Perkt God ons in of niet?
Hoi Mike en Sandi,
Bij het lezen van "Were Judas steps ordered by God" (Was de wandel van Judas verordineert door God) vond ik de volgende zin:
"Bijgevolg, er leeft in ons allen een Judas en het is aan de soevereine wil van God of Hij die Judas in ons naar boven laat komen of dat Hij de Judas in ons inperkt. Hij werkt waarlijk alles naar de raad van Zijn wil."
Ik begrijp dat we allemaal de schaduwen en typificeringen die geschreven zijn tot voorbeelden en tot waarschuwingen binnen in ons hebben. Wat ik echter tot nu toe niet echt goed begreep is hoe we allen zullen leven bij "alle Woord wat uit de mond Gods uitgaat" (Matth 4:4 en Lukas 4:4)
Uitgaande van wat je zegt in die email Mike, begrijp ik dat , hoewel het alles in ons is, dat niet alles naar buiten komt. Ik weet dat er een Judas in mij schuilgaat, er gaat een Petrus schuil, een Saul en een David en ook een Goliat. En hoewel dat er in het fysieke niet allemaal uitkomt, in het geestelijke is het allemaal aanwezig binnenin mij. Het is het inperken of niet door onze Vader wat bepaalt wat er precies in het fysieke naar buiten komt bij de mens. Begrijp ik dit goed ?
Je broeder in Christus,
Robin
Hoi Robin,
Deze email is makkelijk te beantwoorden daar je het antwoord zelf al geeft.
Je begrijpt het goed. We hoeven geen overspel te plegen met een andermans vrouw, die man vermoorden om het te verdoezelen, zoals Koning David deed, om schuldig te zijn aan overspel en moord. Als we ontkennen dat we dingen als overspel en moord gedaan hebben, dan zullen wij, net als Koning David en als Job schuldig zijn aan het zeggen "ik ben niet de soort persoon die ooit zoiets zou doen" We zijn als Jozefs broers, die verontwaardigd waren dat ze valselijk beschuldigd werden van het stelen van een zilveren beker van Jozef, terwijl ze nog steeds de zware schuld droegen van het verkopen van hun broer naar slavernij in Egypte. Als we onszelf alleen zien zoals Job zichzelf zag in Job 29, dan moeten we nog steeds de les leren die Job, Jozefs broers en Koning David moesten leren. Deze les is "Gij zijt die man"
2 Sam 12:5 Toen ontstak Davids toorn zeer tegen dien man; en hij zeide tot Nathan: Zo waarachtig als de HEERE leeft, de man, die dat gedaan heeft, is een kind des doods!
2 Sam 12:6 En dat ooilam zal hij viervoudig wedergeven, daarom dat hij deze zaak gedaan, en omdat hij niet verschoond heeft.
2 Sam 12:7 Toen zeide Nathan tot David: Gij zijt die man! Zo zegt de HEERE, de God Israels: Ik heb u ten koning gezalfd over Israel, en Ik heb u uit Sauls hand gered;
"De man, die dat gedaan heeft, is een kind des doods" is een waarheid die herkent en erkent moet worden, en een nieuwe mens moet zijn plaats innemen. Dat je je deze waarheid gaat realiseren is tot je eigen voordeel, omdat onze Heer ons hetvolgende onderwijst:
Luk 7:40 En Jezus antwoordende, zeide tot hem: Simon! Ik heb u wat te zeggen. En hij sprak: Meester! zeg het.
Luk 7:41 Jezus zeide: Een zeker schuldheer had twee schuldenaars; de een was schuldig vijfhonderd penningen, en de andere vijftig;
Luk 7:42 En als zij niet hadden om te betalen, schold hij het hun beiden kwijt. Zeg dan, wie van dezen zal hem meer liefhebben?
Luk 7:43 En Simon, antwoordende, zeide: Ik acht, dat hij het is, dien hij het meeste kwijtgescholden heeft. En Hij zeide tot hem: Gij hebt recht geoordeeld.
Luk 7:44 En Hij, Zich omkerende naar de vrouw, zeide tot Simon: Ziet gij deze vrouw? Ik ben in uw huis gekomen; water hebt gij niet tot Mijn voeten gegeven; maar deze heeft Mijn voeten met tranen nat gemaakt, en met het haar van haar hoofd afgedroogd.
Luk 7:45 Gij hebt Mij geen kus gegeven; maar deze, van dat zij ingekomen is, heeft niet afgelaten Mijn voeten te kussen.
Luk 7:46 Met olie hebt gij Mijn hoofd niet gezalfd; maar deze heeft Mijn voeten met zalf gezalfd.
Luk 7:47 Daarom zeg Ik u: Haar zonden zijn haar vergeven, die vele waren; want zij heeft veel liefgehad; maar dien weinig vergeven wordt, die heeft weinig lief.
Luk 7:48 En Hij zeide tot haar: Uw zonden zijn u vergeven.
We weten niet wat precies de zonden van deze vrouw waren. Het maakt niet uit wat ze precies gedaan heeft. Wat wel uitmaakt, en wat tot het voordeel van die vrouw, van jou en van mij is, is dat ze, net als de apostel Petrus, die de Heer verloochende voordat de haan gekraait had en zoals de apostel Paulus, die het Lichaam van Christus vervolgde, is dat deze mensen allen tot het besef kwamen dat zij de voornaamste (grootste) zondaren zijn, en de dood waardig.
Het was alleen nadat Job erkende dat hij afschuwelijk was (Job 40:4)(statenvertaling vertaald hier "gering") in plaats van rechtvaardig dat de Heere hem tweemaal zijn rijkdom wedergaf. Het was alleen nadat Jozefs broers erkende dat ze het verdiende om te sterven voor wat ze hun broer aangedaan hadden, dat ze verlost werden van hun doodsangst, en het was alleen nadat David zich realiseerde dat hijzelf inderdaad die man was die verdiende te sterven, dat hem de verzekering werd gegeven dat het zwaard niet van zijn huis zou weggenomen worden, maar het werk van het vernietigen van "het kind des doods" zou volbrengen, en het koninkrijk zou verzegelen voor die nieuwe Koning David.
Als het zwaard van Gods Woord altijd in ons geestelijke huis is, dan zullen ook wij tot ons grote voordeel "dagelijks sterven" en "gekruisigd zijn met de Heer".
Het vers wat ons het best uitlegt hoe we leven "bij elk woord wat uit de mond Gods uitgaat" staat in 1 Johannes 2
1Joh 2:16 Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerlijkheid des vleses, en de begeerlijkheid der ogen, en de grootsheid (trots) des levens, is niet uit den Vader, maar is uit de wereld.
Deze drie facetten van "lust" omvatten "al (zonden) wat in de wereld is" Jij en ik en allen die "in Adam" zijn, zijn "van nature" vol van deze drie facetten van lust. Ze worden in 1 Johannes precies in de orde opgesomt, zoals onze moeder Eva ze liet zien, toen ze de verboden vrucht van de verboden boom eerst zag goed tot spijze, toen een lust voor het oog en hierna begeerlijk om verstandig te maken. "De lust van het vlees, de lust van de ogen en de trots van het leven" waren allen in onze moeder, die voortkwam uit onze Vader, en het was "van nature" al aanwezig voor ze de boom ook maar aangeraakt had.
Als we kunnen zien en erkennen dat dat alles in ons zit, dan kunnen we de diepe waarheid van deze woorden van onze Heer begrijpen.
Pred. 9:2 Alle ding wedervaart hun, gelijk aan alle anderen; enerlei wedervaart den rechtvaardige en den goddeloze, [1Kor 15:22 Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden.] den goede en den reine, als den onreine; zo dien, die offert, als dien, die niet offert; gelijk den goede, alzo ook den zondaar, dien, die zweert, gelijk dien, die den eed vreest.
Het tijdstip waarop, en de beloning varieert, er is echter maar "enerlei [vurig oordeel - 1 Petrus 4:12-17] wedervaart den rechtvaardige en den goddeloze" en "Alle ding wedervaart hun, gelijk aan alle anderen"
1Kor 3:13 Eens iegelijks werk zal openbaar worden; want de dag zal het verklaren, dewijl het door vuur ontdekt wordt; en hoedanig eens iegelijks werk is, zal het vuur beproeven.
1Kor 3:14 Zo iemands werk blijft, dat hij daarop gebouwd heeft, die zal loon ontvangen.
1Kor 3:15 Zo iemands werk zal verbrand worden, die zal schade lijden; maar zelf zal hij behouden worden, doch alzo als door vuur.
Zoals je al aangaf, of we feitelijk, fysiek laaghartige of smerige afschuwelijke daden doen of niet, wordt door een soeverein God bepaalt die of inperkt, of satan ruimte geeft om onze lusten op te wekken om toe te geven aan welke smerige afschuwelijke daad dan ook.
Rom 9:17 Want de Schrift zegt tot Farao: Tot ditzelve heb Ik (God) u verwekt, opdat Ik in u Mijn kracht bewijzen zou, en opdat Mijn Naam verkondigd worde op de ganse aarde.
Rom 9:18 Zo ontfermt Hij (God) Zich dan, diens Hij (God) wil, en verhardt, dien Hij (God) wil.
Rom 9:19 Gij zult dan tot mij zeggen: Wat klaagt Hij (God) dan nog? Want wie heeft Zijn (Gods) wil wederstaan?
Rom 9:20 Maar toch, o mens, wie zijt gij, die tegen God antwoordt? Zal ook het maaksel tot dengenen, (God) die het gemaakt heeft, zeggen: Waarom hebt Gij (God) mij alzo gemaakt?
Rom 9:21 Of heeft de Pottenbakker (God) geen macht over het leem, om uit denzelfden klomp te maken, het ene vat ter ere, en het andere ter onere?
Rom 9:22 En of God, willende Zijn toorn bewijzen, en Zijn macht bekend maken, met vele lankmoedigheid verdragen heeft de vaten des toorns, tot het verderf toebereid;
Rom 9:23 En opdat Hij (God) zou bekend maken den rijkdom Zijner (Gods) heerlijkheid over de vaten der barmhartigheid, die Hij te voren bereid heeft tot heerlijkheid?
Het was alles aanwezig in onze vader Adam, en het is allemaal aanwezig in een ieder van ons.
Je broeder in Christus,
Mike
