig gemaakt en leven gegeven worden in de tweede Adam. Let op wat Romeinen 5:18 ons leert.: Schuld gekomen over alle mensen tot verdoemenis door één misdaad, genade gekomen over dezelfde alle mensen door één rechtvaardiging. Vijf is het symbool voor genade…en genade kastijd en geselt ons tot we de “drekgoden in ons hart” overwinnen. (Ezechiel 14:7)

Terugkomend op Micha’s les aangaande het geestelijke koninkrijk, zou iemand kunnen vragen waarom God toestond dat de geestelijke machten, goed en kwaad, deelnamen aan deze discussie over Achabs vooraf verordineerde lot en waarom God kiest een leugengeest in de mond van al Achabs profeten te leggen om Zijn doel te bereiken ? Waarom behandelde Hij Achab niet net als Jona of zoals Hij omgegaan was met David toen David het volk liet tellen…of zoals met Saulus van Tarsus op de weg naar Damascus ? Zijn sommige mensen gewoon te boos en kwaadaardig voor God, met alle machten en krachten die tot Zijn beschikking staan; zijn ze simpelweg te kwaadaardig voor God om ze in een oogwenk te bekeren ? Zeker niet. “Of heeft de pottenbakker geen macht over het leem, om uit denzelfden klomp (De mensheid in Adam) te maken, het ene vat ter ere, en het andere ter onere?” (Rom. 9:21)   Wij, de complete mensheid...iedereen die ooit geboren is, zijn simpelweg klei in ZIJN HANDEN. “ziet, gelijk leem in de hand des pottenbakkers, alzo zijt gijlieden in Mijn hand, o huis Israels!” (Jeremia 8:6)

“Alles is uit God” (2 Kor. 5:18).  En ja, wij denken dat WIJ voor God gekozen hebben, met onze eigen vrije wil, maar de waarheid rechtstreeks uit de mond van onze Heer Zelf luid: “Gij hebt Mij NIET uitverkoren, maar Ik heb u uitverkoren,….” (Joh.15:16) Wij denken dat kwaadaardige mensen kwaadaardig zijn omdat ZIJ ervoor gekozen hebben kwaadaardig te zijn, maar Paulus zegt dat de Pottenbakker hen gemaakt heeft als “vaten tot oneer”. Als “het maaksel” niet het recht heeft om te vragen, “waarom heeft U mij zo gemaakt” welk recht heeft een “vat tot eer” dan om te zeggen “IK heb gekozen voor God te leven” ? Of..ik heb niets bijgedragen aan mijn redding, maar ik heb wel het geloof bijgedragen om voor God te kiezen. Dit is wat ons geleerd wordt. We begrijpen Romeinen 9 niet, en we zijn blind voor Efeze 2:8 wat zegt: “Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; EN DAT NIET UIT U, het is Gods gave;”

Zoeken binnen de site

Artikelen

Links

willbe

anilink

get adobe reader

Wie is online

We hebben 97 gasten en geen leden online