Hoi Mike,
Ik was de laatste posts op de website aan het lezen, en na het wat verder lezen in 2 Timotheus heb ik een korte vraag:
2Tim 2:24 En een dienstknecht des Heeren moet niet twisten, maar vriendelijk zijn jegens allen, bekwaam om te leren, en die de kwaden kan verdragen;
2Tim 2:25 Met zachtmoedigheid onderwijzende degenen, die tegenstaan; of hun God te eniger tijd bekering gave tot erkentenis der waarheid;
2Tim 2:26 En zij wederom ontwaken mochten uit den strik des duivels, onder welken zij gevangen door hem (de duivel) tot zijn (God's) wil.
Mike, Begrijp ik het goed dat de "zijn" in vers 26 slaat op God in vers 25 ? Omdat het niet met een hoofdletter geschreven is door de vertalers kan je in verwarring raken.
Ayo heeft me geschreven en ik heb hem een email terug gestuurd....het is goed om meer mensen te leren kennen die één van geest zijn
Je broeder in Christus
Robin
Nee Robin
Natuurlijk stuurt God satan om te doen wat hij doet, net zoals Hij Jozefs broers liet doen wat zij Jozef aangedaan hebben en zoals Hij de priesters, schriftgeleerden, het volk en Pilatus heeft laten doen wat zij Christus aangedaan hebben.
Het is echter een grammaticale regel in het Hebreeuws, Grieks, Engels en in de meeste zo niet alle talen, dat een voornaamwoord terug refereert naar het voorgaande zelfstandig naamwoord.
2Tim 2:26 En zij wederom ontwaken mochten uit den strik des duivels, onder welken zij gevangen door hem (de duivel) tot zijn (de duivels) wil.
1Pe 5:8 Zijt nuchteren, en waakt; want uw tegenpartij, de duivel, gaat om als een briesende leeuw, zoekende, wien hij zou mogen verslinden;
Dit is niet anders dan ons vertellen "kiest u heden....." God laat ons allen keuzes maken, en Hij laat ook satan keuzes maken, maar de som van Gods woord laat ons zien dat elke keuze die we maken een veroorzaakte keuze is, en dat het veroorzaakt wordt door God, die de oorzaak is van all dingen.
Ik hoop dat dit je verder helpt Robin
Mike
Hoi Mike en Sandi,
Ik vind het nog steeds verwarrend.
2Tim 2:26 En zij wederom ontwaken mochten uit den strik des duivels, onder welken zij gevangen door hem (de duivel) tot zijn (de duivel's) wil.
Heeft de duivel een wil ? Kan de duivel ons gevangen nemen als hij (de duivel) dat wil ?
1 Petrus 5:8 verteld ons dat de duivel "zou mogen" verslinden. Mogen is iets totaal anders dan willen. Mogen verteld ons dat de duivel permissie heeft, net als hij permissie had (gebruikt is voor) om aan Job te doen wat hem is overkomen en wat hij heeft moeten doorstaan, of om de priesters van Achab te verleiden of in Judas te varen om te doen wat al binnen Gods raadsbesluit vastlag voor de grondlegging der wereld.
Ik begrijp dat we keuzes maken...veroorzaakte keuzes, en dat is waarom een keus geen wil kan zijn. Er is maar één wil in dit Universum, en die wil veroorzaakt al onze en ook de duivels keuzes. Ik heb nooit ergens in de Schrift gelezen dat de duivel een wil van zichzelf heeft, en dat is de reden dat ik het "zijn" in 2 Tim 2:26 begrijp als "Zijn" omdat het onderwerp een "wil" is.
Als het laatste woord in 2 Tim 2:26 "keus" was geweest in plaats van "wil", dan zou het duidelijk voor me zijn.
Ook in de volgende verzen heeft satan geen "wil" van zichzelf.....Denzulken worden overgegeven.
1Kor 5:4 In den Naam van onzen Heere Jezus Christus, als gijlieden en mijn geest samen vergaderd zullen zijn, met de kracht van onzen Heere Jezus Christus,
1Kor 5:5 Denzulken over te geven aan den satan, tot verderf des vleses, opdat de geest behouden moge worden in den dag van den Heere Jezus.
Al "denzulken" zijn wij zelf in onze aangewezen tijd, totdat de Heer zijn rechtmatige plaats inneemt in het hart van Zijn uitverkorenen
1Petrus 2:9 Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk; opdat gij zoudt verkondigen de deugden Desgenen, Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht;
Vlees, zowel fysiek als geestelijk, word hoe dan ook vernietigd, of door satan, dat denzulken behouden mogen worden in de dag van de Heere Jezus, of door de vurige beproevingen die God uitstort over Zijn uitverkorenen, want we weten:
1Kor 15:50 Doch dit zeg ik, broeders, dat vlees en bloed het Koninkrijk Gods niet be-erven kunnen, en de verderfelijkheid be-erft de onverderfelijkheid niet.
Ik hoop dat je me inmiddels goed genoeg kent dat ik niet zoek naar twist. Dit is mijn begrip van één totale soevereine wil in het fysieke en geestelijke universum..en die is van God, en dat is de reden dat wanneer ik het woord "wil" lees in de Schrift, dat het refereert aan God, in een directe of indirecte manier, waarbij anderen gebruikt en gestuurd worden, fysiek en geestelijk om te doen "al wat Uw hand en Uw raad te voren bepaald had, dat geschieden zou." (Hand 4:28)
Je broeder in Christus
Robin
Hoi Robin
Het spijt me dat ik je niet meteen de Schriftuur heb gegeven welke dit onderwerp verduidelijken, maar het zal voor ons goed zijn om dit onderwerp dieper te bezien, en ik hoop dat ik je nu een beeld kan geven waarom de Waarheid van Gods Woord nooit gevonden kan worden in een alleenstaand vers, maar dat het altijd gevonden wordt in "de som van Gods woord"
Psa 119:160 De som van uw Woord is waarheid, en in der eeuwigheid is al het recht Uwer gerechtigheid.
Psa 139:17 Daarom, hoe kostelijk zijn mij, o God, Uw gedachten! hoe machtig veel zijn haar sommen!
Deze "som van Gods Woord" komt ook tot uitdrukking als "Want het is gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een weinig, daar een weinig." voor een heel specifiek genoemd doel. Hier volgt dat doel:
Jes 28:9 Wien zou Hij dan de kennis leren, en wien zou Hij het gehoorde te verstaan geven? Den gespeenden van de melk, den afgetrokkenen van de borsten?
Jes 28:10 Want het is gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een weinig, daar een weinig.
Jes 28:11 Daarom zal Hij door belachelijke lippen, en door een andere tong tot dit volk spreken;
Jes 28:12 Tot dewelken Hij gezegd heeft: Dit is de rust, geeft den moeden rust, en dit is de verkwikking; doch zij hebben niet willen horen.
Jes 28:13 Zo zal hun het woord des HEEREN zijn; gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een weinig, daar een weinig; opdat zij heengaan, en achterwaarts vallen, en verbreken, en verstrikt en gevangen worden.
Voor we verder gaan, sta me toe om een typefout te corrigeren in onze laatste emailwisseling. Hier is wat ik je gestuurd heb om duidelijk te maken wat er in dat vers in 2 Tim gezegd werd wat je in verwarring bracht.
2Tim 2:26 En zij wederom ontwaken mochten uit den strik des duivels, onder welken zij gevangen door hem (de duivel) tot zijn (God's) wil.
Ik had dat vers uit jouw email geknipt en geplakt en was vergeten het woord God, wat je daar tussen haakjes had staan, te veranderen in "de duivels" wil. Zoals ik aangaf, de regels van de grammatica eisen dat het voornaamwoord verwijzen naar onmiddelijk voorafgaande zelfstandig naamwoord. Vergeef me dat ik ben vergeten dat te veranderen voor ik je de email stuurde.
Laten we je vraag nog eens stellen. Je hebt 2 Tim 2 gelezen en je hebt aangenomen dat het voornaamwoord "zijn" in vers 26 naar God refereert omdat, zoals je terecht aangeeft, "Gods wil al onze en de duivels keuzes veroorzaken" Maar je bent simpelweg niet Schriftuurlijk correct als je zegt "Er is maar één wil in het universum".
Je gaat verder met te zeggen: "Mike, Begrijp ik het goed dat de "zijn" in vers 26 slaat op God in vers 25 ? Omdat het niet met een hoofdletter geschreven is door de vertalers kan je in verwarring raken."
In verwarring raken is precies waar "heengaan, en achterwaarts vallen, en verbreken, en verstrikt en gevangen worden." over gaat
Jes 28:13 Zo zal hun het woord des HEEREN zijn; gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een weinig, daar een weinig; opdat zij heengaan, en achterwaarts vallen, en verbreken, en verstrikt en gevangen worden.
De Schriften zijn met opzet geschreven "niet in woorden die de menselijke wijsheid leert.....". Laten we kijken naar een paar voorbeelden hoe God het begrip van satan van Zijn woorden "verstrikt en gevangen nemen." van Zijn volk gebruikt totdat Hij hun ogen opent om de "geheimenissen van het Koninkrijk van God" te begrijpen.
God zegt hetvolgende tegen Mozes, voordat Hij Mozes naar Egypte stuurt:
Exod 4:21 En de HEERE zeide tot Mozes: Terwijl gij heentrekt, om weder in Egypte te keren, zie toe, dat gij al de wonderen doet voor Farao, die Ik in uw hand gesteld heb; doch Ik zal zijn hart verharden, dat hij het volk niet zal laten gaan.
Dan zegt Hij hetvolgende over Farao
Exo 8:32 Doch Farao verharde zijn hart ook ditmaal, en hij liet het volk niet trekken.
Zoals aangegeven eisen de grammaticale regels in het Hebreeuws, Grieks en Engels dat het voornaamwoord refereert naar het eerst voorafgaande zelfstandig naamwoord
Wanneer we dus lezen dat "Farao verharde zijn hart" dat het voornaamwoord terug refereert naar het onmiddelijk voorafgaande zelfstandig naamwoord.
2 Tim 2:26 zegt dus feitelijk dat satan ons verstrikt naar satans wil. Echter, er is niet één woord hier of waar dan ook in de Schrift, wat ontkend dat satans wil volledig ondergeschikt is aan Gods invloed en werk in satans doen en laten. Wat waar is aangaande de mens, is ook waar aangaande satan. God heeft satan gemaakt om tegen Hem op te staan, om Zijn tegenstander te zijn. "Tegenstander" is de feitelijke defenitie van het woord "satan". Hij heeft ook de eerste Adam zo gemaakt dat hij tegen Hem en Zijn wil op zou staan.
Rom 8:7 Daarom dat het bedenken des vleses vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich der wet Gods niet; want het kan ook niet.
Dit is waarom Christus ons verteld dat we allen eerst "van uw vader de duivel" zijn, voor we van onze Hemelse Vader zijn.
Joh 8:43 Waarom kent gij Mijn spraak niet? Het is, omdat gij Mijn woord niet kunt horen.
Joh 8:44 Gij zijt van uw vader den duivel, en wilt de begeerten uws vaders doen; die was een mensenmoorder van den beginne, en is in de waarheid niet staande gebleven; want geen waarheid is in hem. Wanneer hij de leugen spreekt, zo spreekt hij uit zijn eigen; want hij is een leugenaar, en de vader derzelve leugen.
Christus wist en weet zeer duidelijk dat satan niets kan doen zonder dat hem macht gegeven is om te doen, en toch spreekt Hij over satans leugens alsof het satans eigen leugens zijn. Maar de waarheid in deze is dat wanneer gezegd wordt "zo spreekt hij uit zijn eigen" op geen enkele manier ontkend dat "zijn eigen" feitelijk Gods werk is. Zo lijkt het alleen voor degenen die het niet gegeven is dat de Schriftuurlijke manier van het begrijpen van Gods Woord te alleen te vinden is in de som van Zijn woord, gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een weinig, daar een weinig.....opdat zij heengaan, en achterwaarts vallen, en verbreken, en verstrikt en gevangen worden.
Jes 28:13 Zo zal hun het woord des HEEREN zijn; gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een weinig, daar een weinig; opdat zij heengaan, en achterwaarts vallen, en verbreken, en verstrikt en gevangen worden.
Wanneer dus "Farao zijn hart verhard" is het feitelijk God die veroorzaakt dat "Farao zijn hart verhard" en wanneer satan ons "gevangen neemt door zijn wil" is het feitelijk God die ons door satan gevangen laat nemen "door zijn wil"
De Schrift staat vol met verklaringen die degenen die het niet gegeven is om te zien dat de Waarheid alleen gevonden wordt in de som van Zijn Woord, leiden tot valse en onschriftuurlijke conclusies.
Een ander voorbeeld is dit in Jakobus:
Jakobus 1:17 Alle goede gave, en alle volmaakte gifte is van boven, van den Vader der lichten afkomende, bij Welken geen verandering is, of schaduw van omkering.
Al mijn jaren in Babylon werd dit vers geciteerd als bewijs dat God niet de Schepper is van het kwaad. Maar waar in dit vers wordt ons verteld dat God het kwaad niet maakt ? Het staat helemaal nergens.
Paulus en alle Schrift onderwijzen ons feitelijk dat onze zonden allemaal "van nature" en "Gods werkmanschap" en ontwerp zijn:
Efe 2:3 Onder dewelke ook wij allen eertijds verkeerd hebben in de begeerlijkheden onzes vleses, doende den wil des vleses en der gedachten; en wij waren van nature kinderen des toorns, gelijk ook de anderen;
Kol 3:5 Doodt dan uw leden, die op de aarde zijn, namelijk hoererij, onreinigheid, schandelijke beweging, kwade begeerlijkheid, en de gierigheid, welke is afgodendienst.
Kol 3:6 Om welke de toorn Gods komt over de kinderen der ongehoorzaamheid;
Kol 3:7 In dewelke ook gij eertijds hebt gewandeld, toen gij in dezelve leefdet.
Nergens zegt de Schrift dat God het kwaad niet maakt. De waarheid is precies het tegenovergestelde:
Jes. 45:7 Ik formeer het licht, en schep de duisternis; Ik maak den vrede en schep het kwaad, Ik, de HEERE, doe al deze dingen.
Jakobus 1:17 leidt echter geheel Babylon ertoe de waarheid in Jesaja 45:7 te ontkennen. Dat is precies zoals het door God bedoelt is te zijn, "opdat zij heengaan, en achterwaarts vallen, en verbreken, en verstrikt en gevangen worden."
Je zegt hetvolgende:
Er is maar één wil in dit Universum, en die wil veroorzaakt al onze en ook de duivels keuzes. Ik heb nooit ergens in de Schrift gelezen dat de duivel een wil van zichzelf heeft, en dat is de reden dat ik het "zijn" in 2 Tim 2:26 begrijp als "Zijn" omdat het onderwerp een "wil" is. Als het laatste woord in 2 Tim 2:26 "keus" was geweest in plaats van "wil", dan zou het duidelijk voor me zijn.
Een "keus" wordt altijd voortgebracht door een "wil" en het is simpelweg niet waar te zeggen dat de mens of satan geen "wil" heeft wanneer de Schrift de zinsnede "naar zijn wil" of "zijn wil" gebruikt als het over de wil van de mensheid of satan gaat. Terwijl het waar is dat wij, noch satan een wil hebben die vrij is van Gods wil, is het simpelweg niet schriftuurlijk te zeggen dat noch mens noch satan een wil heeft, wanneer de Schrift zegt dat beiden wij en satan een wil hebben. Dat is hetzelfde als zeggen dat wij geen goden zijn omdat de Bijbel zegt "Nochtans hebben wij maar een God" wanneer de som van Gods woord ons openbaart dat Christus zelf zegt "gij zijt goden" Hier volgen de verzen voor beide kennelijke dilemma's
1Kor 7:37 Doch die vast staat in zijn hart, geen noodzaak hebbende, maar macht heeft over zijn eigen wil, en dit in zijn hart besloten heeft, dat hij zijn maagd zal bewaren, die doet wel.
1Kor 16:12 En wat aangaat Apollos, den broeder, ik heb hem zeer gebeden, dat hij met de broederen tot u komen zou; maar het was ganselijk zijn wil niet, dat hij nu zou komen; doch hij zal komen, wanneer het hem wel gelegen zal zijn.
1Kor 8:5 Want hoewel er ook zijn, die goden genaamd worden, hetzij in den hemel, hetzij op de aarde (gelijk er vele goden en vele heren zijn),
1Kor 8:6 Nochtans hebben wij maar één God, den Vader, uit Welken alle dingen zijn, en wij tot Hem; en maar één Heere, Jezus Christus, door Welken alle dingen zijn, en wij door Hem.
Joh 10:34 Jezus antwoordde hun: Is er niet geschreven in uw wet: Ik heb gezegd, gij zijt goden?
Er is geen tegenstelling in te zeggen "Nochtans hebben wij maar één God, den Vader, uit Welken alle dingen zijn" en daar "gij zijt goden" van die ene God aan toe te voegen.
Het wordt verstaan door allen die ogen hebben om het Schriftuurlijke principe van "de som van Uw Woord" te zien, dat wanneer er een Nieuw Testamentische schrijver spreekt over menselijke wil, dat deze schrijver volledig verstaat dat menselijke wil door God gedirigeert wordt, en dat geen mens iets kan doen buiten Gods wil om.
Joh 15:5 Ik ben de Wijnstok, en gij de ranken; die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen.
Paulus zegt zekerlijk niet dat de man die "macht heeft over zijn eigen wil, en dit in zijn hart besloten heeft, dat hij zijn maagd zal bewaren" dat doet vrij van Gods wil. Datzelfde feit wordt begrepen wanneer hij tegen Timotheus zegt dat "En zij wederom ontwaken mochten uit den strik des duivels, onder welken zij gevangen door hem tot zijn wil."
Gevangen door hem refereert naar de duivel, die helemaal niets uit zichzelf kan doen, maar de zinsnede "tot zijn wil" zou niet naar de duivel refereren, die niets uit zichzelf kan doen ? Waarom zegt Paulus ook "En zij wederom ontwaken mochten uit den strik des duivels" wanneer de waarheid is dat degenen die gevangen zijn ook niets uit zichzelf kunnen doen ?
Het antwoord is dat de Schrift op een manier is geschreven waarbij Gods Heilige Geest noodzakelijk is om gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een weinig, daar een weinig" toe te passen maar dat de massa die het niet gegeven is "achterwaarts vallen, en verbreken, en verstrikt en gevangen worden" door de duivel tot zijn wil
Jes 28:13 Zo zal hun het woord des HEEREN zijn; gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een weinig, daar een weinig; opdat zij heengaan, en achterwaarts vallen, en verbreken, en verstrikt en gevangen worden.
Paulus zegt dat satan mensen gevangen neemt, maar het wordt verstaan dat satan helemaal niemand gevangen neemt totdat het hun tijd is om door satan gevangen genomen te worden. Het is de functie van satan om tegen Gods uitverkorenen op te staan. Het is zekerlijk satan's wil om dat te doen, om dezelfde reden dat de natuurlijke en vleselijke lusten in de mensheid verlangen om tegen God en Zijn wet te rebelleren. Satan is niet menselijk, maar hij heeft dezelfde rebellerende vleselijke geestesgesteldheid als die van zijn kinderen. Dus wanneer Paulus zegt:
1Th 2:18 Daarom hebben wij tot u willen komen (immers ik Paulus) eenmaal en andermaal, maar de satanas heeft ons belet.
dat ook hier verstaan wordt door hen met ogen en oren om de som van Gods Woord te zien en te horen, dat God alles werkt naar de raad van Zijn wil, inclusief die dingen die maken dat satan onze wil verhinderen kan, wanneer we iets hadden willen doen, maar het niet konden doen, door omstandigheden waarin satan macht is gegeven om ons te hinderen of beletten.
We weten dat als puntje bij paaltje komt, dat er geen andere macht is dan die van God, en dat Hij alles werkt naar de raad van Zijn wil
Joh 19:11 Jezus antwoordde: Gij zoudt geen macht hebben tegen Mij, indien het u niet van boven gegeven ware; daarom die Mij aan u heeft overgeleverd, heeft groter zonde.
Ja...het is waarheid dat er geen enkele macht is dan de macht die van boven gegeven wordt. Als we dus lezen
Act 26:18 Om hun ogen te openen, en hen te bekeren van de duisternis tot het licht, en van de macht des satans tot God; opdat zij vergeving der zonden ontvangen, en een erfdeel onder de geheiligden, door het geloof in Mij.
wordt er ook hier verstaan dat God macht gegeven heeft aan satan om een waardig tegenstander te zijn die erg goed is om ons allen in duisternis te houden ".... tot den tijd van den Vader te voren gesteld." (Gal. 4:1-2)
Wanneer we dus lezen dat een mens macht heeft over zijn eigen wil, of dat satan ons gevangen houdt naar zijn wil, wordt ons niet verteld dat onze wil, of satans wil, onafhankelijk is van Gods wil, en ik denk dat je me goed genoeg kent dat ik absoluut niet geloof dat satan jou of mij gevangen kan nemen tegen Gods wil in. Tegelijkertijd is het de functie van en Gods wil voor satan om ons allemaal gevangen te nemen
We hebben allemaal een wil, en het is met die wil dat we iedere dag duizenden keuzes maken. Elke toets die ik uitkies op dit toetsenbord is een afzonderlijke keus die ik met "mijn eigen wil" maak, en dat is waar voor iedereen die een brief typt naar "zijn eigen wil". Maar mijn wil is niet vrij omdat er simpelweg gezegd wordt dat het "mijn wil" is.
Keuzes komen voort uit iemands wil. Ik kan kiezen om het woord "kies" in de E-Sword zoekmachine typen, en dan "kiest" mijn computer elk vers in de Bijbel waarin dit woord "kies" verschijnt. De zoekmachine bepaalt niet, de zoekmachine voert uit wat ik hem ingeef
Het volgende vers is het eerste vers waar het woord "kies" in de Schrift verschijnt
Exod 17:9 Mozes dan zeide tot Jozua: Kies ons mannen, en trek uit, strijd tegen Amalek; morgen zal ik op de hoogte des heuvels staan, en de staf Gods zal in mijn hand zijn.
Elke keer dat dit woord voorkomt kiest er iemand "door zijn wil" om een bepaalde keuze te maken, en ik twijfel er niet aan dat jij en ik beide weten dat al die keuzes feitelijk "God in ons werkt, beide het willen en het doen naar Zijn welbehagen."
Nogmaals volgt hier een vers uit de Schrift waarbij het voor de natuurlijke mens net is of we een wil hebben die vrij is van God, terwijl de realiteit het exact tegenovergestelde is.
Fillip. 2:12 Alzo dan, mijn geliefden, gelijk gij te allen tijd gehoorzaam geweest zijt, niet als in mijn tegenwoordigheid alleen, maar veelmeer nu in mijn afwezen, werkt uws zelfs zaligheid met vreze en beven:
Waarom willen we onze zaligheid met vreze en beven werken ? Ik hoop dat dit je helpt te zien dat we, volgens de Schrift, een wil hebben, maar de wil die we hebben, is God die het werkt. Werken wij echt zelf onze zaligheid ? De Schrift zegt nee
Fillip. 2:13 Want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen.
Je broeder in Christus.
Mike
Hoi Mike
Dank je hartelijk voor je antwoord. Het spijt mij ook dat ik niet duidelijk genoeg was aangaande het woord "wil". Wat ik bedoelde is dat satan geen soevereine wil heeft, niet dat satan of de mens helemaal geen wil heeft. Je antwoord heeft mijn begrip over dit onderwerp verdiept, en ik versta wat je hebt laten zien. Het brengt me altijd veel vreugde in mijn hart om je antwoorden te lezen en ik waardeer ze enorm. In mijn hart dank ik God dat Hij dit allemaal door jou werkt.
Je hebt die zin wel verandert naar "de duivels" wil.....ik begreep het gewoon niet.
Mat 25:34 Alsdan zal de Koning zeggen tot degenen, die tot Zijn rechter hand zijn: Komt, gij gezegenden Mijns Vaders! beerft dat Koninkrijk, hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld.
Mat 25:35 Want Ik ben hongerig geweest, en gij hebt Mij te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest, en gij hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling, en gij hebt Mij geherbergd.
Mat 25:36 Ik was naakt, en gij hebt Mij gekleed; Ik ben krank geweest, en gij hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis, en gij zijt tot Mij gekomen.
Mat 25:37 Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden, zeggende: Heere! wanneer hebben wij U hongerig gezien, en gespijzigd, of dorstig, en te drinken gegeven?
Mat 25:38 En wanneer hebben wij U een vreemdeling gezien, en geherbergd, of naakt en gekleed?
Mat 25:39 En wanneer hebben wij U krank gezien, of in de gevangenis, en zijn tot U gekomen?
Mat 25:40 En de Koning zal antwoorden en tot hen zeggen: Voorwaar zeg Ik u: Voor zoveel gij dit een van deze Mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt gij dat Mij gedaan.
Gods zegen voor jou en allen die bij je zijn
Je broeder in Christus
Robin
