Die alle dingen werkt naar de raad van Zijn wil

door Mike Vinson - vertaald door Robin Korevaar

Deel 16 – Twaalf voorbeelden van God's Modus Operandi

Voorbeeld  #12 – Saulus van Tarsus

We diepen nog één voorbeeld uit om aan te geven hoe dwaas een doctrine die leert dat de mens een onveroorzaakte vrije wil heeft feitelijk is. Het is waar dat God ons niet dwingt om iets te doen: “…niet wetende dat de goedertierenheid Gods u tot bekering LEID” (Rom. 2:4). God is de Pottenbakker en wij, de complete mensheid van alle tijd en alle plaats, zijn een klomp leem in Zijn Handen (Rom. 9:21). Wanneer een pottenbakker met klei aan het werk is dwingt hij de klei niet….hij leidt de klei, vormt het met zijn handen tot dat wat hij er van maken wil. Wanneer een pottenbakker met een hompje klei begint, weet de pottenbakker al wat dat hompje klei moet worden, daar is vooraf over nagedacht…wij hebben een alwetende en alwijze Pottenbakker…maar er zijn er maar weinig die, ook al staat de Heilige Schrift vol met declaraties die het ons wel leren, daadwerkelijk geloven dat de mensheid als klei is in Zijn Handen. “Gij weet, dat gij heidenen waart, tot de stomme afgoden heengetrokken, naar dat gij geleid ( gevormd door de Pottenbakker) werdt.”  (1Kor. 12:2) Voordat Adam van de vrucht at, was hij gevormd door de Schepper: “uit de aarde, aards”, vlees en bloed, en daarom vergankelijk” (1 Kor. 15: 47 en 50)

Zo verteld David ons: "Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren, en in zonde heeft mij mijn moeder ontvangen." (Ps. 51:5) David was een man naar Gods hart, en David maakte dit statement aangaande onze originele staat. Zijn we het hier niet mee eens ? We zijn allen geboren, naakt, uit de aarde aards, stof, in onrechtvaardigheid geboren, ontvangen in zonden.

Saulus van Tarses was hier geen uitzondering op. Eerst was hij gevormd als een vat ter oneer, “En het vat, dat hij maakte, was verdorven, als leem, in de hand des Pottenbakkers” (Jer. 18:4). Zie hoe God Saulus tot bekering leidt. Als God ons toch ogen zou geven om te zien dat deze twaalf voorbeelden geen uitzonderingen zijn op Gods manier van werken. Als God ons ogen zou geven dat al deze dingen gebeurt zijn ONS ter lering en vermaning. Dan konden we rusten in Zijn verzekerde liefde omdat we dan weten dat “Hij alles werkt naar de raad van Zijn wil” (Efeze 1:11)

Saulus had als ambitieuze en vurige jonge kerkleider ingestemd met de steniging van de rechtvaardige Stefanus. “En Saulus, blazende nog dreiging en moord tegen de discipelen des Heeren…” (Hand. 9:1). Laten we is meekijken hoe God dit “verdorven vat” reformeert. Zie hoe Gods goedheid Saulus leidt tot bekering. Is de wil van Saulus vrij van het leiden en reformeren van de Potter ? Natuurlijk niet.

Saulus ging naar de hogepriester: “En begeerde brieven van hem naar Damaskus, aan de synagogen, opdat, zo hij enigen, die van dien weg waren (die Christus volgen), vond, hij dezelve, beiden mannen en vrouwen, zou gebonden brengen naar Jeruzalem.” (Hand. 9:1-2)  “Vrijwillig” koos Saulus om de dicipelen die van die weg waren te vervolgen en te doden. Deze Saulus was een verdorven vat in de Hand van de Pottenbakker. “En het vat, dat hij maakte, was verdorven, als leem, in de hand des Pottenbakkers” (Jer. 18:4). De Pottenbakker maakt geen fouten. Met opzet maakt Hij vaten ter eer en vaten ter oneer.

De vaten ter oneer worden verdragen, met veel lankmoedigheid (geduld) zodat God “willende Zijn toorn bewijzen, en Zijn macht bekend maken,” (Rom. 9:22) Deze vaten ter oneer zijn “tot het verderf toebereidt …opdat Hij zou bekend maken den rijkdom Zijner heerlijkheid over de vaten der barmhartigheid, die Hij TE VOREN bereid heeft tot heerlijkheid. Welke Hij ook geroepen heeft, namelijk ons, niet alleen uit de Joden, maar ook uit de heidenen.” (Rom. 9:23-24)

Saulus’s ervaring met Gods genade demonstreert ons hoe God een vat ter oneer “verderft”

“En als hij reisde, is het geschied, dat hij nabij Damaskus kwam, en hem omscheen snellijk een licht van den hemel; En ter aarde gevallen zijnde, hoorde hij een stem, die tot hem zeide: Saul, Saul! wat vervolgt gij Mij? En hij zeide: Wie zijt Gij, Heere? En de Heere zeide: Ik ben Jezus, Dien gij vervolgt. Het is u hard, de verzenen tegen de prikkels te slaan. En hij, bevende en verbaasd zijnde, zeide: Heere, wat wilt Gij, dat ik doen zal? En de Heere zeide tot hem: Sta op, en ga in de stad, en u zal aldaar gezegd worden, wat gij doen moet.” (Hand. 9: 3-6) Op dit moment ziet Saulus’s hoog gewaardeerde “onveroorzaakte vrije wil” er meer uit als een hoop afval. “verzenen tegen de prikkels slaan” is Schriftuurlijke lingo voor het neerzetten van onze “vrije” wil tegenover de wil van de Pottenbakker.

“En de mannen, die met hem over weg reisden, stonden verbaasd, horende wel de stem, maar niemand ziende.  En Saulus stond op van de aarde; en als hij zijn ogen opendeed, zag hij niemand. En zij, hem bij de hand leidende, brachten hem te Damaskus.  En hij was drie dagen, dat hij niet zag, en at niet, en dronk niet.”  (Hand 9:7-9) God dwong Saulus nergens toe. Hij vormt en leid de man die momenten daarvoor nog met dreiging en moord in zijn gedachten rondliep tot de man die gewillig vraagt “Heere, wat wilt gij dat ik doen zal” Het ene moment oefent Saulus zijn “eigen vrije wil” uit, en het volgende moment is hij zich opeens bewust hoe blind hij is. Hij zoekt nu de wil van Hem, die alle dingen werkt naar de raad van Zijn wil. Saulus deed dit gewillig. God hoefde Saulus niet te dwingen om te vragen “Wat wilt GIJ dat ik doen zal?” God vernietigde “het verdorven vat” en “toen maakte hij daarvan weder een ander vat, gelijk als het recht was in de ogen des pottenbakkers te maken.” (Jer. 18: 4-6)

Zijn we zo geestelijk blind dat we denken dat deze informatie aangaande Paulus gewoon een  interessant onderdeel is in de geschiedenis van de vroege kerk ? NEE, ook dit is ons ter lering en vermaning.

Christus zei: “Ik ben tot een oordeel in deze wereld gekomen, opdat degenen, die niet zien, zien mogen, EN DIE ZIEN, BLIND WORDEN.” (Joh. 9:39). Saulus van Tarsus dacht zeker dat hij zien kon: “….naar de rechtvaardigheid, die in de wet is (Saulus was in de wet), zijnde onberispelijk.” (Fil. 3:6) Er moest aan Saulus duidelijk gemaakt worden hoe blind hij was geweest. En hij kon drie dagen niet zien.

Na drie dagen van totale duisternis, is er een discipel, genaamd Ananias, die moest gaan naar  een straat genaamd “Rechte” die Saulus de handen oplegt in gebed. “En terstond vielen af van zijn ogen gelijk als schellen, en hij werd terstond wederom ziende….” (Hand. 9:18) Dit alles is geschreven ons als voorbeeld…ter lering en vermaning.  Saulus “Weg naar Damascus” ervaring is eveneens geen uitzondering van de manier waarop God werkt. Het mag dan ongebruikelijk dramatisch zijn, maar dat heeft als doel om de waarheid als een open deur te maken voor degenen die “het gegeven is de geheimenissen van het koninkrijk van God te zien” (Lukas 8:10), en dat de waarheid verborgen wordt voor degenen die ”ziende niet zien, en horende niet verstaan.” (Lukas 8:10)

Saulus van Tarsen had meer dan enig ander mens “dat ik ook in het vlees betrouwen mocht” (Fil. 3:4). Hij dacht dat hij niets nodig had, maar hij kreeg TEGEN zijn “vrije wil” in te zien dat hij in werkelijkheid naakt en blind was (Openb 3:17)

Totdat we gekastijd en gegeseld worden, net als Saulus dat moest ondergaan (Heb 12:6) zullen we niet door God aangenomen worden. We zullen voortleven in onze blinde en naakte conditie, denkend dat we niets van node hebben. Christus verteld ons “Gij hebt Mij niet uitverkoren” en wij zullen vast blijven houden aan onveroorzaakte vrije keus. Christus zegt dat wij “voorbeschikt” zijn en dat “Hij alles werkt naar de raad van Zijn wil” …dat zal ons er niet van weerhouden te denken dat wij degenen zijn die Hem geaccepteerd hebben als persoonlijke Verlosser en Zaligmaker.

Dat is de onwilligheid van het beest uit Prediker 3:18 om zijn claim op te geven en de tempel van de Heilige Geest te verlaten (1 Kor. 6:19) Door de valse, misleidende doctrine van onveroorzaakte vrije keuze, “den gruwel der verwoesting, waarvan door den profeet Daniel gesproken is, staande waar het niet behoort, (die het leest, die merke daarop!)”

(Markus 13:14)

Men hoeft geen geestelijk onderscheidingsvermogen te hebben om een fysieke man te zien, in een fysieke tempel in een fysieke staat genaamd Israel. Men hoeft geen geestelijk onderscheidingsvermogen te hebben om een fysiek nummer op een fysiek voorhoofd en in een fysieke rechterhand te zien. Terwijl de gehele verleidde en verblinde christelijke wereld Izebel en die, die zeggen dat ze Joden zijn, en het niet zijn, toestaat om ontucht te plegen, veroorzaakt Hij allen, beide groot en klein, rijk en arm, vrij of gebonden, om een teken te ontvangen in het (geestelijke) voorhoofd en in de (geestelijke) rechterhand. Hij die het verstand heeft, rekene het getal van het beest, en begrijpt dat het het  (geestelijke) nummer van “een” (ieder mens in Adam) mens is. Adam, samen met alle andere beesten, werd geschapen op de zesde dag. Het is “Adam” die in de tempel staat en onze aanbidding eist.

En al degenen die het niet gegeven is om de geheimenissen van het koninkrijk van God te begrijpen zullen dit beest in henzelf aanbidden en zullen iedereen doden die ook maar durven te suggereren om onze vijanden lief te hebben, om ons zwaard op te bergen, of  uit te spreken dat “Adam” arm, zwak, blind en naakt is. Te laten zien dat zij die de naam van Christus noemen (We hebben in Uw naam duivelen uitgeworpen…we hebben in Uw naam geprofeteerd) degenen zijn die bekering nodig hebben, is hetzelfde als hulp en troost geven aan de vijand. In werkelijkheid zijn het degenen die een fysieke strijd voeren die hulp en troost geven aan de oude onbekeerlijke Adam.

“Want de wapenen van onzen krijg ZIJN NIET VLESELIJK, maar krachtig door God, tot het neer halen van sterkten (geestelijke bolwerken, doctrines, redeneringen, kastelen); (2 Kor. 10:4) “WANT WIJ HEBBEN DE STRIJD NIET TEGEN VLEES EN BLOED, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld, der duisternis dezer eeuw, TEGEN DE GEESTELIJKE BOOSHEDEN in de hemelse gewesten (hemelse gewesten is hier een veel betere vertaling dan lucht (Statenvertaling)). (Efeze 6:12)

Alhoewel het aan Adam lijkt dat het tegenovergestelde waar is, zullen degenen die door Christus gekend worden zich niet laten verleiden “door de dingen die men ziet” te denken dat de wapens van onze strijd fysiek en vleselijk zijn.

Zoeken binnen de site

Artikelen

Links

willbe

anilink

get adobe reader

Wie is online

We hebben 156 gasten en geen leden online